Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het Heilig Evangelie naar de beschrijving van Markus

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het Heilig Evangelie naar de beschrijving van Markus

5 minuten leestijd

XXVI.

4 . 21—25. Het openbaar worden van het Koninkriijk.

Wat Christus den Zijnen verkondigt, is niet bestemd om verborgen te blijven. Het moet — en dat wel uit zijn aard — openbaar worden. Om dit te doen uitkomen gebruikt de Heiland het beeld eener kaars, die vanzelf gebezigd wordt om schijnsel te geven.

Hij zeide tot hen: Komt ook de kaars, opdat zij onder de korenmaat of onder het bed gezet worde? (Is het) niet, opdat zij op den kandelaar gezet worde?

De dwaasheid van deze onderstelling treedt aanstonds aan den dag. Een kaars onder de korenmaat, en alleen het binnenste der maat wordt verlicht; een kaars onder let bed, de geringe verbooging, waarop het bed wordt gespreid, wij zouden zeggen; de bedstede, en alleen een weinig schijnsel wordt langs den vloer opgemerkt. Daartoe, tot dit laatste, moge de kaars in een bij zonder geval eens gebruikt worden, om iets onder het bed te zoeken, het gebruik van de kaars dient, om zooveel mogelijk de duisternis te verdrijven.

Zoo is het ook met de prediking des Woords. Het licht des Woords moet stralen niet om een enkel gedeelte des harten, maar het geheete hart te verlichten. En van den enkelen mensch, moet het gaan lot heel de menschheid, om allen te verlichten. Christus is het Licht der wereld, en Zijne prediking brengt licht, en zij, die Zijne prediking hooren, ontvangen baar niet, opdat zij haar voor zichzelf zouden houden. Ook zij worden lichtdragers, kaarsen. Daarom zegt de Heere: Want er is niets verborgen, dat niet geopenbaard zal worden; en er is niets geschied (om) verborgen (te zijn), maar opdat het in het openbaar zou komen. Dan schat der openbaring van Jezus Christus, in woord en werk, eene openbaring, verklaring des Vaders, moeten en zullen de discipelen des Heilands uitdragen, opdat de kracht ervan de wereld bekend worde.

Welk eene zendingsroepstem komt er in dit woord tot ons! Zeker is de bediening in de eerste plaats van belang voor ieder, die haar hoort. Maar dan, als de prediking baar nut doet, dan moet en zal het Woord verder zijn loop moeten hebben. Zoo dat niet geschiedt, is dit een bewijs, dat de prediking geen nut heeft gehad. Geen nut! Maar bij deze ontkenning kunnen wij niet blijven staan! Naar de oude woordspeling is de prediking des Woords ten voordeel of ten oordeel, en dit laatste in den zin van: ter veroordeeling. Een van beide: Wij zullen de waarheid verstaan en zij zal ons vrijmaken, of. — wij hooren de waarheid en verstaan ze niet, en zij zal in het gericht Gods ons veroordeelen! Dat legt op prediker en hoorder des Evangelies een groote verantwoordelijkheid. Op den prediker, opdat hij het Woord brenge, gelijk hij het van Christus ontvangen heeft; op den hoorder, opdat hij naar het Woord luistere met de grootste belangstelling, bedenkende, wat tot zijn eeuwig behoud en vrede dient.

Zoo iemand ooren heeft om te hooren, die hoore! Jezus drukt met dit woord den ernst der zaak Zijnen discipelen op het hart. Het gaat om hunne zaligheid, maar ook om de zaligheid dergenen, met wie ze in den weg van Gods voorzienigheid in aanraking zijn of komen. Daarom ook: Ziet, wat gij hoort! Met wat maat gij meet, zal u gemeten worden, en u die hoort, zal (meer) toegelegd worden. Want zoo wie heeft, dien zal gegeven worden, en wie niet heeft, van dien zal genomen worden ook dat hij heeft.

Een gevend Christen is een ontvangend Christen. Zeker kan de Christen niet buiten de tijden van afzondering tot gebed en overdenking Zijne plaats is evenwel in de wereld om daarin een uitdeeler te zijn van hetgeen hij ontving Zal hij daardoor verlies lijden? Geenszins! Hoe meer hij mag mededeelen uit den schat van geloof, hoop en liefde; uit den schat van kennis en genade — hoe meer het eigen geloof, de eigen hoop en liefde, de eigen kennis en genade vermeerderen zullen. Die in zegening zaait, zal ook in zegening maaien; die spaarzamelijk zaait, maait ook spaarzamelijk. Dit geldt van den persoon, van de gemeente van heel de Kerk. Laten wij na te geven, het komt tot verarming des levens, en al is het, dat het leven — zoo het er door Gods genade is, kan het niet sterven — blijft, de verschrompeling er van zal de blijdschap dooden. Mogen wij echter hooren, gelijk de Heere dat wil, d.i. de waarheid zoo verstaan, dat wij werkelijk lichtdragers worden, dan zal, naar 's Heeren Woord, meer toegelegd worden, d.i. er zal opwassen zijn in de kennis en genade; het leven zal het bewijs des levens in zichzelf hebben. Voor hem zal in dien weg de grootste versterking des levens liggen.

Wie heeft zal dus ontvangen.

Wie niet heeft en, als uiterlijk verlicht, mogelijk meent toch veel te bezitten, van dien zal genomen worden, ook wat hij heeft. Met leege handen beeft hij gestaan voor de menschheid, waarin hij verkeerde, met leege handen zal hij eens staan voor zijnen Rechter.

Zalig hij, die wèl hoort!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1928

De Wekker | 4 Pagina's

Het Heilig Evangelie naar de beschrijving van Markus

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1928

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken