Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Opmerkingen en gedachten van wijlen Doc. F. P. L. C. van Lingen (IV)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken

Opmerkingen en gedachten van wijlen Doc. F. P. L. C. van Lingen (IV)

9 minuten leestijd

Wordt elk gebed verhoord? De blindgeborene had wel recht, als hij zeide (Joh. 9 : 31): „Wij weten, dat God de zondaars niet hoort”. Jesaja leert ons, dat als Juda en Jeruzalem in boosheid voortgaan, de Heere Zich afwendt. Hij zegt ( 1 : 1 3 , 15); „Het reukwerk is Mij een gruwel. Als gijlieden uwe handen uitbreidt, verberg ik Mijne oogen voor u; ook wanneer gij het gebed vermenigvuldigt, hoor Ik niet; want uwe handen zijn vol bloed”. Doch bidt des Heeren volk, dat de rechte wegen liefheeft en zoekt, dan heeft het de meest zekere beloften van verhooring. De Heere kan Zijn woord niet breken; dat Woord is eeuwig zeker. Hij blijft getrouw en kan Zichzelven niet verloochenen. Maar Mozes dan, de knecht des Heeren? Hij bad het beloofde land te mogen ingaan en de Heere verbood hem zelfs verder vragen, zeggende: „Spreek Mij niet meer van deze zaak”. Abraham, die een vriend Gods is genaamd, werd niet verhoord, als hij voor Sodom bad. Paulus, die uitnemender arbeidde dan één der apostelen, bad driemalen om verlost te worden van den doorn in het vleesch, en hij ontving ten antwoord: „Mijne genade is u genoeg.” Toch zeggen wij met de Schrift, dat de Heere altijd het gebed Zijner kinderen hoort. Abraham heeft verkregen, waarom het hem in zijn gebed te doen was, namelijk het behoud van zijn neef Lot; er waren bovendien geene tien rechtvaardigen in die steden. Mozes is naar een beter Vaderland gegaan en schoon heeft een kanselredenaar gezegd: „Indien daarboven soms een engel hem heeft gevraagd: „Mozes, wilt gij weer terug naar het beloofde land?” dan heeft hij licht met datzelfde woord Gods geantwoord: „Spreek mij niet meer van deze zaak.” Toch heeft Mozes nog den grond van Kanaan betreden, als hij met Elia op den berg der verheerlijking sprak van Jezus’ uitgang te Jeruzalem. Paulus heeft verhooring gevonden. Of zou die belofte van genade niet meer zijn geweest dan de wegname van den doorn? En schrijft hijzelf niet, dat die voor hem noodig was om bij ootmoed te worden bewaard.
Eene verstandige moeder onthoudt aan het kind het blinkende voorwerp, waarnaar het tracht, omdat het zich met dat scherpe wonden zou, en geeft in de plaats daarvoor onschadelijk speelgoed of lekkernij. Zoo geeft God ook het betere, als Zijn volk in onwetendheid om het verkeerde vraagt. Wij bidden soms om een steen, daar de mensch niet weet wat goed voor hem in dit leven is; dan geeft ide Heere niet een steen maar het betere; Hij geeft brood. Verhooren doet Hij altijd Zijn volk, dat op Zijn gunst vertrouwt, ook Zijn afgedwaald volk als het met een verslagen hart tot Hem wederkeert.
Doch heeft God Zich verbonden, wil Hij, dat wij zelfs eischen op Zijn trouwverbond, des Heeren volk vergete niet, dat Hij geene verplichting heeft aan ons, dat Gods hooren genade is en zoo Hij Zich afwendde. Hij in Zijn recht was vanwege onze zonde. Daarom lezen wij zoo vaak in de psalmen: „hoor mijn gebed” of „neem ter oore mijn gebed”. „O, God! merk op mijn gebed!” „Het gebed des rechtvaardigen zal Hij verhooren” (Spr. 15 : 29), maar „die zijn oor afwendt van de Wet te hooren, diens gebed zelf zal een gruwel zijn” (Spr. 28 : 9).

Verhoort God aanstonds het gebed? Naardat het tot Zijne eer en ‘s menschen zaligheid dienstbaar is, hoort de Heere aanstonds of na langeren tijd. Dat leert ons Elia’s ervaring duidelijk. Als de Baaipriesters op Karmel tevergeefs hadden geroepen, en gesneden met messen en priemen, en des Heeren profeet het altaar en het offer bereid heeft, bidt hij met weinige woorden en het vuur valt van den hemel neer. Godes eer eischte dadelijke verhooring. Diezelfde Elia gaat daarop den Heere, die het vuur gaf, in de eenzaamheid bidden om water. Hij breidt zich uit met, het aangezicht ter aarde; hij legt zijn aangezicht tusschen zijn knieën. Hij zendt zijn jongen uit naar de zee om te zien of er geen regenwolkje is. Zesmalen keert die terug met het antwoord: „er is niets”. Eerst als voor de zevende maal de jongen is heengegaan, is een kleine wolk gezien als eens mans hand, welke opging van de zee (1 Kon. 18 : 36v en 42w.). Elia moest niet meenen, dat hij maar te spreken had, hij moest weten, dat het genade was, en daarom vertraagde de Heere in de verhooring des gebeds. Hij is wijs en goed in al Zijn doen. De Heere kent Zijn tijd, maar hij komt gewis.

Verhoort God wel eens onbekeerden? Ook in het leven van onbekeerden zijn soms tijden, dat hunne ziel teederder gestemd is en zij onder een machtigen indruk verkeeren. Komen zij dan tot gebed, dan leert ons Achabs geschiedenis, dat de Heere barmhartig is en Hij Zijne zon ook over boozen laat opgaan. Dat doet de Heere om aan te moedigen op dien weg voort te gaan. Hij geeft bewijzen, dat Hij is een belooner dergenen, die Hem zoeken, of de oogen ook mochten opengaan en het hart behoefte verkrijgen aan het doorbreken der genade. Wilt gij’ een bewijs uit de Heilige Schrift, lees dan 1 Kon. 21. Toen Elia aan Achab zijn vonnis had bekend gemaakt, scheurde de koning zijne kleederen en vastte en lag neder. Toen sprak God tot Elia: „Hebt gij gezien, dat Achab zich vernedert voor Mijn aangezicht? Daarom, dewijl hij zich vernedert voor Mijn aangezicht, zoo zal ik dat kwaad in zijne dagen niet brengen.”
Niemand, die verloren gaat, zal kunnen zeggen: „ik heb gewild, gezocht, maar de Heere wilde niet. „Zelfs op een Kaïns voorhoofd zet de Heere een teeken, ter verzekering, dat niemand hem zal doodslaan, maar Kaïn gaat zijn behoud zoeken, door eene stad te bouwen, inplaats van te vluchten tot de eenige vrijstad, en de verhooring Gods aan Achab gegeven op vernedering, leidt niet tot verootmoediging, maar hij gaat voort tot verwerping des profeten woord (1 Kon. 22 : 27) en valt door eigen schuld.
Alleen Gods Heilige Geest is machtig te herscheppen, maar de Heere betoont ook den goddeloozen „Zijne eeuwige kracht en goddelijkheid, opdat zij niet te verontschuldigen zouden zijn” (Rom. 1 : 20).

Heden. Er zijn, zegt Heinrich Muller, drie zaken waarvan wij niet zeker zijn, dat zij nog den volgenden dag in ons bezit zullen zijn: Ie ons leven. Gij zegt: wij zullen morgen vroom worden. Wie weet of ge morgen nog leeft. Gras (d.i. morgen), keer dat woord om en er wordt Sarc (d.i. doodkist) van; 2e bekeering. Morgen wilt gij u bekeeren. Zijt gij er zeker van, dat geen hindernis u in den weg zal staan? Misschien is morgen uw vers tand beneveld, uw gemoed veranderd; misschien verhinderen u morgen uwe bezigheden. O, neem aan, terwijl God geeft. Heden beweegt Hij uw hart, beweeg het Zijne weder; 3e. Gods genade. Morgen zult gij denken aan een genadigen God. Maar weet gij niet, dat de genade, welke gij heden veracht, u morgen naar Gods rechtvaardig oordeel kan onttrokken worden. Heden strekt God Zijne hand uit, biedt de genade aan. Gij wilt niet; morgen trekt Hij ze weder terug. Heden wilt gij niet, morgen wil Hij niet. Daarom, mijn hart! och, heden, heden, zoo gij Zijne stem hoort, verhardt u niet!
Wij herinneren ons hierbij uit de geschiedenis van Griekenland het volgende. Toen Thebe onder de overheersching der Spartanen zuchtte, bereidde zich Pelopidas met weinigen tot redding der stad. Als jagers gekleed verlieten zij Athene om tegen den avond in hunne vaderstad te zijn. Het werd bekend en een brief ter waarschuwing werd aan het Spartaansche opperhoofd, Archias, overgegeven, terwijl hij aan een gastmaal gezeten was. Hij wierp den brief onder zijn kussen en sprak: „Ernstige zaken tot morgen.” In dienzelfden nacht bevrijdde Pelopidas Zijne stad en doodde de overheerschers. Dat „tot morgen” kostte Archias zijn heerschappij, zijn leven.
Felix zou op gelegener tijd Paulus hooren; de rijke man zou vroolijk gaan leven en stierf dienzelfden nacht. „Heden”, zegt God; „morgen”, zegt de zielmoorder. „Nu of nooit”, was het voor Bartimeus.
O, wacht niet, stel niet uit. Heden, indien gij Zijne stem hoort, verhardt uwe harten niet. Jezus Sirach (10 : 12) zegt: „Heden is iemand koning en morgen zal hij sterven, en (18 : 26) van ‘s morgens vroeg tot den avond verandert de tijd en alle deze dingen zijn haastig voor den Heere. „Jessaja waarschuwt (17 : 14): „eer het morgen is, ds hij er niet meer.”

Dienen. Naar het voorbeeld des Heeren moet ieder Gristen, inplaats van heerschende, dienende zijn. Inzonderheid geldt dit leeraren en kerkeraadsleden. Iemand mag vele gaven bezitten, door geleerdheid en wijsheid de meest-geschikste zijn tot leiding en besturing, maar, als hij, dit wetende, de alleen-machthebbende, de alles- uitvoerende wil zijn, kunnen de broeders dat wel een tijdlang dulden ,doch straks komt het hart er tegen op, hoewel zij nog zwijgen, en niet lang daarna barst het los. Men grijpt nietigheden aan of zoekt iets dat met eenig schijn van recht tegen den heerscher kan worden ingebracht. De oorzaak zit dan dieper, dan hetgeen men slechts in verstoordheid aangegrepen heeft.
Alleen als met het meerdere talent zachtmoedigheid en nederigheid gepaard gaan, als men zich eender den minste gevoeld dan den meeste, zal het goed gaan en men juist den meesten invloed uitoefenen. Is men echter zoo tot heerschappijvoeren gezind, dat men stelselmatig buiten zoekt te sluiten die men meer begaafd acht, dan zal des Heeren ongenoegen niet uitblijven. Het is zulk een groote genade, zich niet klein te houden, maar klein te zijn. Door Gods genade het zich de hoogste eer te achten een dienstknecht te wezen en anderen uitnemender te achten dan zichzelven. Hij zal de meeste zijn, die het meeste dient.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 april 1930

De Wekker | 6 Pagina's

Opmerkingen en gedachten van wijlen Doc. F. P. L. C. van Lingen (IV)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 april 1930

De Wekker | 6 Pagina's

PDF Bekijken