Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerk en Staat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kerk en Staat

7 minuten leestijd

Daar zitten wij plotseling in een geweldige ministerieele crisis, waarvan vermoedelijk maar heel weinigen op dit oogenblik zullen gedacht hebben. Want; dat de vlootwet er komen zou, ondanks de geweldige oppositie, die er van links tegen gevoerd was, werd algemeen aangenomen. Het was wel niet erg pluis onder de Roomsche Kamerfractie, maar Nolens had zijn mannetjes in de hand, beweerde men en het zou nu niet gaan, zooals de vorige maal, toen de Roomschen in het laatste oogenblik ook het spel bedierven. Maar Nolens ging op den daarvoor bepaalden dag niet als regeeringsvertegenwoordiger naar de groote Internationale arbeiders conferentie te Genève, en dat was wel het duidelijkste bewijs, dat hij de zaak niet vertrouwde. Zoo naderde men met eenige spanning den Vrijdag van 26 Oct. Want nog was men algemeen van gedachte, dat de Vlootwet zou worden aangenomen, ’t Zou wel niet breed zijn, maar met een paar stemmen meerderheid werd toch verwacht. De Kamer was op dien dag op één afgevaardigde na voltallig. Het Christ. Hist. kamerlid de heer Gerretsen te Rotterdam, was ernstig ongesteld, maar zelfs de heeren ter Hall en van Rappard, hoewel ongesteld, waren tegenwoordig. In de morgenuren werd er nog heel druk geconfereerd en er is geen middel onbeproefd gelaten om de weerspannigen tot hun plicht te brengen. Maar het heeft niet mogen baten. Bij de stemming over het ontwerp gingen er 10 Roomsche Kamerleden naar de tegenpartij over met het gevolg, dat de Vlootwet met 49—50 verworpen werd. Dadelijk rezen de ministers op en verlieten de Kamer. Het ministerie Ruys behoorde tot het verleden.
Er zou hier heel veel te zeggen zijn over het ministerie Ruys, maar het is reeds geschiedenis geworden. Dat wil ik echter nog even herinneren, dat ik het van meet af een fout geacht heb, dat dit ministerie in 1922 is aangebleven. Dat ministerie had buiten de verkiezingen gestaan en heeft uit de verkiezingen een verkeerde conclusie getrokken. Niemand heeft er verder aandacht aan gewijd maar nu met deze crisis heeft de Nederlander het royaal erkend, dat het optreden van dat ministerie een fout geweest is. En aan die fout hebben wij deze crisis te danken. Ik ga daar niet verder op in, maar ik zou dezen ernstigen raad willen geven, laat men voor de tweede maal niet in dezelfde fout vervallen, want dan zullen de gevolgen in de toekomst nog veel ernstiger zijn dan zij nu reeds zullen blijken te wezen. De groote vraag is echter, wat er nu moet en zal geschieden. Want tusschen die beiden mag op politiek gebied wel naarstig onderscheiden worden. Want daar geschiedt lang niet altijd, wat moet geschieden en hoogere belangen worden heel vaak aan lagere en kleinere belangen opgeofferd. Wij hopen hartelijk, dat dit bij de oplossing van deze crisis niet zal plaats vinden. Daarvoor zijn de tijden veel te ernstig. Alle speculatie blijve uit het oplossen van deze crisis geweerd. Ons land moet een regeering hebben en een krachtige regeering, die in dezen buitengewoon moeilijken tijd met vaste hand het roer houdt en het schip van Staat in veilige wateren stuurt.
Daarom heb ik met eenige verbazing gelezen, dat men, van de rechterzijde, Troelstra als den toekomstigen minister-president aanwees, want in allen ernst dat kan men toch niet wenschen, dat Troelstra dat werkelijk worde zoude, dat vind ik iets wat naar speculatie zweemt, speculatie op de onmacht van de linkerzijde. Laat ons in dezen ernstigen tijd met dergelijke redeneeringen voorzichtig zijn, went indien wij Troelstra eens kregen, wat zon dat voor allen ontzettend zijn. Na de verwerping van de Vlootwet, heb ik persoonlijk heel sterk voor kamerontbinding gevoeld. M.i. had dat den toestand geheel kunnen opklaren en het Nederlandsche volk had dan kunnen uitspreken, wat het wilde. Ik heb duizend maal liever een Kamerontbinding onder dit afgetreden ministerie gehad, dan een Kamerontbinding onder een regime Troelstra—Marchant. Ik voor mij was niet zoo ongerust over den afloop geweest. Ons volk is wel wat verleugend geworden, maar onzerzijds is er ook heel weinig gedaan om het volk voor te lichten.
Ik geloof nog altijd wanneer er onzerzijds een goed georganiseerde propaganda was ingeleid, wij nog niet zoo ongehavend uit den strijd zouden zijn gekomen. En indien wij in de minderheid waren geraakt, dan had de meerderheid de regering moeten aanvaarden. In ieder geval zou de politieke dampkring gezuiverd zijn. Maar thans is de toestand veel ingewikkelder, want men vergete niet, dat thans de Kamer blijft en dat iedere nieuwe regeering deze oude Kamer tegen zich over zal vinden. Dat zal in de toekomst de groote moeilijkheid blijken te zijn, want deze Kamer is in haar meerderheid niet alleen anti-vlootwet, maar ik vrees, dat zij antibezuiniging zal blijken te wezen en dat het afstemmen van de vlootwet aangegrepen is als het middel om van de ingrijpende bezuinigingsplannen van minister Colijn af te kunnen. Wanneer deze diagnose juist is, dan voelen wij dadelijk hoe buitengewoon moeilijk thans deze crisis is.
Want iedere regeering, die komt, behalve een socialistische, zal even sterk moeten bezuinigen als deze en zal op verdediging van ons koloniaal bezit moeten bedacht zijn. Eu daar zal deze tegenwoordige Kamer niet aan willen. Welk ministerie dat er m.i. dan ook thans komt: het loopt vroeg of laat op Kamerontbinding uit, met al de riscante gevolgen, die daaraan in dezen tijd zijn verbonden. Ik vrees, dat de paarden nu achter den wagen gezet worden, terwijl zij er straks toch weer voor moeten gespannen worden. Wat voor Kabinet er op dit oogenblik komen moet? M.i. een zaken-kabinet, dat rechts gekleurd is, maar dat absoluut vrij staat tegenover deze Kamer en de bevoegdheid heeft, dat wanneer deze Kamer zich tegen haar plannen verzet, haar alsdan onmiddellijk te mogen ontbinden. Alleen onder deze conditie kan er een andere regeering optreden. Gedenken wij veel onze Koningin in den gebede, die aanstonds geroepen zal worden om uit de vele adviezen, die Haar gegeven worden, een keuze te doen. Moge het eene keuze zijn, die met Gods zegen wordt gekroond.
 


Ontvangen voor den nood in de Saksische Predikantsgezinnen:

Gift van N. N. den Haag ƒ 3.—
„ „ Mej. B. Leiden „ 1.—
„ „ „ S. „ „ 1.—
„ „ Dames S. „ „ 1 —
Collecte Harderwijk „ 32.75
„ Almelo „ 17.25
Gev. in de Collecte Nieuwpoort „ 11.—
Gift van M. en O. te Baarn „ 7 —
Met groote dankbaarheid mag ik weer melding maken van bovenstaande giften. De nood is thans zoo hoog geklommen, dat Dj. Spranger dezer dagen schreef:
In de ,,pastoriën is nu de crisis zóó geworden, dat er zelfs geen brood meer kan gekocht worden. Dus komt nu de hongersnood over ons. Wij moeten alle diepten des lijdens doorworstelen. Ook in de kindertehuizen ie het water tot aan de lippen gekomen. Alleen voor brood behoeven we per week 1600 milliard mark. Alle moed en hoop dreigen te ontzinken. We zijn daadwerkelijk door den nood omsingeld. En wij verwonderen er ons over, dat we soms nog blijdschap kunnen toonen. Wij strijden tegen de vertwijfeling van ons hart en trachten onszelven telkens weer, om den wille onzer kinderen, tot moed en tot vreugde op te wekken. Zóó willen we ons gezin het bewijs schenken, dat de Heere licht geeft in den donkersten nacht.
Dat woord spreekt voor zichzelven. Mag ik onze broeders rookers even wijzen op de advertentie in onze Wekker van broeder Pleijsier in Kampen.
Zullen onze broeders dit edele pogen steunen, en flinke bestellingen doen. De volgende week vertel ik iets van een plan dat een broeder in Vlissingen mij aan de hand gedaan heeft en waar ik mij veel van voorstel.

Den Haag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 november 1923

De Wekker | 4 Pagina's

Kerk en Staat

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 november 1923

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken