Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

In Vreeze Wandelen (II)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

In Vreeze Wandelen (II)

7 minuten leestijd

„.... wandelt in vreeze den tijd uwer inwoning.1 Petr. 1:17b.

Dat de apostel Petrus met die vreeze bedoelt de kinderlijke vreeze, wordt, zeiden we, bevestigd door de beide drangredenen, waartusschen zijne opwekkende vermaning staat.
In het eerste gedeelte van ons tekstvers lezen wij: „En indien gij tot eenen Vader aanroept Dengene, die zonder aaaneming des persoons oordeelt naar eens iegelijks werk.” In vers 18 en 49 zegt hy: „Wetende, dat gij niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost zijt uit uwe ijdele wandeling, die u van de vaderen overgeleverd is; maar door het dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt lam.”
Eenerzijds wijst de apostel op de erkenning van Gods gezag; anderzijds op de dankbaarheid, Gode verschuldigd vanwege Zijne weldaden, in Christus bewezen.
Zoo beschamend klinkt het goddelijk verwijt in de vraag des Heeren aan Zijn oude bondsvolk (Mal 1:6): „Ben ik dan een Vader, waar is Mijne eere?” Een vader heeft recht op de gehoorzaamheid van Zijn kind. Dat is zoo in het natuurlijke leven. Hoeveel te meer heeft God de Heere dan recht om gehoorzaamheid te eischen van Zijne kinderen ? Om van hen te verlangen, dat zij zouden vragen naar Zijnen goeden en welbahagelijken en volmaakten wil, opdat Zij voor Zijn aangezicht in oprechtheid zouden wandelen? In den weg der wederbaring en bekeering leeren zij Zijnen wil toevallen. Zij leeren dien wil kennen als betamelijk niet alleen, maar ook als bedoelende de verheerlijking Gods en hun eigen zaligheid. Zij krijgen Zijne wet lief. Zijne geboden Zijn hunne vermakingen. En alzoo is de wet des Heeren hun geen opgelegde last maar lust des levens. Hunne begeerte is in die wet, omdat Zij Gods wet is, kon het zijn, volkomen te wandelen. De overtreding van des Heeren heiligen wil kan, indien zij aan die overtreding ontdekt worden, niet anders doen dan hun smart veroorzaken. Want het gaat in de onderhouding van Gods geboden niet om de zelf-redding, maar om den Heere zelf.
„Zonder aanneming des persoons oordeelt de Heere naar eens iegelijks werk.” Wat kan dat bij een aardsch vader veel te wenschen overlaten 1 Hoe kan er een voortrekken zijn van het eene kind boven het andere! Wat ellende heeft dit reeds in vele huisgezinnen veroorzaaktl Hoevele vaders hebben daardoor hunne kinderen van zich vervreemd! Zij Zijn zelf de oorzaak geworden, dat de liefde verkoelde bij den een, die met on barmhartigheid soms behandeld werd; bij den ander de liefde oversloeg in eene miskenning van het vaderlijk gezag. Neen, voorwaar, het God als Vader aanroepen geeft geen vrijbrief om maar te doen en te laten, wat men wil. Alle antinomisme (tegen of zonder de wet leven) is niet uit den Heere maar uit den booze. De God des Verbonds houdt Zijn verbond, doch doet bezoeking over het verlaten van Zijnen weg, over de afkeerigheden Zijner kinderen.
Heeft God lust in de bestraffing der Zijnen? Geenszins. Zijn lust is hierin, dat Zij wandelen in Zijne wegen. De zonde vertoornt Hem, de ongerechtigheid bedroeft Hem, want de zonde maakt eene scheiding tusschen den Heere en Zijn volk.
Wandelt in vreeze, opdat die scheiding, niet ontsta, maar dat de Heere Zich is Zijne algenoegzame liefde aan u openbare. Is dat ook voor uzelf niet noodig, kan uwe ziel rusten in de ongerechtigheid, vrede hebben in een zondigen weg? Als wij den Heere missen, missen wij dan niet alles, indien tenminste nieuw leven in ons aanwezig is en de betrekking der liefde gekend wordt?
Zal echter de kinderlijke vreeze hare bestemming bereikt hebbes, indien er slechts geene zonde wordt gedaan, geene afwijking van 's Heeren wil gevonden wordt? Geenszins. Denk u een kind, dat in alles zijnen vader gehoorzaamt. Niets ontbreekt aan de uitvoering van het gebod, aan de nakoming van bet verbod. Alzoo geeft het kind aan Zijnen vader geen enkele reden tot berisping en toch kan het zijn, dat de vader, als hij over dat kind nadenkt, geene bevrediging heeft. Een goed kind, noemt hij het, maar hij zou het toch liefst nog anders kennen. Het kan wezen, dat de wensch in hem opkomt, dat het kind eens wat minder nauwgezet gehoorzaam en wat meer hartelijk ware, niet, dit verstaat ge, om het eerste maar om het laatste. De liefde heeft niet genoeg aan gehoorzaamheid; zij vraagt wederliefde. Is het gehoorzamen alleen een gehoorzamen uil plichtsgevoel dan geeft het geene warmte, het straalt niet uit; er is eigenlijk geen ware eenheid.
Daarom moet bij het erkennen van het recht op gehoorzaamheid bij God ook de nadruk vallen op het recht der dankbaarheid, der liefde bij God. Niet slechts een passief (lijdelijk) volgen, ook een actief (dadelijk) liefhebben.
Daarop legt de apostel meer den nadruk in de tweede drangreden, waarin minder het recht, dan wel de dienens- en lievenswaardigheid des Heeren op den voorgrond treedt.
De apostel wijst Zijne lezers op de groote weldaad, die zij hebben ontvangen. Zij hebben die niet verkregen als loon op hunne werken, maar uit genade. Zij die van nature zijn kinderen des toorns, zijn verlost uit hunne ijdele wandeling. Zij leefden in de slavernij van zonde en ongerechtigheid en eigenwilligen godsdienst. Zij meenden vrij te zijn en verkeerden in da banden des satans. Zij, meenden op den weg der zaligheid te treden en liepen den 'weg des verderfs. Zij meenden Gode een dienst te bewijzen en verstonden het niet den Heere noodig te hebben tot hun behoud. In dien staat was er in hen geen ware kennis van God en de dienstbaarheid der zonde zagen zij voor vrijheid aan. Uit die dienstbaarheid zijn m verlost, niet door eenig menschelijk middel, maar door het dierbaar bloed van den Heere Jezus Christus. Hunne ziel moest vrijgemaakt worden èn van den toorn Gods èn van de gebondenheid aan de zonde, zouden Zij zalig worden. En het heeft Gode behaagd voor hen Zijnen Zoon over te geven in den dood en hen door Zijne trekking tot dien Zoon te leiden. Hoe hebben zij het ijdele hunner vorige wandeling in dien weg leeren kennen ! Hoe zijn hun de oogen geopend voor den staat des doods, waarin zij lagen ! Hoe hebben zij leeren roepen tot God om genade! En de Heere heeft genade gegeven ! Zij zijn verlost. God heeft het gedaan ! In hunne plaats staat het onbestraffelijke en onbevlekte Lam!
Gij kent bet verbaal van den slaaf, die publiek verkocht zou worden. Een heer, rijk in goederen, tegenstander van de slavernij, koopt hem en geeft hem de vrijheid. De neger kan dat niet begrijpen. „Gij kunt gaan, waar gij wilt, en doen, wat gij wilt; gij zijt vrij,” zegt hem de kooper. „Wat, mag ik gaan, waar ik wil, en doen, wat ik wil?” — „Zeker l” — „Dan zal ik u mijn gansche leven dienen.”
Flauw beeld van de dankbaarheid, die een verloste door het bloed des Heilands voegt! Geen schatten van goud of zilver zijn er voor hem betaald, maar de levens-schat van den Zone Gods en des menschen. O, al ware er geen |eed aan de verlating Gods en des Heilands verbonden, zou het hart niet vragen naar hetgeen den Heere kan groot maken; zou het niet leven in Zijnen dienst? Het staat naar de verheerlijking des Heeren.
Als wij de drangredenen des Apostels bezien, dan moeten wij zeggen, dat het niet meer dan redelijk en natuurlijk is, dat zulk een verloste wandelt in kinderlijke vreeze.
Maar als het dan redelijk en natuurlijk in, als het, als het ware, uit de weldaad vloeit, waarom dan nog de vermaning?
Laat ons deze vraag in een slotartikel trachten te beantwoorden.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1924

De Wekker | 4 Pagina's

In Vreeze Wandelen (II)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1924

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken