Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Christ. Gerei. Schoolonderwlls

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Christ. Gerei. Schoolonderwlls

11 minuten leestijd

De Synode besloot het onderstaand schrijven aan haar van de Ver, voor Chr. Ger. Schoolonderwijs door middel van „de Wekker” ter kennis der geheele Kerk te brengen.

Aan de Generale Synode der Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland, vergaderd te Apeldoorn, Juli 1928.

WelEerwaarde en Eerwaarde Broeders,

De Vereeniging voor Christelijk Gereformeerd Schoolonderwijs,.heeft krachtens een besluit der Jaarvergadering, gehouden in Augustus 1927, de eer Uwe vergadering het volgende ter overweging aan te bieden.

Met belangstelling heeft de Vereeniging vernomen dat vanwege de Particuliere Synode van het Noorden de volgende vraag ter Uwe beantwoording is gesteld: „ Wat kan de Kerk doen om meerdere belangstelling op te wekken voor Christelijk Gereformeerd Schoolonderwijs ?”

Het verheugt ons, dat onze Kerk in Synode bijeen, thans ook hare aandacht aan deze belangrijke kwestie te wijden heeft. Immers, vanaf de dagen der Scheiding is de vraag omtrent het onderwijs aan onze kinderen een onderwerp van bespreking geweest op de meerdere kerkelijke vergaderingen. In 1849 sprak de Synode der Christelijke Afgescheidenen o. m. uit: dat het de verplichting der kerk was te zorgen voor oprichting van lagere scholen en voor het verkrijgen van bekwame schoolonderwijzers. Op de Synode's van 1872, 1875, 1877,1888 werd telkens over dat Christelijk onderwijs gesproken en besluiten genomen. En na 1892 heeft de Synode van 1898 het volgende besloten: De Synode spreke uit, dat zij ernstig gevoelt de volstrekte onbruikbaarheid der openbare school en de volstrekte noodzakelijkheid van Christelijk onderwijs voor de kinderen van onze kerk, maar dan ook Christelijk onderwijs, gegeven naar luid van Gods Woord, overeenkomstig de belijdenisschriften, door onze Kerk aanvaard. Waar zulk onderwijs niet kan worden genoten, wende men pogingen aan zelf scholen te stichten enz.

De Synode van 1905 nam een besluit, waarbij hooge noodzakelijkheid van Christelijke Gereformeerde Scholen werd uitgesproken.

In 1909 kwam van de Classis Dordrecht een instructie, behelzende het verzoek om uit te spreken de noodzakelijkheid van een Christelijke Gereformeerde kweekschool voor onderwijzers(essen). De instructie werd ingetrokken, wijl de synode de onmogelijkheid daarvan inzag. Maar uitgesproken werd, dat men van onderen op moet werken, „de opleiding komt voort uit de school”, waaruit volgt, dat lagere scholen noodzakelijk worden geacht.

Dit alles doet blijken, dat voortdurend het Christelijk onderwijs een zaak van overweging was in de Christelijk Gereformeerde Kerk.

Inmiddels hebben de toestanden op onderwijs gebied zich zeer gewijzigd. De wetten des lands hebben ons als Christenouders rechten en vrijheden toegekend, die ons voorgeslacht niet kende. Dat te meer moet ons, zonder zelfs nog te letten op wat onze vaderen deden, aansporen tot verdubbelden ijver om te komen tot eigen Christelijk Gereformeerd Schoolonderwijs.

Over het algemeen valt op te merken, dat onze menschen zich reeds tevreden stellen, zoo hun kinderen onderwijs ontvangen op reeds bestaande Christelijke scholen, liefst op die, welke het dichtst in de buurt zijn. Dat we zelf op dat terrein een roeping te vervuilen hebben naar eigen belijdenis, wordt maar al te weinig begrepen. Gelukkig mogen wij betuigen, dat een kentering te constateeren valt. Dat bewijst onze vereeniging. Momenteel zijn daarbij aangesloten 6 plaatselijke schoolvereenigingen, Amsterdam, Enschedè, Nieuweroord, Rotterdam, Sneek en Utrecht, waarvan vier een eigen school hebben of in de naaste toekomst D.V. verkrijgen zullen. Verder telt de vereeniging vele verspreide leden uit alle oorden des lands, w.o. 16 onzer predikanten.

Dat ons volk een eigen roeping heeft op dit terrein, meent het bestuur nog even te moeten herhalen.

Velen staat voor oogen, als ideaal, het Christelijk Nationaal Schoolonderwijs. Maar de bezwaren van onze Chr. Geref. voormannen Kreulen, Op 't Holt, Noordtzij e.a. tegen standpunt en beginsel van de Vereeniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs ingebracht, blijven ook nu nog onverzwakt bestaan. Dit blijkt vooral wel daaruit, dat Christelijk Nationaal steeds meer plaats maakt voor specifiek Gereformeerde en uitsluitend Hervormde scholen.

Maar ook alle onderwijs, dat zich als Gereformeerd aandient, kan nog niet terstond aanvaard worden, als overeenkomende met onze belijdenis.

Ook met de uit deze bezwaren geboren Vereeniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs, later veranderd in „Het verband tusschen de Gereformeerde Scholen in Nederland,” kunnen we niet geheel sympathiseeren, wijl, vooral na 1892, die Vereeniging steeds meer de thans in de Gereformeerde Kerken heerschende Verbondsleer toegedaan is.

Wij, die ons kerkelijk stellen tegen een Neo Calvinistische verbondsbeschouwing met al den aankleve daarvan, hebben ons af te vragen: waar worden die beschouwingen meer in toepassing gebracht dan juist op het terrein van de opvoeding der jeugd? Niet, dat zij onze kinderen een veronderstelde wedergeboorte dogmatisch zullen leeren, maar: de paedagogische leiding van het Gereformeerde Schoolonderwijs is er op gebaseerd. Zie Bavinck „Paedagogische Beginselen”, bladz. 91: Bij deze genade der wedergeboorte in den kinderdoop beteekend en verzegeld, sluit de Christelijke paedagogiek zich aan. Zooals er geen theorie en geen practijk der opvoeding zou zijn, als God niet in Zijne algemeene genade natuurlijke gaven aan Zijne menschenkinderen schonk, zoo zou er geen Christelijke opvoeding van onze kinderen in echten zin mogelijk wezen, als ze niet rusten mocht in-, en uitgaan van die geestelijke gaven, welke God in Zijne bijzondere genade verleent. Daarom alleen kan de Christelijke paedagogiek aan haar hooge doel beantwoorden, n.l. het vormen van menschen Gods, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust, omdat God zelf in Christus menschen weer naar zijn beeld en gelijkenisherschept. Menschen Gods scheppen kunnen wij niet, kan ook de beste Christelijke opvoeding niet. Maar menschen Gods vormen, volmaken tot alle goed werk, toerusten door middel van de onderwijzing des Woords, dat is mogelijk, indien er en omdat er menschen Gods zijn. En dat er zulke menschen zijn en zullen zijn, ook van kindsbeen af, dat staat vast op grond van Gods belofte, naar de trouw van Zijn genadeverbond. De Christelijke paedagogiek streeft naar een hoog ideaal. Veel hooger staat dit ideaal dan de „höhere Typus des Menschengeschlechts” en de socialistische heilstaat, welke het oog van vele moderne paedagogen bekoort. Én toch is het tastbaarder, reëeler, dichterbij dan alle oude en nieuwe utopieën, want het wordt omdat het is, en het zal mijn, omdat hei was”, of van denzelfden schrijver in Opvoeding der Rijpere jeugd (blz. 167) „En zoo is nu in het algemeen bij de kinderen des verbands bekeering de vrucht van een in den weg eener godsdienstig-zedelijke opvoeding tot ontwikkeling gekomen leven der wedergeboorte

Laat ons niet vergeten, dat het onderwijs aan onze jeugd beheerscht wordt door onze beschouwing van het genadeverbond. Die verschillende beschouwing achten wij van zooveel belang, dat we mede daarom onze kerkelijke zelfstandigheid handhaven, daar we er in zien een verschil van belijdenis. Daarom hebben we ons zeker af te vragen in welke sfeer ook in dit opzicht onze jeugd opgevoed wordt. Dit is een plicht van onze kerk. Zeker mogen we in dit verband wel eens wijzen en voor ons kerkelijk leven toepassing eischen van vat Dr. K. Dijk geschreven heeft, met het oog op zijn kerkelijke gemeenschap in School en Kerk: „Ook van de Kerk staat de School niet los. Zij kon voor haar waarachtige vrijheid de gemeenschap ende samenwerking met de Kerk niet missen, en…. we moeten nog een stap verder gaan. De Kerk heeft bij het onderwijs het grootste belang. Het zuivere karakter van dat onderwijs is voor haar van de grootste beteekenis, want het Christelijk kind, dat door de ouders aan de school is toevertrouwd, is ook haar kind. Het is door den doop in haar, gelijk zij zich in het instituut openbaart, ingelijfd. Het behoort tot haar kring en tot haar levenssfeer. Voor dat kind is beloofd dat het in haar leer, dus in haar wereld- en levenbeschouwing zou worden grootgebracht en krachtens al deze dingen heeft de Kerk een recht op het kind. Zij moet op het kind toezien. Zij heeft zich te vergewissen of de Doopsbeloften worden nagekomen. Zij dient volkomen, zij dient voldoenden waarborg te hebben, dat de Scholen waarop haar kinderen aangewezen zijn, niet tegen haar belijdenis in met haar medewerken, en indien één lichaam, dan heeft zij met het onderwijs nauw contact te zoeken.”

Dat geldt ook voor onze Kerk Ook voor onze Kerk is het onderwijs een levensbelang. De in deze uitspraak genoemde waarborgen moeten wij ook hebben. En die kunnen we het beste verkrijgen door schoolen uitgaande van Christelijke Gereformeerde Schoolverennigingen. Daarbij behoeven Wij niet bang te zij„ voor separatisme. Als wij voor ons het recht opeischen in zelfstandige kerkformatie op te treden, dan komen bij die rechten ook allerlei plichten ook al het werk, dat andere kerken doen Is het met al te dwaas, dat wij wel zelfstandig zending drijven, en niet zelfstandig voor 't onderwijs aan onze eigen jeugd zorgen. Lijkt het niet vreemd dat we wel een eigen weeshuis hebben voor enkele kinderen en we niet zorgen, zelf zorgen, voor het onderwijs aan al die andere Christelijk Gereformeerde kinderen.

Meermalen wordt het nog als een soort misstap beschouwd, zoo wij voor Christelijk Gereformeerd Schoolonderwijs ijveren en eigen scholen zoeken op te richten. Een misstap omdat die de verdeeldheid onzer Christelijke natie nog meer verdeelt.

Aan die beschuldigers zouden we willen vragen: „Is het geen lakschheid onzentwege, als wij niet onze eigen zelfstandigheid trachten te verkrijgen of te bewaren? Maar: we zien die zaak, die verdeeldheid geheel anders. De verdeeldheid op de Christelijke erve ligt op kerkelijk terrein.

Kerkelijke zelfstandigheid brengt de verdeeldheid in het lichaam van Christus op aarde, dat doen geen zelfstandige scholen. Zoo wij, om heilige motieven onze kerkelijke zelfstandigheid onverzwakt wenschen te handhaven dan moet dat ook beteekenis hebben voor het onderwijs in de opvoeding onzer jeugd. Als wij erkennen, dat God ons in onze kerk, gescheiden van andere, de meest zuivere openbaring van Zijn lichaam op aarde gaf, dan moeten we onze kinderen, onder inroeping van Gods genade zoo dicht mogelijk daarbij houden.

Te constateeren valt ook, dat als vrucht van het onderwijs aan onze eigen scholen, onze jeugd zich bij het opgroeien één gevoelt; dat blijkt uit den geest op de catechisatie's, de vereenigingen enz. De gemeentelijke band wordt er zeer door versterkt.

Al moet nu erkend, dat de mogelijkheid van de oprichting van eigen scholen niet overal bestaat, toch, meenen we, dat in die richting kan en moet gewerkt worden.

Aan de kwestie, onderwijs op eigen scholen, is ook nog een andere zijde verbonden. Het is de vraag: Waar blijven, onze eigen jongens en meisjes, die tot onderwijzer of onderwijzeres worden opgeleid? Is het niet opmerkelijk, dat wij, hoewel we bestaan sinds 1892, zoo weinig onderwijzers onder onze leden tellen, zoo weinig hoofden, van Chr. Scholen. Is het de Synode bekend hoe schrikbarend velen zich van onze kerk afgewend hebben? En nu kunnen we constateeren, dat velen het deden om eeen mooiere positie te verkrijgen, om hoofd eener school voor lager of bij bezit van acte's hoofd eener Chr. Mulo te worden, en we kunnen hen, die ons verlaten hebben, beschuldigen van beginselloosheid, maar het feit is er en we vragen ons af: „Wat deed onze Kerk daartegen?” 't Valt te prijzen, dat ook velen, ondanks achteruitzetting, bleven, maar de vraag moet ons tot ernst stemmen; „In welke levensrichting worden onze jongelieden opgeleid? En is die opleiding de oorzaak ook, dat zoo velen zich afkeeren? Die opleiding moet anders zijn, maar zooals Uwe Synode ook reeds in 1909 opmerkte, de zaak moet van onder af begonnen worden. Wij gelooven, dat de plaatselijke predikant (en) of kerkeraad zich met de opleiding moet bemoeien, door eigen jongelui te onderwijzen in Bijbelsche geschiedenis, geloofsleer, enz.

Aan 't einde van ons schrijven meent ons bestuur enkele vragen te moeten doen in verband met de onderhavige instructie: „Is het niet mogelijk, dat onze kerkelijke pers, in deze kwestie een meer zeker geluid geeft?” „Wordt bij de kerkvisitatie's den kerkeraad met ernst gewezen op de vraag: „borgen de ouders, dat hunne kinderen zooveel mogelijk gebruik maken van de scholen, die met de Christelijke Gereformeerde beginselen harmonieeren ?”

Zou het niet wenschelijk zijn, dat ook de Kerk op hare meerdere vergaderingen de noodzakelijkheid van overeenstemming tusschen het onderwijs op de school en in de Kerk uitsprak?

En dat derhalve in de gemeentelijke samenkomsten de zaak van het Christelijk onderwijs meer tot een voorwerp van gebed gemaakt werd?

Hiermede meenen we in 't kort aangegeven te hebben, wat in den boezem onzer vereeniging leeft ten opzichte van de vraag, die Uwe Synode is voorgelegd in de instructie van de Particuliere Synode van het Noorden.

We bidden U in alle zaken, ook in deze, toe de onmisbare leiding des Heiligen Geestes.

Op last der vereeniging:

Uwe dienstw. br.

w. g. Ds. B. v. D. BERG, Voorzitter.

J.v. WEERD, Secretaris.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 24 August 1928

De Wekker | 4 Pagina's

Christ. Gerei. Schoolonderwlls

Bekijk de hele uitgave van Friday 24 August 1928

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken