Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerk en Staat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kerk en Staat

6 minuten leestijd

Er schijnen op internationaal gebied groote gebeurtenissen op til. Niets meer, maar ook niets minder dan de Vereenigde Staten van Europa moeten in de maak zijn. En niemand minder dan de Fransche minister Briand moet er de promotor van zijn. Niet, dat het plan zelf in zijn brein is opgekomen. Het plan is van een ander, een Oostenrijksch gewezen diplomaat, wiens naam ik op het oogenblik niet bij de hand heb. Deze heeft het een paar jaar geleden reeds gelanceerd en het als het eenige redmiddel voor het tegenwoordige Europa aangegeven. Daarna heeft hij er een lijvige brochure of boek over geschreven en toen is er in verschillende landen stemming voor gemaakt. Hier te lande heeft het dagblad De Avondpost zich sterk voor dit plan uitgesproken en in de kolommen van dit blad heb ik tal van uitspraken en meeningen over dit onderwerp gelezen. Natuurlijk waren dit niet meer dan persoonlijke meeningen, maar deze indruk is er mij van bijgebleven, dat verreweg de meesten van oordeel waren, dat zij het zouden toejuichen, wanneer het daartoe eens komen mocht. Voor ons zelf hebben wij toen ook heel veel over dit vraagstuk nagedacht en hebben het allereerst iets zeer merkwaardigs gevonden, dat dit plan juist nu was opgekomen en in de verschillende landen door vooraanstaande personen met groote instemming was begroet, Tweedens zijn wij toen voor ons zelf tot de overtuiging gekomen, dat, indien dit plan voor verwezenlijking vatbaar zou blijken, daarmede Europa financieel en economisch zou gered zijn en de macht van het communisme tijdelijk zou gebroken worden.
Intusschen bleek ons daaruit bij vernieuwing, dat de menschen wel het verstand en het inzicht bezitten om het medicijn voor de kwalen van onze Oude Wereld aan te geven, maar zij missen helaas den wil en de kracht om deze medicijnen aan te wenden. Wat is de mensch toch een wonderlijk wezen. Hij ziet het goede en begeert het, maar hij wil er den prijs niet voor betalen dien het kost. Wij moeten den wedloop in de bewapening staken, anders komt er onvermijdelijk een nieuwe oorlog en niemand wil dien oorlog. Met de hand op het hart kunnen alle diplomaten en politici verklaren, dat zij niet den oorlog, maar uitsluitend den vrede willen dienen en bevorderen en toch . . . . . . zij kunnen zelfs aan de eerste beginselen der ontwapening niet toekomen.
Datzelfde heb ik toentertijd gedacht in zake het plan: de Vereenigde Staten van Europa. Als men daar eens met allen ernst en alle toewijding voor aan den arbeid ging, als de grenzen tusschen de verschillende landen geen tol~ of landgrenzen meer waren, als de in- en uitvoer door geheel Europa eens op dezelfde wijze kon plaats vinden als de in- en uitvoer van Brabant naar Groningen, als de Staten onderling evenmin oorlog met elkander konden voeren als bij ons Noord- en Zuid-Holland dat kunnen, wat zou er dan een tijdperk van vrede en voorspoed voor ons uitgeput Europa aanbreken. Maar is het niet ontzettend, dat alle deze dingen nooit op vredelievende wijze, maar naar Bismarck's woord, alleen door bloed en ijzer tot stand kunnen komen. Want de Vereenigde Staten van Europa moeten en zullen komen. Alles wijst in deze richting, 't Zal straks de eenige oplossing blijken die mogelijk is. Maar zullen wij deze oplossing verkrijgen op een vredelievende wijze of door bloed en ijzer?
En nu komt daar eensklaps het bericht, dat de Fransche minister van Buitenlandsche Zaken, Briand, plannen voor een omvorming van Europa in een Statenbond heeft ontworpen. Deze plannen, lees ik in de N. Rott. Courant, zouden op niets minder neerkomen, dan op de indiening van een voorstel tot belegging van een conferentie, welke de mogelijkheid van de oprichting van de Vereenigde Staten van Europa zou moeten bestudeeren. Dit is geen oorspronkelijke illusie van Briand. Voorstanders van internationale vrede en verzoening hebben de gedachte reeds lang met zich omgedragen en haar in woord en geschrift bepleit. Zij hadden echter niet de macht tot verwezenlijking van de gedachte, waar Briand zich thans ernstig schijnt voor te willen spannen. De berichten over Briand's wenschen in dit opzicht zijn nog vaag, maar reeds op den dag toen hij te Genève Duitschland als lid van den Volkenbond welkom heette, heeft hij gezegd: „Dit is eigenlijk het begin van de Vereenigde Staten van Europa”, daarmede aanduidende dat de Europeesche kern van den Volkenbond ook het begin van een federatie van de oude wereld zou kunnen worden.
Briand, zoo zegt men, heeft over zijn denkbeeld reeds herhaaldelijk met gezaghebbende politici gesproken, en, naar men wil, nog met Stresemann, toen deze de laatste maal te Parijs was. Hierin zoekt men de verklaring voor zekere uitlatingen van Stresemann in den Rijksdag op 24 juni. De Duitsche minister van buitenlandsche zaken heeft toen in een beschouwing over de Europeesche vraagstukken gezegd, dat er, naar zijn overtuiging, een tijd zou komen, waarin de economische toestanden van Frankrijk, Duitschland en misschien nog andere Europeesche landen hen zouden dwingen samen te gaan tegen mededinging van zekere zijde, die hen zwaar trof. Maar men kon van Duitschland moeilijk verwachten, dat het in die richting stappen deed, zoolang de „wonden van den oorlog” niet geheeld waren.
Toen Stresemann deze woorden sprak, heeft men er niet veel aandacht aan geschonken, maar achteraf meent men nu, dat zij een terugslag waren op de gesprekken, die hij met Briand en Poincaré gevoerd had en waarin hij met de plannen van den eerste in kennis gesteld werd.
Natuurlijk zal Briand voor zijn plannen den weg ook in andere richting voorbereid hebben. De Parijsche Information weet mede te deelen, dat hij reeds van verscheidene Europeesche landen bemoedigende antwoorden heeft gekregen, zoodat hij nu het oogenblik rijp zou achten om de groote lijnen van zijn denkbeelden te Genève uiteen te zetten.
Het denkbeeld is zoo stout, dat het alleen in fazen in werkelijkheid zou omgezet kunnen worden, maar als voorloopig ook slechts voor de stichting van een Europeesch Tolverbond de voorwaarden vastgesteld konden worden, behoeft het niet in het licht gesteld te worden, dat de verdere ontwikkeling van de politiek van Locarno en het pact van Kellog en de moreele ontwapening daar een nieuwe en groote aanmoediging van zouden ontvangen.”
Wij worden uit dit alles nog niet veel wijzer.
Zaak zal het zijn het maar eens rustig af te wachten en niet al te veel geloof te hechten aan plannen, die blijkbaar voor den heer Briand nog geen vasten vorm hebben aangenomen.
De Vereenigde Staten van Europa zijn gekomen, maar zien doe ik ze nog niet.
Ds. H. Janssen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1929

De Wekker | 4 Pagina's

Kerk en Staat

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1929

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken