Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Onze Kerkregeering

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Onze Kerkregeering

Art. 26 D.K.O. Aalmoezeniers

5 minuten leestijd

De kerk des Heeren bevindt zich in het midden der wereld. Zij behoort wel niet tot de wereld, maar zij kan zich er niet geheel aan onttrekken. Zij mag dit zelfs niet, daar zij haar licht moet laten schijnen op alle terreinen des levens. Daarom moet zij ook, waar de overheid er ook armenzorg op na houdt, met die overheid in overleg treden, al belijdt zij, dat die overheidsarmenzorg er eigenlijk niet moest zijn, daar armenzorg als een werk der barmhartigheid niet tot het terrein der overheid behoord. De Schrift leert wel, dat de overheid het zwaard draagt en dus gerechtigheid moet oefenen, maar zij ontkent, dat die Overheid een instelling van barmhartigheid is. De overheid heeft niet het recht om diaken te spelen. Immers de armverzorging komt op uit het beginsel der liefde en uit dat beginsel verleent de overheid aan de armen geen steun. Zij verleent die slechts uit een oogpunt van sociale voorzorg om armoe te voorkomen en neemt het geld van de belastingbetalers om er anderen door te steunen, Het Is het socialistisch beginsel om te nemen van den een en te geven aan den ander om gelijkheid te bevorderen. Het is dan ook verre van barmhartigheid, als de staat steun verleent door geld, dat hij van anderen door belasting invordert.
Alleen wanneer de kerk niet aan haar plicht voldoet of er zoo groote nood is, dat de kerk er niet in kan voorzien, of zoo armoede geleden wordt door personen, die tot geen kerk behooren, dan moet de Overheid daar ondersteunend optreden, doch dan is het geen barmhartigheid maar een noodmaatregel of maatregel van orde tegen het pauperisme.
Zoo dus de kerk of particulieren niet in den nood voorzien, mag de Overheid feitelijk eerst optreden om in sociale noodstanden te voorzien. Nu is echter in ons land naast de diaconale armenzorg en de particuliere, welke door instellingen van liefdadigheid of door vereenigingen wordt uitgeoefend, nog eene burgerlijke of overheidszorg en de wet heeft omtrent dezelve allerlei bepalingen gemaakt, Daarom moeten ook onze diaconieën met die wet, genaamd de Armenwet, wel terdege rekening houden.
Wij meenen, dat die verhouding van diaconie tot de armen wet bij de bespreking van Art. 26 D.K.O. ook moet onder de oogen gezien, want al staat het niet letterlijk in Art. 26; er wordt toch in gehandeld over correspondentie van de diakenen met andere instellingen van armenzorg. De armenwet, welke thans geldende is, trad in werking op 1 September 1912 en kwam tot stand onder het Ministerie Heemskerk op 27 April 1912. Die wet legt aan de diaconieën verschillende verplichtingen op.
Nu is het bij mij meer een wenschen dan een dadelijk gelooven, dat onze diaconieën al die verplichtingen kennen, en toch is dit wel noodig, omdat er ook strafbepalingen voorkomen in die armenwet, zoodat onze diakenen bij overtreding van die wet in gevaar komen beboet te worden Op enkele bepalingen, die van het grootste belang zijn, willen wij dan ook wijzen.
Ten eerste op Artikel 6 van de Armen wet. Dit artikel eischt, dat de bestuurders van eene pas opgerichte instelling van weldadigheid, (dus ook de diakenen van eene pas geïnstitueerde gemeente, wier diaconie als zulk eene instelling van weldadigheid door de wet wordt beschouwd) de statuten, den stichtingsbrief of het reglement van de instelling moeten inzenden aan Burgemeester en Wethouders. Wordt dit verzuimd dan moet eene boete betaald worden van ten hoogste vijf en twintig gulden.
Volgens de oude armenwet, die vóór 1912 van kracht was, was op de niet inlevering van het reglement der diaconie, eene nog ergere straf gezet, want volgens de bepaling dier wet, miste zulk een diaconie, die dit verzuimde de rechtspersoonlijkheid. Gelukkig is deze strafbepaling in de nieuwe wet niet opgenomen. Veronderstel toch dat één diaken, aan wien de inlevering der statuten was opgedragen, dit vergat, dan was het gevolg, dat de heele diaconie hare rechtspersoonlijkheid verloor en das geen burgerlijke handelingen kon verrichten en bij giften aan de armen eener plaats, niet bij de verdeeling dier giften in aanmerking kon komen.
Volgers de nieuwe armenwet behoeven de diaconieën zich zelf niet meer aan te geven. Zoodra eene gemeente geïnstitueerd is en daarvan aan den burgemeester kennis is gegeven, wordt de diaconie dier gemeente door B. en W. op de lijst van de instellingen van weldadigheid geplaatst. De diaconie komt dan op die lijst als „eene instelling eener kerkelijke gemeente, vanwege die kerkelijke gemeente, geregeld en bestuurd.” De rechtspersoonlijkheid verliezen is dus als straf uitgeschakeld, maar wel moet het reglement der diaconie worden ingeleverd. Dit reglement is eenvoudig een uittreksel uit de Dordtsche kerkorde, namelijk een afschrift van al die bepalingen der Kerkorde, welke over de armenzorg handelen, zooals Art. 25–27 en 40 der D.K.O. Waar dus het geheele reglement onzer kerkregeering de D.K.O. is, is dus dat voor de diakenen, eenvoudig die som van bepalingen, welke over de diakenen spreken.

Apeld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 2 November 1923

De Wekker | 4 Pagina's

Onze Kerkregeering

Bekijk de hele uitgave van Friday 2 November 1923

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken