Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Moderne Religie (II)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Moderne Religie (II)

7 minuten leestijd

1. Deze moderne religie vertoont in de eerste plaats een overwegend egoïstische natuur. Zij zoekt meer een bevrediging te scheppen van eigen gevoelsleven, dan het verkrijgen van een ware kennis van God, en een beleren van zijn dienst.
De mensch die het niet zoo nauw (meer) neemt met God, maar inmiddels toch nog, laat ik zoo zeggen, religieuze plooien in zijn ziel en gemoed overhield — en nu koud en arm, ledig en onvoldaan ter neder zit, schreeuwend naar verwarming, naar gemoedsvrede, naar harmonie — en die zich nu een „God” schept, schept naar zijn eigen fantasie en gemoedsgrillen, — die mensch is eigenlijk een egoist; hij zal in dit zijn zoeken naar God, God niet vinden. En nu zal zijn vijandschap tegen God uitkomen ook in de manier, waarop hij zichzelf een „nieuwen” god maakt.
Het beginsel, waaruit deze beweging opkomt is alzoo niet in orde. Het is verfijnde religieus getinte „zelfdienst”, in plaats van godsdienst.
Bij deze richting spreekt men dan bij voorkeur van „religieus”, „mystiek” enz., liever dan van vreeze Gods, godsvrucht enz. Eigenlijk zijn deze begrippen hier ganschelijk gebannen. Ik moet er de aandacht op vestigen, dat in onse positieve christelijke kringen deze gewoonte ook al begint op te komen; meermalen kan men al hooren van: iemands eigenaardige mystiek; hij is zeer religieus; of van: de mystiek van dezen prediker bevalt mij wel enz. Men bedoelt dan misschien, dat er vreeze Gods was, of dat er een geestelijke bevinding werd gepreekt enz. Men zij hiermede voorzichtig. Men ruile onze oude terminologie niet te gemakkelijk in voor een nieuwe, in den regel niet onschuldige, wijze van zeggen. — Religieus heet tegenwoordig ieder en alles. Maar vreeze Gods is iets anders.
Inmiddels behoeft het geen nader betoog, dat dit „egoïsme”, hoe godsdienstig ook getint, geen ware religie mag heeten. Want is er werkelijk een God, dan is Hij het princiep van alle religie, en bepaalt Hij, wat en hoe religie zal zijn.
Is er geen God, dan is al 't andere geen religie te heeten.
2. Hoogstens aesthetisch egoïsme. Deze moderne religie is immanentistisch en pantheïstisch van aard. Voor zoover er dan nog eenig godsbegrip bij gevonden wordt.
Merkwaardig is hierbij. dat dit een karaktertrek is, welke reeds bij de oude Grieksche wijsgeeren als Thales es Xenophanes is te vinden. Het nieuwe dezer „moderne” religie is eigenlijk vrij antiek; 't zijn. „opgewarmde” denkbeelden der oude heidensche wijsbegeerte en godsdiensten.
De lezer dient hier goed te weten, wat we onder pantheïsme en immanentisme moeten verstaan.
Pantheïsme wil niet seggen, dat alles god is, in den zin van: deze boom, deze steen, dit water, dit vuur enz. het is alles een godheid. Neen, maar dit: het al, alle dingen te saam zijn de belichaming. om zoo te zeggen van de godheid; de verschijningsvorm, waarin de godheid (het wezen achter de verschijning) zich al uitput; welke verschijning, verschijnselen, die godheid aan zich heeft, om daarin eeuwig maar door zelf te worden, en tot zich zelf te komen. God en wereld zijn daarbij één; d. w. z. een eenheid vormende; God komt in die wereld tot zijn eigen bewustzijn, alle leven en zijn is dus zelfwording Gods. God de eeuwig wordende. God bestaat dus niet in zichzelf zender die verschijningswereld. Alle gebeuren, zoowel kwaad als goed, het is alles feitelijk goed. Allee is om zoo te zeggen goddelijk en alles is religie. Vandaar dat (zie boven) men de meest grove dingen al reeds godsdienst heeft durven noemen.
Immanentisme wil dan zeggen, dat de „godheid” in de wereld als ingesloten en opgesloten is. Geen God die bestaat buiten zijn wereld, en onafhankelijk er van. Met dit pantheïstisch immanentisme hangt uit den aard der zaak dan ook samen de huidige afkeer van het vaste stelsel, van het dogma, alles is immers, tot God zelf toe eeuwig in wording; alles vloeit, vandaar kat Dr. Roessingh, in het Tijdschrift De Tempel bl. 32 moest verklaren, dat de moderne religie eigenlijk geen theologie meer heeft; want het schier onbegonnen werk was, om uit den chaos van eindeloos wisselende vormen een systeem, een theologie op te bouwen. Zulks was reeds vóór hem, destijds door Prof. Sabatier, een bekende Fransche modernist-criticus verklaard in zijn: „toute la théologie est à refaire” (heel de theologie moet overgedaan worden).
Dit pantheïsme heb ik reeds vroeger in verschillende geschriften behandeld en becritiseerd, ik volsta dus hier met de drie bekende hoofdopmerkingen te herhalen.
Vooreerst, dat een wordende God juist geen God ie. Wordende absoluutheid is juist geen absoluutheid, en God kent dan zichzelf ook niet. Hoe zouden wij Hem dan kennen! God zou niet eens bewustzijn en bewustheid hebben; en dan een mensch wel? Zulk een Godsbegrip laat in elk geval geen religie toe. Spele men toch niet met woorden. Waar God en wereld een eenheid worden geacht te zijn; hoe kan er dan van een object en een subject in de religie sprake zijn. En zonder die (voorwerp en onderwerp) vervalt alle religie, dien naam waard. Feitelijk is het woord en het begrip God bij deze richting niets anders dan een gestolen goed uit een eerst verworpene (christelijke) wereldbeschouwing, en hetwelk men nu nit armoede gebruikt in eigen systeem. Schopenhauer had wel gelijk als hij het pantheïsme noemde: de fatsoenlijke manier om atheïst (godloochenaar) te zijn.
Ten tweede. De wereld haar ontstaan en bestaan worden totaal onverklaarbaar raadsel, — zonder grond van haar mogelijkheid. Eeuwig werden, is niet wordend; en niet en nooit en nimmer er zijnde. Men kan hier noch het ontstaan, noch de ontwikkeling (evolutie) een plaats der mogelijkheid aanwijzen. — Haar (de wereld) oorsprong is niet denkbaar op dit standpunt. Want eeuwig en dan toch evolutie; die sluiten (denk het maar in en door) elkaar logisch uit.
Ten derde, alle verlossing ie een waan; een hersenschim; een onmogelijk denkbeeld zelfs. Verlossing is niet noodig, als alles godsbelichaming is; wat een fatale leer! Hoe troosteloos, hoe bang. Eeuwig wordende, heeft alles al eeuwig „den tijd tot verbetering en herstel gehad; eilace, welk een wanhoop!
En als men nu daarenboven toch nog een zekere waarde aan Jezus Christus wil toeschrijven; wat waarde zal dit zijn Nà 20 eeuwen weer verdere evolutie, wat zal Jezus dan nog te beteekenen kunnen hebben. Al wat de moderne religie nog over Jezus wil roemen, als „mooi”, is eerst aan het positieve christendom ontstolen, maar om dan daarmede kortom alles te versieren.
Zoo heeft men ten slotte (waarom ook niet?!) het monisme van Haeckel aangediend, niet alleen als echte wetenschap, maar ook als de ware religie „de reine eeredienst van het ware, goede en schoone”. Dit is wel het zuiverste immanentisme, wat zich denken laat.
Maar dit monismen, zulk een „reine eeredienst” kan ons slechts tijdelijk verwarmen, en dan nog onder voorwaarde, dat de mensch zelf zich eerst goed heeft ontadeld, en ontdaan van zijn oorspronkelijke verhevenheid als beeld Gods; en dat men tevens het oude godsbegrip stillekens onderschuift en inschuift in zijn godsbehoefte. — Meer dan een aesthetische verwarming geeft het echter niet. Het: „ik geloof in God des Vader” kan dan niet op de lippen komen, Geen vaderhart staat daar voor ons open, om ons onrustig en verslagen hart te troosten. Wie de zonde ontkent en van haar diep schuldig karakter berooft, zal in zijn kwasi-religie, uit den aard, een onvoldaanheid moeten boeken.

(Wordt vervolgd.)

Arnhem. Wisse.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 februari 1924

De Wekker | 4 Pagina's

Moderne Religie (II)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 februari 1924

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken