Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Trooster 2

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Trooster 2

7 minuten leestijd

„En hij noemde zijnen naam Noach, zeggende: Deze zal ons troosten over ons werk en over de smart onzer handen, vanwege het aardrijk, dat de HEERE vervloekt heeft.Gen. 5 : 29.

Een ander Kindeke dan Noach moest komen, en Het is gekomen.
Nog ééne week en de Kerk des Heeren viert haar Kerst-, haar Christusfeest. Opnieuw zal gewezen worden op hetgeen geschiedde in de volheid des tijds en meer, opzettelijker, dan anders zal de Gemeente herinnerd worden aan hetgeen zij zoo goed weet — de oude en toch altijd nieuwe, nooit verouderde tijding — dat Christus, de Heere, geboren is in Bethlehems stal. Wij zullen medeleven met Maria en Jozef, met de herders in Efrata's veld; zien wat daar geschiedde in de stad Davids; beluisteren het lied der Engelen, sprekende van eere, van vrede en welbehagen. Maar bovenal zullen wij geplaatst worden bij de kribbe, om dat Kindeke te zien, want niet de omstandigheden maken het Kerstfeest tot Kerstfeest, maar Christus, de Heere.
Velen zullen er zijn, die „aan het uiterlijke blijven hangen”. Het feest heeft voor hen bijzondere bekoring vanwege de lieflijkheid, die het omstraalt. De zachte kaarsvlam en schittering van den kerstboom zal helpen om een zekere gemoedelijke stemming te vormen, waarin het zoo vredig ademen is. De ernst zal over het hoofd gezien worden; men zal niet letten op de schaduw, die het kruis van Golgotha als vooruit werpt, omdat eigenlijk het ware doel van de komst des Woords in het vleesch niet wordt verstaan. Het Kerstfeest zal een voorbijgaanden indruk wekken.
Lamech bij Noach!
Wij bij de Kribbe!
Lamech kent de ellende, stelt met die ellende — laat het verkeerd zijn! — de geboorte van Noach in verband.
En wij, zien wij verband — en dat is er zeker! — tusschen onze ellende en de geboorte van Christus?
„Natuurlijk”, hoor ik iemand zeggen, „dat spreekt vanzelf; Jezus Christus is geboren, gekomen om zondaren te verlossen.”
Niemand, die daaraan twijfelt. Wij zijn dogmatisch te goed onderlegd, om dit niet te weten. Het maakt echter nog een groot onderscheid, of ik iets leerstellig goed en zuiver weet, dan wel, of het eene zaak voor mijn persoon geworden is; of ik te doen heb met de voorwerpelijke beschouwing van een feit, of dat ik er persoonlijk bij en in betrokken ben.
Dat de Heiland in het vleesch verschenen is, kan slechts voor hem, die zijne ellende kent, een reden tot dankbare erkentenis zijn van de trouw en de genade Gods, die er uit spreken. „Groote” blijdschap moet een reden hebben en die reden ligt niet in het komen van den Christus op zichzelf, doch ook, en dat wel inzonderheid, hierin, dat Hij kwam om verlorenen te redden.
Evenals bij Golgotha's kruis past ook bij Bethlehems kribbe een verloren zondaar, een zondaar, die zijne schuld kent en erkent en dat niet alleen in betrekking tot zijn eigen wel of wee, doch in zijne verhouding tot God. Meer dan spijt moet er zijn over zondige daden, woorden en gedachten, over de geheele verdorvenheid zijner natuur; hij zal den rouw moeten kennen, die hem zich niet slechts onder God maar voor God doet vernederen. Zulk een kan zichzelf niet op de been houden; hij heeft een Verlosser noodig; hij moet troost ontvangen. Menschen kunnen hem dien niet schenken! zijn zij geen ijdele, nietige vertroosters? Wat kunnen zij meer brengen dan wat afleiding? Hun medelijden moge den vorm er van hebben, doch waarlijk mede-lijden kunnen zij niet. En, hoe goed bedoeld ook de besprekingen, de bemoedigingen, de verzekeringen van Gods kinderen onder elkander mogen zijn, zij zijn niet in staat de leegte te vullen in het hart van hem, die God mist.
Dat kan alleen Hij, die gekomen is om de oorzaak der scheiding, de zonde en schuld, weg te nemen. Daarom ook wordt de ware vrede, de standvastige vrede, eerst dan gevonden, als Hij de onze, wij de Zijnen zijn.
Er zijn er, die eigenlijk niet weten, waartoe zij Jezus noodig hebben, ook al hebben zij den mond vol van Hem. Zij gaan dan ook niet tot het Kindeke om in dat Kindeke hun troost te vinden; zij gaan langs Bethlehems kribbe heen en „Jezus van Nazareth gaat aan hen voorbij,” zonder dat de noodkreet uit de ziel opstijgt, om door Hem geholpen te worden. Zeg niet, dat zij niet iets bekoorlijks in Hem vinden; dat doen zij, doch noodzakelijk is Hij hun niet geworden. Er is geen uitzien naar Hem, geen schreien om Hem, geen roepen tot Hem. En zoo gelooven zij in Zijn schriftmatig Messiasschap, in Zijne beteekenis voor de heilsleer. Gelooven zij ook in Hem?
Als de herders zich buigen over het Kindeke, als na ruim twee maanden de Wijzen uit het Oosten Het aanbidden, dan zien dezen in Hem de vervulling hunner behoefte. Dat is geloof! En dat geloof wekt de hope, de verwachting, de zekerheid van hun troost.
En ook als wij in Hem de vervulling van onze behoeften mogen zien, gij van de uwe en ik van de mijne, dan is er troost in Hem, dan is Hij onze troost; het moge zijn, dat wij den Christus mogen mijnen, of dat wij, schuchter tegenover deze groote zaak, nog als van verre naar Hem uitzien; er zijn toch werkzaamheden omtrent Hem, de ziel hijgt naar Hem. „Mocht ik Hem de mijne noemen.”

Jezus Christus is de Trooster.
Om de Trooster te kunnen zijn, heeft Hij Zichzelven vernietigd (ontledigd) en de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen, is Hij mensch geworden in de gelijkheid des zondigen vleesches, ligt de Mede-Schepper van hemel en aarde als hulpbehoevend Kindeke in Bethlehems stal. Hij, de waarachtige God en het eeuwige Leven. Om Trooster te zijn, heeft Hij Zichzelven gegeven in lijdelijke en dadelijke gehoorzaamheid aan Zijnen Vader, den Rechter van hemel en aarde; is Hij tot zonde gemaakt.
En in Zijn lichaam en ziel, in Zijne persoonlijkheid, heeft Hij de zonde van onze persoonlijkheid, van onze ziel en ons lichaam gedragen. Onze zonde, onze straf, ons oordeel heeft Hij getorst en alzoo in den weg van voldoening van Gods recht, verzoening verworven voor doemschuldigen.
In Bethlehems kribbe ligt de Borg, de Middelaar.
God en mensch in de eenigheid Zijns Persoons is Hij het, die Israel verlossen kan, een volkomen rantsoen kan aanbrengen voor Zijne zonden.
Zijne wonderen en teekenen, die Hij deed tijdens Zijne omwandeling op aarde, zijn èn teekenen Zijner zending èn afbeeldingen (typen) van het groote doel van zijne komst.
Hij is niet gekomen om kranken te genezen, om dooden op te wekken; daarin toch bestaat het zaligmaken niet. Maar uit deze reddingen, die heenwijzen naar de redding van verloornen blijkt toch, welk een Trooster Jezus is.
Hij troost de blinden door wegneming hunner blindheid, melaatschen door hunne reiniging; Hij troost Jaïrus en zijne vrouw. Hij troost de weduwe te Naïn, Hij troost Maria en Martha door de opwekking van dochtertje, zoon of broeder. Zoo kon niemand troosten.
En zoo troost Hij de geestelijk blinden, de geestelijk melaatschen; zoo troost Hij, de rouwenden vanwege den dood hunner ziel.
Zalig, wie Hem tot Trooster mag ontvangen. Neen, bekommerde vanwege uwe zonden, uwe ongerechtigheden zijn niet te zwaar, te menigvuldig voor Hem! Uw verderf, uwe verdoemenis heeft Hij gedragen!
Zie Hem, als de Gave Gods tot uwe verzoening! Zie op Hem geladen al uwe krankheden! De Geest des Heeren bearbeide u, opdat gij met al uwe nooden en behoeften tot Hem de toevlucht moogt nemen, opdat hij u worde het Lam Gods, dat niet alleen de zonde der wereld draagt, maar dat uwe zonden draagt.
Ons Kerstfeest zij ons leest om het Borgschap des Geborenen.
Dan zullen wij, zonder miskenning van het lieflijk licht dat voorzeker straalt op dit feest, dieper zien dan de oppervlakte!
Dan zal het Kerstfeest ons hope geven en in die hope doen roemen: Deze zal ons troosten!
F. Lengkeek

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 december 1925

De Wekker | 4 Pagina's

De Trooster 2

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 december 1925

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken