Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Te vroeg gejuicht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Te vroeg gejuicht

5 minuten leestijd

Op den Theologischen schooldag, kort geleden te Kampen gehouden, heeft Ds. Klaarhamer van Dokkum gesproken over het onderwerp: „Twee en toch één.” De spreker pastte dit toe op de sedert 1892 vereenigde kerken, uit de Afscheiding en Doleantie geboren. Herinnerd werd aan het woord van den ouden Ds. W. H. Gispen, gesproken op de Synode, bij de vereeniging op 17 Juni 1892 tot Dr. A. Kuyper: „Zoo hebben wij dan te niet gedaan hetgeen eens kinds was.” Spreker noemde dit een profetisch woord, want wet scheen het na dien tijd nog wel eens of het „één en toch twee was” maar de eenheid heeft gezegevierd over de tweeheid en triomfantelijk riep spreker uit: „En thans kunnen wij op de vroegere tweeheid terugzien in het verheffend besef van onze eenheid.” Zou Ds. K. bier niet te vroeg gejuicht hebben?
Er zijn nu vijf en dertig jaren voorbijgegaan, sedert de vereeniging van de twee kerkengroepen tot stand kwam. De strijd echter tusschen die groepen van 1892 tot 1905 gestreden, heeft duidelijk doen zien dat er geen eenheid was in de leer en dat oud en nieuw Calvinisme of de oude Christelijke Gereformeerde leer en de neo Gereformeerde als twee kampioenen tegenover elkaar stonden.
De strijd is geluwd, sedert de Utrechtsche Synode in 1905 eenige leerstellingen poneerde, die beide partijen bevredigden, maar waarin de tweeheid in de leer gehandhaafd bleef, zoodat beide partijen er hun stellingen in terugvonden.
De tweeheid van beginsel bleef ook bestaan, doch werd niet zoozeer op den voorgrond geplaatst, zoodat ook hier schijnbaar eenheid was.
Ook de tweeërlei opleiding te Kampen en Amsterdam scheen geen strijd meer te doen ontbranden daar de Theol. School met rust werd gelaten. En vooral de gemeenschappelijke strijd tegen Dr. Geelkerken, om de autoriteit van Gods Woord te handhaven, deed de tweeheid achter de eenheid schuil gaan.
Evenals echter de zon, na een tijd achter de wolken verborgen te zijn geweest, daarna weer glansrijk hare stralen uitzendt, zoo ook is opnieuw de tweeheid weer duidelijk te voorschijn getreden, waar het de beginselen raakt.
Nog niet eens is de strijd tegen de anti-Assen beweging ten einde, of het blijkt, dat de a s. Synode, die weldra te Groningen saamkomt, het moeilijk probleem zal hebben op te lossen, hoe de tweeheid tot eenheid gebracht zal worden.
Want het is nog lang niet één, maar nog twee. De particuliere Synode van Overijsel zal op de Generale Synode het voorstel brengen om ook aan de Theol. School het jus promovendi te verleenen, m.a.w. dat ook te Kampen studenten kunnen doctoreeren in de theologie. Kampen moet hetzelfde recht hebben als Amsterdam, de Theol. School hetzelfde promotierecht als de Vrije Universiteit.
Nauwelijks is dit voorstel bekend of Dr. H. H. Kuyper heeft de pen er tegen opgenomen en in „de Heraut” betoogd, dat de Synode van 1914 reeds de principieele beslissing heeft genomen, dat de Theol. School als kerkelijke inrichting als zoodanig op het promotierecht geen aanspraak kan maken. Hiermede is de zaak beslist, volgens Dr. K., en acht hij het bedenkelijk, nu nog geen dertien jaar verloopen zijn, op deze beslissing terug te komen.
In „de Bazuin” komt Dr. Bouwman hier tegen op en deze wijst er dan op, dat in die Synode van 1914 „eigenaardige invloeden op de daar genomen beslissingen gewerkt hebben” en dat Prof. Lindeboom na de gehoorde besprekingen verklaarde, dat „zijns inziens de Synode niet in staat was om eene bizondere beslissing te nemen”. De kwestie werd volgens prof. Bouwman op de Synode „vertroebeld”. Daar was het dus ook twee en niet één.
En zoo is het nog. in „de Reformatie” klaagt prof. Hepp, dat de oude opleidingskwestie weer opgerakeld wordt. Hij voorspelt opnieuw een voortduren den strijd. „Te Assen, schrijf: bij „kon één lijn getrokken worden, want er was niets dat verdeelde, dat zal nu anders worden”, Intusschen schrijft prof. Hoekstra van Kampen in „de Bazuin”: „Lang genoeg is de Theol. School, die eene dochter der Kerk is, als een stiefkind behandeld, het wordt tijd, dat zij uitgroeie tot een volledige Theol. Hoogeschool”.
En ten slotte schreef prof. Bouwman in „de Bazuin”: „Niet één onzer studenten dreigde af te glijden met de verkeerde strooming, die aan de V. U. onderscheidene jonge mannen meetrok”, waarop prof. Hepp hem vraagt in „de Reformatie”: „Is hij daarvan wel zoo zeker? Wij publiceeren niets, want publicatie zou kunnen bederven, wat mogelijk nog terecht komt. Onder vier oogen willen wij prof. Bouwman gaarne mededeelen, waarop wij doelen”.
't Is dus wel te vroeg gejuicht, „twee en toch één”. De tweeërlei beginselen van scheiding en doleantie blijven bestaan, omdat het beginselen zijn, die uit verschillenden grondslag opgroeien, principieel tegenover elkaar staan en steeds weer als twee in het licht treden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juli 1927

De Wekker | 4 Pagina's

Te vroeg gejuicht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juli 1927

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken