Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Bondszegelen 42

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Bondszegelen 42

6 minuten leestijd

Nu wacht ons nog één Schriftuurplaats om haar te bespreken, n.l. 1 Cor. 7 : 14, 'n tekst, die als een bolwerk is opgeworpen door allen, die de leer der veronderstelde wedergeboorte of van een zaad der wedergeboorte van den moederschoot af aanhangen. De tekst luidt: „Want de ongeloovige man is geheiligd door de vrouw en de ongeloovige vrouw is geheiligd door den man, want anders waren uwe kinderen onrein, maar nu zijn ze heilig.”
Zie deze uitspraak van Gods Woord kan de bewijsplaats genoemd worden voor de leer der Geref. Kerken, dat wij hier „geheiligd” van de kinderen des verbonds in onderwerpelijken zin hebben op te vatten. Prof. H.H. Kuyper leert dan ook op grond van dit woord in den Corinthen-brief, dat de kinderen des verbonds krachtens verbondsrelatie voor kinderen Gods en voor levendgemaakten moeten gehouden worden.
Op bld. 170 van Hamabdil schrijft prof. Kuyper dat de kinderen der geloovigen „heilig” zijn. Elke poging om dit in den zin van een uitwendige heiligheid te volstaan stuit hier op af, dat het Nieuwe Testament geen uitwendige heiligheid kent. En wanneer de professor eenmaal deze zeer stoute uitspraak heeft geponeerd, slaat hij met een slag de Kantteekenaren neer en schrijft dan: „Onze Kantteekenaren hebben dat heilig dan ook ten onrechte verklaard door: dat is, zij zijn in het uiterlijk verbond Gods begrepen en hebben toegang tot de teekenen en zegelen van Gods genade.” Het is ook een heele makkelijke methode om op deze manier de oude dogmatici aan den kant te zetten! In elk geval blijkt voldoende uit de Kantteekenaren, dat onze oude Gereformeerde dogmatici een andere verbondsleer en verbondsbeschouwing hadden dan die heden in de Geref, kerken wordt aanvaard. Laat ik hier nog eens met nadruk opmerken, dat ik deze dingen niet schrijf om hatelijkheden tegenover de Geref. kerken te zeggen, maar om duidelijk te laten uitkomen, dat er wel terdege principieele verschillen zijn tusschen twee kerkgroepen, die beide aanspraak willen maken op de wettige voortzetting der aloude Geref. kerken in ons vaderland. Wij sluiten ons, wat de dogmatische voorstelling der verbondsleer betreft, zoo gaarne aan bij onze Kantteekenaren, wijl wij meenen, dat zij de vertolkers zijn der dogmatische gedachte uit den bloeitijd der Geref. theologie. Niet dat wij onvoorwaardelijk onze Kantteekenaren zouden willen volgen, alsof zij voor ons het laatste woord van Schriftverklaring hadden gesproken, maar wanneer het dit bepaalde punt der verbondsleer betreft, dan hebben wij nog nimmer een uitpsraak gevonden, die niet weergeeft de beginselen der leer, zooals deze door de Christelijke Gereformeerde Kerk worden beleden. Wanneer bijv. Prof. Kuyper in genoemden tekst zoo doctrinair schrijft, „dat het Nieuwe Testament geen uitwendige heiligheid kent”, dan blijkt ook hieruit, hoe aprioristisch de Heilige Schrift gelezen wordt.
Ik sla bijv. op Hebr. 10 : 29, Ik kies dezen tekst, omdat hij voor ieder duidelijk loochenstraft, wat omtrent het woord „geheiligd” in het Nieuwe Testament wordt beweerd. Wij lezen hier: „Hoeveel te zwaarder straf meent gij zal hij waardig geacht worden, die den Zoon Gods vertreden heeft en het bloed des Nieuwen Testaments onrein geacht heeft, waardoor hij geheiligd was en den Geest der genade smarten heeft aangedaan.”
Wanneer nu het Nieuwe Testament het woord „geheiligd” niet kent in uitwendigen zin, gelijk Prof. H.H. Kuyper leert in Hamabdil, dan natuurlijk volgt er dit uit bij Hebr. 10 : 29, dat hier de Heilige Schrift leert den afval der heiligen. Dan zouden wij hier een echten Remonstrantschen tekst in den Bijbel hebben en zouden onze Gereformeerde vaderen op de Synode van Dordt zich grovelijk vergist hebben, toen zij in de 5 artikelen tegen de Remonstranten scherp positie kozen tegen de leer, dat de geloovigen, m.a.w. de geheiligden, uit den staat der genade konden vallen. Immers de Schrift spreekt hier zoo sterk mogelijk en heeft het over het bloed van Christus in zijn reinigende en heiligende kracht; en noemt een mensch die door dat bloed van Christus geheiligd is, een door en door Nieuw Testamentische gedachte, en.......... die voor eeuwig verloren gaat.
Wie hier het woord „geheiligd” in onderwerpelijken zin leest, en dat moet men volgens prof. H.H. Kuyper — die houdt op Gereformeerd te zijn.
Onze kanttekenaren hebben ook hier een gezonde schriftuurlijke en Gereformeerde beschouwing en zij teekenen bij Hebr. 10 : 29, omtrent het woord „geheiligd” aan, namelijk uitwendig, ten aanzien van zijn voorgaande professie of belijdenis, aangaande het gehoor van het goddelijke woord, gebruik der heilige bondszegelen, en afscheiding van andere gemeene menschen, namelijk Joden en heidenen. Hoewel de zoodanige de ware wedergeboorte niet deelachtig was, gelijk Johannes getuigt, 1 Joh. 2 : 19, en gelijk zulke 2 Petr. 2 : 22 nog evenwel honden en zeugen worden genoemd, al waren zij schoon van hunnen uitwendigen slijk gewasschen en de onreinheid van afgoderij en andere onheiligheden hadden verlaten.”
Zie, dat is duidelijke taal en zegt ons onomwonden, dat onze Gereformeerde vaderen een andere verbondsbeschouwing hadden en een andere verbondsleer beleden, dan welke wij tegenwoordig in de Gereformeerde kerken kunnen vinden, getuige de uitspraak van prof. H.H. Kuyper. De Christelijke Gereformeerde Kerk wenscht tot geen prijs den weg op te gaan, dien de Geref. kerken met haar verbondsleer betreden, wijl zij daarin zien een afwijking van de Heilige Schrift en een verlaten van de paden der vaderen, die ook in het Nieuwe Testament het woord „geheiligd” hebben genomen uitwendig. Wanneer men tegenwoordig bij de verbondsleer het woord „uitwendig” gebruikt, maakt men de goe gemeente wijs, dat dit Remonstrantsch is en men ziet niet in, dat men daarmee de Kantteekenaren en in hen de oude Gereformeerde dogmatici heeft geblameerd. Wanneer men dan toch van „Remonstrant” wil spreken, laat men dan bedenken waar men uitkomt, wanneer men het woord „geheiligd” in onderwerpelijken zin neemt. In den strijd tegen Ds. Geelkerken, hebben de mannen van Assen het zoo druk gehad over „beginselen”, over „den achtergrond”. Ja waarlijk, het gaat hier ook over beginselen, over den achtergrond in heel de verbondsleer, wanneer de Geref. Kerken spreken van 'n „„onderwerpelijke” en de Chr. Geref. Kerk van een „uitwendige” heiligheid bij de sacraments- en verbondsleer, en wie dan dichter bij de Remonstrantsche leer van een afval der heiligen staat, moet de lezer, na nog eenmaal aandachtig Hebr. 10 : 29 te hebben ingedacht en na nog eenmaal de kantteekenaren te hebben nagelezen, zelf uitmaken.
J.J. van der Schuit

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 januari 1929

De Wekker | 6 Pagina's

De Bondszegelen 42

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 januari 1929

De Wekker | 6 Pagina's

PDF Bekijken