Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerk en Staat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kerk en Staat

5 minuten leestijd

Zooals tot nu toe deze samenwerking tot stand kwam, mag zij onder geen voorwaarde meer plaats vinden. Tot 1918 was daarvoor een eenigszins verklaarbare reden aan te geven. Men had toen nog geen evenredige vertegenwoordiging en in de verschillende districten was men van elkanders hulp afhankelijk en heel dikwijls op elkanders candidaten aangewezen. Dat heeft onder de leiding van wijlen Dr. Kuyper toen tot zulk een samengaan met Rome geleid, dat velen onder ons liever niet ter stembus gingen, dan deze coalitie te steunen en te bestendigen. Wij hebben altijd in woord en geschrift dat samengaan veroordeeld en de evenredige vertegenwoordiging heeft aan zulk samengaan voor altijd een einde gemaakt. De rechtsche partijen zijn thans volkomen zelfstandig. Iedere stem, die voor rechts uitgebracht wordt kan thans tot zijn recht komen en de uitslag van de verkiezing wijst uit, of ons volk een rechtsche of wel een linksche regeering wil. Dat is op zich zelf een aanwinst, al kan door het optreden van afzonderlijke groepen een zeer onzuivere verhouding geschapen worden. Denkt op dit oogenblik aan mannen als Staalman en Van Laar, die beiden voor reohtsche afgevaardigden willen doorgaan en zonder twijfel ook voor het meerendeel door rechtsche kiezers zijn gekozen en toch stemmen die beide heeren slag op slag links. Zelfs bij de behandeling van de legerwetten van Dijk, die stellig hot beste geven, wat op dit oogenblik kan worden bereikt, stemden de beide heeren lustig met Wijnkoop en Troelstra mee, hoewel zij wisten, dat daardoor een re eeringscrisis zou kunnen veroorzaakt worden. Dat is het noodlottig gevolg van kleine oppositie partijtjes, zij kunnen met de partij of partijen, waartegen zij oppositie voeren, niet meestemmen, want dan houden zij op oppositiepartij te zijn, en wanneer zij dan linksch stemmen, worden zij een gevaar voor een rechtsche regeering, on kunnen zelfs bij de tegenwoordige verhoudingen elk oogenblik een ministrieele of regeringscrisis in het leven roepen. Daarom mag eerst dan, wanneer alle pogingen gefaald hebben, om de antirevolutionaire partij tot een meer principieele politiek te bewegen, over het formeeren van een nieuwe partij van gedachten worden gewisseld. Ik hoop dat wij het hierover allen eens zullen zijn, en dat men zondermeer niet tot vorming van een nieuwe partij sal overgaan. Nu kan de samenwerking tusschen de rechtsche groepen op tweeerlei wijze tot stand komen. Zij kan tot stand komen vóór en ná de verkiezing.
Ik moet bet onderscheid tusschen deze beiden met een enkel woord uiteenzetten en ik wil dit doen, door een zeer begrijpelijk voorbeeld. De anti-revolutionaire partij heeft thans een program van actie uitgegeven, en ik wil eerlijk erkennen, dat dit program uitnemende dingen bevat, zooals het daar ligt kunnen wij het in hoofdzaak zelf onvoorwaardelijk accepteeren. Maar dit program is wel een verkiezingsprogram voor de stembus van 1922, maar absoluut geen regeeringsprogram voor 1922—1926.
Dit is het program, waarmede aanstonds de propogandisten de partij zullen gaan bewerken, om se als een eenig man en een eenige vrouw aan de stembus te krijgen, maar het regeeringsprogram voor 1922—1926 is nog volslagen onbekend. Wij zullen straks weten, wat, met de antirevolutionaire partij, ook de Christelijk Historischen en de Roomschen willen; maar wat zij samen willen, als zij straks als gevolg van den uitslag der stembus, misschien als regeeringspartijen zullen moeten optreden, weten wij niet. En hierin schuilt nu een ontzaglijk gevaar, het gevaar namelijk, dat straks het regeeringsprogram geheel buiten de partij om sal worden vastgesteld. De partij heeft dan niet anders te doen, dan te zorgen, dat er weer een reohtsche meerderheid komt, en dan kan zij weer voor 4 jaar naar huis toe, al het verdere gaat dan buiten haar om. Dat maakt óf de kamerclub alleen òf met enkele van de voormannen wel in orde. Zoo is hot voor de periode 1918—1922 gegaan, maar zoo willen wij het niet meer voor de periode 1922— 1926. Wij willen voor do stembusactie weten, welk overleg er tusschen de drie rechtsche partijen heeft plaats gevonden en tot welk resultaat dat overleg heeft gevoerd, m. a. w. wij willen het accoord kennen, dat de drie rechtsche partijen met het oog op 1922—1926 hebben getroffen. Ik weet niet of men met het oog daarop onzerzijds al voeling met de andere partijen heeft verkregen, zoo niet, dan zou ik willen voorstellen, dat deze zoo spoedig mogelijk worde gezocht, opdat op de e. k. Deputaten-vergadering daarover iets kan worden medegedeeld. Wij spreken hiermede absoluut geen wantrouwen uit in de partijleiding, maar wij komen op voor de mondigheid van de partij, want die mondigheid is in de laatste jaren geducht in het gedrang geraakt. Stellig heeft de mobilisatie daartoe het hare bijgedragen, want anders was niet gebeurd, wat er thans geschied is Dan hadden wij vermoedelijk het antirevolutionair beginsel in zake het kiesrecht niet voor het revolutionair beginsel van de kieswet ingeruild. En wie durft ontkennen, dat dit geschild is! Waar is de antirevolutionair, die het beginsel van de tegenwoordige kieswet kan verdedigen en wie durft beweren, dat deze kieswet in overeenstemming is met Gods Woord?
Dreigt het vrouwenkiesrecht niet tot een „Schibboleth” onder ons te worden, en waar is de antirevolutionair die met Gods Woord in de hand de stemming, zooals die thans op de gehuwde vrouw toegepast wordt, kan goedkeuren? Leidt deze kieswet in haar consequente toepassing niet tot de ontbinding van het huisgezin, en de oplossing van het huwelijk? Men denkt in onze dagen schijnbaar heel gemakkelijk over deze dingen en redeneert: de overheid eischt het, dus wij moeten het doen, maar men schijnt niet in te zien, welk een hoogst gevaarlijk beginsel men daarmede in ons staatkundig leven poneert, een beginsel, dat ik, als goed antirevolutionair, niet zonder meer aanvaard.

d.H. (Den Haag) J.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1922

De Wekker | 4 Pagina's

Kerk en Staat

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1922

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken