Bekijk het origineel

Kerk en Staat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kerk en Staat

5 minuten leestijd

De overheid is ook verantwoordelijk voor de rechtspraak. Wij leven in een land, waar de rechterlijke macht de grootst mogelijke zelfstandigheid en ononafhankelijkheid bezit. Een rechter kan niet afgezet worden. Maar hij spreekt recht niet in zijn eigen naam, maar in naam der koningin, d, i. in naam der overheid. De overheid heeft nu een roeping tegenover de rechterlijke macht, en die roeping bestaat daarin dat zij toeziet, dat de menschelijke opvatting van het recht niet treedt in de plaats van het recht, want de overheid moet niet de een of andere opvatting van het recht handhaven, maar het recht, omdat zij Gods dienaresse is.
Zij heeft dus niet te vragen: wat de menschen willen of zeggen, dat recht is; maar wat God wil en gebied.
Gods wet en Gods recht moet door haar in deze wereld gehandhaafd worden, „want door Mij regeeren de koningen en oefenen de heerschers gerechtigheid.” Hij staat in de vergadering der goden, d.i. dergenen, die recht moeten spreken, m.a.w. de Heere ziet toe, hoe het recht in het volksleven gehandhaafd wordt. Men zal zeggen, dat zijn verouderde theorieën, afkomstig uit den tijd toen men het juridische element in het recht op den voorgrond plaatste en voor het ethische geen ruimte liet. Ik weet, dat dit gezegd wordt. Ik weet, dat men thans op het standpunt staat, dat de straf geen voldoening meer is voor het geschonden recht, maar dat zij dienen moet tot verbetering van den misdadiger. Wij worden in onzen tijd geweldig humaan jegens de misdadigers.
't Moet in de gevangenis zoo gemaakt worden, dat het er gezellig en huiselijk wordt.
Wij zijn er niet zeker van, dat deze geheele opvatting ook de tegenwoordige rechtspleging niet beheerscht en van een zeer grooten invloed is op de zwaarte van de straf. Want laat ons nu maar eerlijk zeggen, dat er in onze dagen heel dikwijls zoo gestraft wordt, dat een leek er niet veel van begrijpt en dat vooral iemand die een onvoorwaardelijk gezag aan Gods Woord toekent, telkens met de tegenwoordige rechtspraak in botsing komt; want gezien het ontstellend aantal moorden en doodslagen, dat er in onzen tijd plaats vindt, waaronder vele in koelen bloede en met voorbedachte rade, vraagt men zich wel eens af: moet dit alles voor de overheid niet een oorzaak zijn om tot de invoering van de doodstraf over te gaan? De moord in den Haag brengt deze vraag in veler hart en op veler lippen, want het lijdt toch geen twijfel, dat God de doodstraf heeft verordineerd. Wie nog eenige beteekenis en eenig gezag aan het Woord van God toekent kan dit niet loochenen. En wij zien, dat in de Mozaische wet de doodstraf ook op verschillende misdrijven werd geëischt.
Ook vanaf de oudste tijden is de doodstraf toegepast geworden en zij is verdedigd door de Kerkvaders, door de Roomsche, Gereformeerde en Luthersche theologen en juristen. Hoe komt het nu toch, dat er in onze dagen zoo weinig juristen meer zijn, die hiermede instemmen en zoo weinig theologen, die het voor Gods gebod opnemen? Hoe komt het, dat de Kerk, die ook de pilaar en vastigheid der waarheid in deze wereld is, zoo rustig toeziet, dat Gods gebod wordt vertreden, terwijl het land met bloedschulden bedekt wordt? Hoe komt het, dat onze mannen, die persoonlijk toch vasthouden aan Gods getuigenis op de plaats waar God hen gesteld heeft, niet voor de getuigenis opkomen en zich ten minste in hun ambt op dit punt vrijmaken tegenover Gods getuigenis! Want ik weet wel, dat er op 't oogenblik wel geen meerderheid in onze volksvertegenwoordiging zou te vinden zijn, bereid om zijn medewerking aan de invoering der doodstraf te geven, maar mag en kan dat de overheid weerhouden om harerzijds dat voorstel in te dienen? Zou een debat in ons parlement over deze materie niet van de allergrootste beteekenis zijn en zouden daardoor de gedachten van veler harten niet openbaar worden? Wij zijn het niet eens met den staatsman, die eens verklaarde, dat men met een dergelijk wetsvoorstel niet komen kon alvorens er zich in het volk zelf een vatbaarheid openbaar geworden was, m.a.w. er moest in het volk zelf iets leven voor datgene wat in het wetsvoorstel werd aangekondigd. Wij staan op een tegenovergesteld standpunt en meenen, dat de overheid ook de volksconscientie door middel van de wetgeving daartoe moet opvoeden. De overheid als Gods dienaresse gaat tegenover God niet vrij uit, waneer zij zelf de hand niet aan den ploeg slaat.
En wanneer de overheid in gebreke blijft om hier iets te doen, dan hebben wij toch onze mannen nog in de Kamer die deze zaak ter hand kunnen nemen. Zouden zij door middel van een initiatiefvoorstel deze inderdaad urgente zaak niet eens kunnen aanvatten. Ik ben overtuigd, dat duizenden in ons volk een zoodanigen stap met blijdschap zouden begroeten. In hoeverre aan zulk een stap steun zou kunnen geboden worden door en vanuit het volk zelf, zou overwogen kunnen worden zoodra zulk een voorstel bij de Kamer aanhangig gemaakt was. Een goed voorbereide en georganiseerde actie om voor dit doel een adres bij de Kamer in te dienen zou stellig duizenden handteekeningen verwerven en het zou een steun zijn voor de partij, die dit voorstel had ingediend en in verband daarmede geroepen werd het ook te verdedigen Want er moet wat gedaan worden. Er moet noodig wat gedaan worden. Wij moeten weten hoe er over dit vraagstuk gedacht wordt. Is de meerderheid er niet voor te vinden, de verantwoordelijkheid is dan voor de tegenstemmers, maar de partij, die hier het initiatief neemt, zal niet te vergeefs gearbeid hebben. Misschien dat het nog erger moet worden alvorens de oogen open gaan, maar dan zal zij den grondslag hebben gelegd, waarop later kan worden voortgebouwd.
's-H.
Ds. H. Janssen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 oktober 1929

De Wekker | 6 Pagina's

Kerk en Staat

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 oktober 1929

De Wekker | 6 Pagina's

PDF Bekijken