Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zegenend scheiden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zegenend scheiden

7 minuten leestijd

„En Hij leidde hen buiten tot aan Bethanië, en Zijne handen opheffende, zegende Hij hen.En het geschiedde, als Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde, en werd opgenomen in den hemel.En zij aanbaden Hem…..Luk. 24 : 50—52.

Veertig dagen lang heeft, na Zijne opstanding, de Heiland Zich levend vertoond aan Zijne discipelen, in welken tijd Hij hun sprak van de dingen, die het Koninkrijk Gods aangaan, hen vertroostte en ben voorbereidde op Zijn naderend henengaan tot den Vader.
De laatste maal verschijnt de Heiland den Zijnen te Jeruzalem en leidt Hij ze naar buiten de stad tot aan Bethanië. Daar, in de nabijheid van het vlek, waar de Heiland in de laatste dagen Zijner omwandeling veel had verkeerd, het vlek, waar Maria en Martha en Lazarus woonden, daar op de helling van den Olijfberg, verricht Jezus Zijne laatste priesterlijke handeling aan de Zijnen.
Onder opheffing Zijner handen zegent Hij hen. Is het een wensch, dien de Heiland hen toespreekt, een wensch, die als een heilige bede is voor hun geestelijk heil? Zeker niet, de zegen, die Christus geeft, is meer dan wensch, is een waarlijk geven, is eene ontwijfelbare toezegging of belofte van heil; een daad, die niet slechts doet hopen op iets, maar verzekering schenkt en de ziel vervult met vrede en blijdschap. Het moge zijn, dat Jacob op zijn sterfbed profetisch zegent zijne zonen, zelf was Jacob niet bij machte zijne zegening in vervulling te doen gaan en ware er een onder de broederen geweest, die den zegen in twijfel trok, Jacob had hem het geloof en dus de waarschuwing of de bemoediging of den troost van zijnen zegen niet kunnen bijbrengen. Maar Hij, die Zijne handen uitbreidt over Zijne jongeren, is het, wien de Vader alle macht gegeven heeft in hemel en op aarde, de macht over het stoffelijke en het geestelijke, de macht over het verstand, het gevoel en den wil des menschen, de macht over het hart. En als Hij zegent, dan geeft Hij bij den zegen bet geloof in Hem, dat van den zegen verzekerd doet zijn. Als Hij zegent, dan doet Hij het als Degene, die te beschikken heeft over alle goede gave en volmaakte gift, over de gewisse weldadigheden Davids, genade en vrede.
Wat zullen die discipelen eerbiedig het hoofd gebogen hebben; hoe zal hunne ziel zich geopend hebben om te ontvangen de druppelen der vertroosting en versterking. Zij hebben het gevoeld, het heilige van die oogenblikken. Geen onvervulde wensch in het hart, geen nevengedachte in het hoofd, zoo ontvangen zij den zegen huns Heeren.
En onder dat zegenen, scheidt de Heiland van hen en zij zien Hem opvaren naar den hemel met uitgebreide armen. Hooren zij geene woorden meer, toch worden zij gezegend. Zie, het opheffen der banden is als het uitbreiden eener bescherming, als het nemen onder de hoede, en die gezegende handen des Heilands — wijzen de teekenen der nagelen niet op onbegrijpelijk groote en onbeschrijfelijk teedere liefde? — die gezegende handen des Heilands spreken van Zijnen arbeid terwille van de Zijnen, spreken van zegening op zegening, die Hij schonk aan armen en ellendigen. Zij hebben melaatschen aangeroerd, die hunne kwaal voelden wijken; blinde oogen, die ziende werden; doove ooren, die geopend werden; Zijn hand raakte de baar aan, waarop de gestorven jongeling lag te Naïn; Zijn hand vatte de hand van het dochterke in Kapernaüm. De handen des Heilands maken gezond, maken levend. En de teekenen zijn slechts teekenen. Wat Christus deed voor en in 't natuurlijke, is afschaduwing van 't geen Hij is voor 't geestelijke, de Heiland Zijns volks.
Christus' handen over de discipelen! Als wij dat mogen beleven, hoe worden wij dan verzoend met het lot, waarin wij deelen; hoe valt dan alle gedachte aan gemis weg. Want Zijne zegenende handen nemen ons voor Zijne rekening, zij troosten meer dan de hand eener moeder; zij sterken in zwakheid en vervullen ons hart met Zijn leven en Zijn goed.
Neen, daar is geen smart geweest bij de discipelen, toen zij hunnen Heere zagen opnemen in heerlijkheid. En dat niet uit overlegging des verstands, zelfs niet uit die van het geheiligd verstand, maar omdat zij gezegend werden. Onder die zegening waren zij zalig stil, als een gespeend kind bij zijne moeder.
Zegenend vaart Christus ten hemel en de discipelen staren Hem na, zoolang, tot eene wolk Hem wegneemt van hunne oogen. En nu zien zij die opgeheven banden niet meer. Zijn zij achter die welk, zijn zij in den hemel niet meer uitgebreid over de Zijnen? Gewis! Hij die verhoogd is aan 's Vaders rechterhand, gekroond met heerlijkheid en majesteit, zetelt daar, opdat het welbehagen des Heeren door Zijne hand gelukkiglijk zal voortgaan. Zijne profetische bediening zet zich voort in de prediking des Woords, Zijn koninklijke bediening in de vergadering en bewaring Zijner kerk, en als Priester, die het offer voor de zonde der Zijnen heeft gebracht, bidt en zegent Hij. Daar in den hemel der heerlijkheid staat Christus met opgeheven handen, en die opgeheven handen strekken zich biddend uit tot den Vader, en zegenend over de Zijnen, en gebed en zegen vloeien samen in Zijn werk als verheerlijkte Middelaar.
Volk des Heeren! dat is uw bewaring, uw behoud, gelijk het ook uw leven is! Het zij ook uwe vertroosting! Opgeheven banden zijn over u, opdat gij niet verloren gaat; opdat gij zoudt deelen in de zegeningen van den Gods Jacobs; opdat gij de verborgenheden des Heeren zoudt genieten; opdat gij zoudt wassen in Hem, kleiner zoudt worden in uzelf; opdat al uwe afkeeringen genezen zouden worden en uwe ziel zou roemen in Gods weldadigheid.
Opgenomen in den hemel — alzoo ver af: zegenend aldaar en aldus, voor het geloof, o zoo dicht bij.
Waar het geloof werkzaam mag zijn met den Heiland, daar worden de opgeheven handen gezien, getast; daar wordt het goede des Heeren gesmaakt, geroemd ra Zijne nabijheid en ondersteuning; daar weet men zich veilig te midden van de stormen, die uit 's afgronds diepten opkomen. Daar verneemt de ziel: „Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude”; daar ervaart zij: „Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met de rechterhand mijner gerechtigheid.”
Door het geloof zien wij die opgeheven handen. Maar als het geloof verslapt, als de werkzaamheden er van verminderen, wat kan Jezus dan verre lijken, want dan zien wij niet en wordt onze aandacht in beslag genomen of door de dingen der wereld of door de ongestalten onzes geestelijken levens. Dan vraagt de ziel in nood en ellende:

…Is 't waar? zou God
Ook weten van mijn droevig lot?
Zou d' Allerhoogste van mijn klagen
En bittre rampen kennis dragen?

Maar ziende op Jezus, verhoogd aan de rechterhand des Vaders, ziende op Hem, den biddenden Hoogepriester, wijkt die vraag. De Allerhoogste kent ons lot, onze rampen; want Jezus maakt ze Hem bekend en Hij pleit om ontferming en genade, en Zijne handen zeggen bet ons dat er schuldvergeving, dat er leven is voor allen, die in Hem hun heil, hun hoogst geluk beschouwen, die Sions Vorst erkennen voor hun Heer.

En zij aanbaden Hem.
Dat is de vrucht, aan den zegen van Christus verbonden.
Aanbidden van Christus, als den van God gegeven Koning, en in Hem, van God Drieëenig, de zaligheid der Zijnen.
Moge op het feest der hemelvaart onze ziel in aanbidding opzien tot Hem, die aan de rechterhand Gods verhoogd is, ons Vleesch en Bloed met goddelijke eere gekroond, met uitgebreide handen biddende en zegenende.
Dan zoeken wij onze zaligheid niet in onszelf, of in iets hier beneden, maar buiten onszelf in Hem.
Breid, o Heiland, Uwe handen uit over Uwe Kerk!
Breid ze uit, ook over mij!

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1924

De Wekker | 4 Pagina's

Zegenend scheiden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1924

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken