Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het heilig Evangelie naar de beschrijving van Markus (XIX)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het heilig Evangelie naar de beschrijving van Markus (XIX)

4 minuten leestijd

3:11—12. Christus tegenover onreine geesten.

Er is daar aan de zee van Galilea, het meer van Genezareth of Kapernaüm, heel wat gebeurd. In de kracht Zijner wondermacht heeft Jezus Zich geopenbaard en velen hebben zich verlost gezien van ziekten en kwalen, waaronder zij gebukt gingen.
Reeds eerder, bij Markus 1:23—28, merkten wij op, dat de dagen van de openlijke werkzaamheid van den Zoon des menschen geweest zullen zijn dagen, waarin bijzonder de vorst der duisternis zijne macht over de menschen ontplooide; nergens is hij meer wakker, dan waar Gods genade zich vertoont, Is het wonder, dat de sterke alles in het werk stelt, als de Sterkere komt om hem zijne vaten te ontrooven? Er waren in den tijd van den Heere Jezus velen, die niet slechts gelijk de anderen lagen in de boeien der zonde, verguld of niet-verguld, maar die de satan gekozen had om er zijn trawanten in te doen wonen. Een zondaar is een schuldig schepsel en ieder, die uit genade wat anders heeft leeren kennen, dan hij van nature is, wil er wel gaarne bijvoegen: ook diep te beklagen; — hoeveel te meer geldt dit den bezetene! Hij is geheel in de macht van den booze; wat hij — hoewel gevallen — als redelijk-zedelijk schepsel nog kon zijn, is tot een onmogelijkheid gemaakt. Hij leeft onder den knoet des satans, die zijne ziel striemt en in onrust houdt, en haar drijft in die richting, waarin het voorportaal der hel ligt.
Ook onder de menigte aan het strand werden ze gevonden!
Hoe verschrikken zij op het zien van Jezus! Zij? Neen veeleer de booze geesten, door welke zij beheerscht worden, zij ver-schrikken! De apostel Jacobus schrijft (2:19): Gij gelooft, dat God een éénig God is; gij doet wel; de duivelen gelooven het ook, en zij sidderen. Zoo hebben ook de booze geesten geloofd, dat Jezus was de Gezondene des Vaders, om de werken des duivels te verbreken; om aan zijne heerschappij en die zijner trawanten een einde te maken. Zij hebben het geloofd, d. i. in hun geheele zijn geweten, maar — dit is de ontzettende staat des satans — zich niet kunnen bekeeren! Zoo verschijnt hun Jezus, de Zaligmaker der wereld, als hun — schrik maar niet van dit woord — als hun Verdoemer!
Is het wonder, dat zij Hem haten, en ook, dat zij, zich onmachtig kennende tegenover Hem, zich geveinsdelijk onderwerpen, ja, Hem in vleiende belijdenistaal wat gunstig trachten te stemmen?
En de onreine geesten, zoo lezen we, als zij Hem sagen, vielen voor Hem neder — de geveinsdelijke onderwerping — en riepen, zeggende: Gij zijt de Zoon Gods! — de belijdenistaal!
Zoo zijn zij predikers van den Christus. Zeker, het zijn geen geroepen en gezonden predikers; ook geen gewilde. Christus wijst ze af! Geen gemeenschap tusschen Christus en Belial!
Hij gebood hun scherpelijk, dat zij Hem niet zouden openbaar maken!
Vernietigend oordeel voor de satan en de zijnen!
Paulus drukt in Filippi de voetstappen des Heilands, als hij den waarzeggenden geest uit de dienstmaagd uitdrijft, hoewel hij toch die dienstmaagd van Paulus en zijn metgezellen doet roepen: Deze menschen zijn dienstknechten Gods des Allerhoogsten, die ons den weg der zaligheid verkondigen.
Aangezien de Heere ook menschen wel verboden heeft Hem, of hetgeen door Hem verricht werd, ruchtbaar te maken, ligt in het verbieden van de onreine geesten nog iets anders. Het is dit, dat de Heiland niet wilde, dat voor Hem gebazuind werd. In Matth. 12:16 wordt ons gezegd, dat de Heere de schare verbood Hem openbaar te maken en de Evangelist laat daarop volgen de uitspraak van den profeet Jesaja (42:1—4): Zie, Mijn knecht, welken Ik verkoren heb, Mijn Beminde, in welken Mijne ziel een welbehagen heeft; Ik zal Mijnen Geest op Hem leggen, en Hij zal het oordeel den heidenen verkondigen. Hij zal niet twisten, noch roepen, en niemand zal Zijne stem op de straten hooren. Enz.
Geen lof, geen reclame van op of onder de aarde!
Christus' lof is de eere Zijns Vaders!
Zijn reclame is de werking des Heiligen Geestes!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1927

De Wekker | 4 Pagina's

Het heilig Evangelie naar de beschrijving van Markus (XIX)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1927

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken