Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Beloften en eischen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Beloften en eischen

5 minuten leestijd

In het genadeverbond zijn, evenals in iet werkverbond, beloften en eischen. Gelijk dit trouwens — in het algemeen beschouwd — naar de idee van alle verbond is.
De beloften zijn kortelijk samen te vatten in de bekende uitdrukking: genade hier, en het eeuwige leven hiernamaals; dit dan verstaan naar al de schatten die hier inliggen.
De eischen noemen we in navolging van onze aloude Gereformeerde vaderen, naar den Woorde Gods: geloof en bekeering; natuurlijk ook met al den aankleve van dien; en dan vanzelf in dien zin dat, hetgeen de Heere hier eischt, óók door Hem zelf eerst moet geschonken worden.
Inmiddels kunnen we m.i. hier met het woord belofte als ook met het woord eisch, een breeder en een enger begrip aanduiden.
Ik bedoel het navolgende.
Indien we in, wat ik nu maar noemen wil: breederen zin spreken van belofte, dan zou ik er onder verstaan willen hebben, hoe de Heere een hartelijk gemeende aanzegging of toezegging van heil doet; hoe Hij ons als het ware tegentreedt in den weg des verbonds met dat heerlijke rijke Evangelie, waarin aan een schuldig arm zondaar nu wordt beloofd, dat er een dierbare volle weg is ontsloten van genade en verlossing, Zij die onder de bediening des verbonds leven, ontmoeten in die boodschap dan een God, die geen lust heeft in hun dood, maar in hun leven en bekeering. Bij verwerping van die heerlijke boodschap, belofte of toezegging is een geweldige straf bedreigd; men kan het de dreiging, de oordeel-aankondiging des verbonds noemen.
Maar in engeren zin de belofte opgevat, dan zou ik daardoor willen zien aangegeven, hoe „belofte” hier staat tegenover „werk”door ons de verrichten. We zijn Kinderen der belofte, zegt Paulus En dat zegt hij tegenover hen, die nog dienstbaar zijn onder de wet. De belofte in engeren zin wil ik aanmerken als den eigenlijken vollen inhoud des verbonds, en is 't deel van hen, in wien dat verbond nu ten volle wordt verheerlijkt, wordt verwezenlijkt; dus der ware kinderen Gods En dan verstaan we er onder, hoe in dit genadeverbond de Heere geen gerechtigheid door ons te volbrengen meer eischt. Dan wil het niet maar zeggen, dat de Heere van voornemen is ons te zaligen, of dat Hij een welgemeende aanbieding of toezegging aan ons doet, maar dat de Heere uit een andere bron dan die van onze werken ons de zaligheid schenkt.
Dan is belofte niet maar ik wil uw God zijn; maar zooals het luidt: ik bèn uw God. In dezen zin spreken we van het verbond van een Zijns-verhouding, waarin God de God Zijns volk is en zij zijn volk zijn, tot in eeuwigheid.
En deze zijnsverhouding is een nieuwe verhouding, en die hebben zij niet zelf tot stand gebracht door hún werken; maar die is er eene uit Gods waarachtig voornemen, en uit Zijn verlossenden wil in en door Christus Jezus; en in dat opzicht spreken we dan van de belofte: zalig worden uit en door de belofte.
Zoo nu ook met de eischen.
In ruimeren zin verstaan, bedoel ik daarmede, dat de Heere ook in de bediening des genadeverbonds niet aflaat van Zijn recht, dat we Hem vreezen zullen; zelfs is het een zaak, waarop God recht heeft, dat we de toegestoken hand van genade niet afwijzen. Enz.
Maar in engeren zin verstaan, dan wil ik daaronder begrepen hebben, hoe nu in die nieuwe zijns-verhouding tusschen den Heere en Zijn volk, welke geboren is in de bevindelijke zielsbewustheid in wat men wel eens noemt: „het uur der minne”, — hoe de Heere nu in die nieuwe vaste zijns-verhouding (een verhouding van een aanwezig contact en verbond) van dit Zijn volk eischt een Godzalig leven, n.l. nu krachtens deze nieuwe verbintenis en verhouding: het is dan een eisch krachtens het gesloten huwelijk. Zie eerst toch dan, als de huwelijkssluiting heeft plaats gehad, kan men van de wederzijdsche plichten, eischen en rechten spreken.
Die eischen in engeren zin nu komen met name ter sprake, als de ziel de belofte heeft noodig leeren krijgen en heeft leeren omhelzen.
O, dan wordt het woord verstaan van Johannes: uwe geboden zijn niet zwaar Dan is er een lust en een vermaak in de wet Gods naar den inwendigen mensch. Dan baart dit de bede: och wierd ik in Uw wetten onderwezen. Dit is het terrein der ware, onderwerpelijke actieve heiligmaking.
Zie, hoe schoon dit in Psalm 119 : 4 en 5 aan het licht treedt. Daar zegt de van God gezalfde dichter eerst (vs. 4): „Heere, Gij hebt geboden, dat men Uwe bevelen zeer bewaren zal.” Daar erkent en aanvaardt hij den eisch. O, wat ziet hij daar in God een hoogheid, heiligheid en dienenswaardigheid. Dan volgt: „Och, dat mijne wegen gericht wierden, om Uwe inzettingen te bewaren.” Daar spreekt zich de hartelijke lust in uit, die vrucht is van de geboren verbondsgemeenschap, met Jehovah; vrucht van „een belovend God in de armen vallen”.
Apeldoorn.
G. Wisse

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 maart 1929

De Wekker | 4 Pagina's

Beloften en eischen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 maart 1929

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken