Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Opvoeding en Onderwijs - 8

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Opvoeding en Onderwijs - 8

7 minuten leestijd

„Wanneer de keuze is tusschen een christelijke en een openbare school, dan moet de eerste gekozen worden”, zoo schreven we in een vorig artikel.
Dit mag nog wel eens uitdrukkelijk gezegd worden. Er zijn nog Chr. Gere-formeerden, die hun kinderen naar de godsdienstlooze school zenden. Gelukkig zijn ze zeldzaam.
Meen niet, dat we alle Chr. scholen onvoorwaardelijk aanbevelen. Soms zijn er ernstige bezwaren. Ook wel niet-ernstige. Een enkele maal hoert men lichtvaardige veroordeelingen, b.v. de Chr. onderwijzers zijn remonstrantsch, pelagiaansch. Ze zijn glad onbekeerd. Ze zouden de kinderen met een ingebeelden hemel naar de hel sturen, enz.
De hoogmoedige „hartenkenners”, die zich aan dergelijke uitspraken schuldig maken, moeten we even verwijzen naar de 43ste Zondag van onzen Catechismus, die zegt: Dat ik niemand lichtelijk en onverhoord oordeele of helpe verdoemen.
Doch er zijn voor ons Chr. Geref. ook wel ernstige bezwaren tegen enkele Chr. scholen.
Welke die zijn en wat er gedaan kan worden, om ze weg te nemen of te verminderen, vinden we duidelijk uitgedrukt in een circulaire, die door de Vereen. voor Chr. Geref. Schoolonderwijs aan velen onzer is verzonden. Ze is tenvolle onze belangstelling waard en om het gewicht der zaak, wil ik ze hier overnemen.
Ze luidt als volgt:

Geachte Broeders.

We vragen enkele oogenblikken Uwe aandacht voor één der levensbelangen onzer Kerk, onzer Christelijke Gereformeerde Kerk; n.l. voor het onderwijs aan onze kinderen gedurende den, volgens de wet, leerplichtigen leeftijd.
't Is onder ons een uitgemaakte zaak, dat onze kinderen eene Christelijke school moeten bezoeken. Er zijn maar weinigen onzer, mochten het zeer weinigen zijn, die hun kroost der openbare school toevertrouwen. In vele onzer gemeenten zijn de ouders, enkel door het feit, dat hun kinderen eene Chr. School bezoeken, lid der vereeniging, waarvan die school uitgaat; maar, 't is een droevig toeken voor ons, ze weten het vaak zelf niet eens en laten zich met die vereeniging, hare vergaderingen, hare besluiten, welke toch ook de belangen onzer kinderen aangaan, niet in. Slechts negatief, door het zich onthouden bij eventueele stemmingen wordt hun invloed bemerkt. In andere plaatsen, waar men alleen door toetreding lid eener Christelijke Schoolvereeniging kan worden, zijn de namen van leden onzer Kerk op de leden-lijsten dier vereenigingen meestal dun gezaaid. Daar is de stem van de enkelen onzer, die zich niet onthouden, van niet da minste waarde. Plaatsen, waar geen vereenigingen als bovenbedoelde worden aangetroffen en waar derhalve ook onze menschen in 't geheel niet meedoen aan het stichten of instandhouden van Christelijke scholen, zijn er misschien niet meer.
De goede uitzonderingen daargelaten, moeten we derhalve constateeren, dat onder ons de belangstelling voor het Christelijk onderwijs op een zeer laag peil staat, 't Is opstellers dezer zoo droevig vele malen gebleken, dat het onderwijs aan de jeugd zoo'n kleine plaats inneemt, 't Schijnt dat voor ons niet geldt: „Leer den jongen de eerste beginselen naar den eisch zijns wegs”; of er voor ons geen doopsbelofte bestaat, dat we onze kinderen zouden onderwijzen of doen onderwijzen in de „voorzeide” leer. Immers, wanneer wij alleen volstaan met onze kinderen te zenden naar eene Christelijke school, van welken stempel ook, zonder ons verder met die school in te laten, komen we te kort in onze opvoedings-en onderwijsroeping.
Wanneer onzen kinderen op Christelijke scholen in strijd met onze eigen overtuiging eene levensopvatting wordt voorgesteld, te ruim volgens het Woord Gods en onze belijdenis; wanneer hun geleerd wordt, dat ze bondskinderen zijn, die geen vernieuwing des harten noodig hebben, wijl ze op grond hunner geboorte uit geloovige ouders en hun doop wedergeboren zijn; waaneer hun niet telkens den eisch der bekeering ook op de school wordt voorgehouden naar luid der Schriften, wijl ook zij der verdoemenis in Adam deelachtig zijn, dan komt dat misschien overeen met wat andersdenkende onderwijzers als hun belijdenis vaststellen en leeren, maar niet met wat wij voor onze kinderen wenschen; niet met wat wij, Christelijk Gereformeerden voor onzen God onze roeping achten.
Hij gaf ons in onze kerk, afgescheiden van andere, de meest juiste openbaring van Zijn lichaam op aarde; dat erkennen we. Zoo dicht mogelijk daarbij moeten wij, onder inroeping van Gods genade, onze kinderen houden. Dat is onze dure roeping. Die roeping nu, het moet gezegd, verwaarloozen we. Wij moeten in de scholen, waar onze kinderen onderwijs ontvangen, op den geest van dat onderwijs inwerken; zelf dien geest bepalen zoo eenigszins mogelijk. Daartoe dienen we te doen, wat onze hand vindt om te doen; we moeten ons niet onttrekken door te zeggen, ons getal is zoo klein, we kunnen niet. Wat we dan doen moeten?
Vooreerst. Biddend werkzaam zijn aan den troon der genade, dat Hij ons doe beseffen den inhoud onzer doopsbelofte, de groote verantwoordelijkheid, die Hij ons oplegt in de opvoeding onzer kinderen. Meer nog dan voor hun lichamelijk welzijn, waarvoor we al onze energie gebruiken, hebben wij te zorgen voor hun geestelijk heil. Dat besef kan alleen God ons geven op 't gebed, Maar dan ook werken. Werken zooveel in ons vermogen is om onze belofte na te komen; om ons van onze verantwoordelijkheid te kwijten. Wij moeten niet enkel contribueerend-of schoolgeldbetalend lid van vereenigingen voor Chr. scholen zijn. Dat ook, maar dan moeten we op de bijeenkomsten dier vereenigingen onze stem laten hoeren, ons beginsel doen uitkomen; we moeten eischen, dat men onderwijzers aanstelle, die niet zullen leeren, wat strijdig is met onze beginselen. We moeten trachten enkele onzer mannen als bestuursleden gekozen te krijgen, die in de dagelijksche maatregelen meewerken en dat naar Gods Woord, volgens onze belijdenis. We zullen dan veelal opmerken, dat onze stem niet wordt gehoord; dat men vaak met ons doch zonder ons handelt, dat men zelfs nog in Chr. Nat. scholen onze onderwijzers de laatste of geen plaats last innemen onder de rij van sollicitanten. Dan — maar dan ook terstond trachten we onder inroeping van 's Heeren hulp zelf schoolvereenigingen op te richten, zelf scholen te bouwen. Dat zal, ondanks de gelijkstellingswet, offers vragen; maar daaraan is ons volk niet vreemd.
Een aanvang met het werk is gemaakt. Er bestaat een Vereen. voor Chr. Geref. Schoolonderwijs. Sluit u bij die vereeniging aan. Helpt ons een dam op te werpen tegen de afglijding onzer dagen. Leest deze circulaire met aandacht en vraagt u af, of ge uwe roeping voor God ten volle nakomt. Vraagt sprekers, die ten uwent de zaak openbaar toelichten.
Onderwijzers onder ons. Sluit U aan bij de Vereen van Chr. Geref. Onderwijzers en Onderwijzeressen.
Aan 't eind stellen we U enkele vragen, waarop we gaarne antwoord inwachten.
Wat doet men ten Uwent op school-gebied ? Wat doen de leden onzer kerk in 't bizonder? Hoe denkt ge over het onderwijs? Over wat in deze circulaire daaromtrent gezegd wordt? Welke zijn Uwe bezwaren tegen onzen arbeid?

Het Bestuur der Vereen, voor Chr. Geref. Schoolonderwijs,

Ds. B. v.d.. Berg, Sneek, Voorzitter.
Ds. A.H. Hilbers, Enschedé, 2e Voorz.
S. Hortsing, Sneek, 2e Secr.
G.J.O. Vermeer, Noordeloos, 1e Penn.
H.A. Brasz, Enschedé, 2e Penn.
Ds. H. Velema, KampBit, Alg.-Adj.
J. v. Weerd, Enschedé, Secretaris, Lasondersingel 19.

N.B. Wie nog geen lid is, geve zich onverwijld aan br. J. v. Weerd, Enschedé, Lasondersingel 19 op. Ook kan men dat doen door postwissel of girobiljet te zenden aan G.J.O. Vermeer te Noordeloos. Postrekening nr. 103151, kantoor Gorinchem. De contributie bedraagt één gulden. Wie reeds lid is wordt vriendelijk verzocht vóór 20 Juni as. de contributie (één gulden) te eenden aan den penningm. br. Vermeer te Noordeloos. Postrekening 103151 kantoor Gorinchem.
Na 25 Juni wordt per postkwitantie met 15 cents verhooging beschikt.
Broeders laat in Richteren 5 vers 16 niet uw beeld geteekend zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juni 1923

De Wekker | 4 Pagina's

Opvoeding en Onderwijs - 8

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juni 1923

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken