Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Augustinus (VIII)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Augustinus (VIII)

5 minuten leestijd

In den strijd tegen de Manichaeërs, Donatisten en Pelagianen heeft Augustinus zijn sporen als apologeet verdiend. Met scherpzinnigheid van denken paarde hij een buitengewone mate van welsprekendheid, waardoor hij den grootsten tegenstander ontwapende. Hij was een religieus genie, slechts door weinigen geevenaard. Als exegeet en theoloog was niemand zijn evenknie. Hij legde den grondslag der christelijke wijsbegeerte. Intellectueel in hooge mate, was hij toch ook weer van teeren mystieken aanleg; verstand en hart, wil en gevoel stonden in hem als innig vereenigd met elkander. Daaruit moet het verklaard, dat geesten van allerlei aanleg, in hem een aantrekkingskracht vonden. Niet alleen een Luther, Zwingli, Calvijn, maar ook een Cartesius, een Leibnitz, zelfs een Schopenhauer, ontleenden hun ideeën aan Augustinus. Talloos veel geschriften verschenen van zijn hand, wijsgeerig, zoowel als uitlegkundig, dogmatisch en homiletisch. Men heeft zijn boeken als klassiek kunstwerk geroemd. De lof was verdiend! Denkt om,maar niet meer te noemen aan zijn „Over de stad Gods”, en zijn „Confessiones”. In deze werken heeft Augustinus zijn leven, zijn ziel gelegd; wie hem wil kennen leze deze boeken. Tal van preeken verschenen van hem, die niet minder om haar vorm dan om haar inhoud beroemd zijn. Hij gaf een homeletiek, die blijk geeft van zijn schoone talenten als prediker. Maar als hoogste eisch der goede predikkunde stelt hij het leven van den prediker. Volgens hem „is het leven van den prediker meer waard dan de verhevenheid van zijn rede, de inhoud meer dan de vorm.” Het voordragen van de predikanten van een ander achtte hij daarom geoorloofd, omdat ieder goed woord den geloovigen toebehoort. Aan hen, die op homiletisch ge’bied niet loopen konden, gaf hij den raad dan maar krukken te nemen.
Augustinus deed zich ook als psycholoog gelden. Voor hem zijn slechts twee dingen belangrijk om te weten, n.l. God en de ziel. Vandaar zijn begeeren,God en mijn ziel begeer ik te kennen”. Volgens dezen maatstaf is zijn kenleer dan ook theologie en psychologie (zielkunde). Hij verstond het geheim om in zijn ziel de ziel van anderen te lezen.
Als geharnast strijder verdedigde hij de waarheid van Gods Woord. De fundamenteele gedachte, welke zijn leven en leer beheerschte, was des menschen voorverordineering. Gods raad, waarin de souvereine .genade uitblonk, gaf rust aan zijn denken en de steun voor zijn liefde. De studie van den Brief aan de Romeinen deed hem ‘t fijne goud der genade opdelven. In de vrijmacht Gods vond hij de verklaring van de verwerping en de verkiezing van het gevallen menschengeslacht. Augustinus was dus infralapsarier.
Ten opzichte van het Chiliasme, dat in tijden van druk en vervolging der kerk zooveel aanhang had, meende Augustinus, dat het „Duizendjarig rijk “ zijn aanvang nam met de regeering van Constantijn den Groote, die tot het christendom bekeerd werd, en onder wien de kerk tot bloei is gekomen. In zijn „De Civitate Dei”, ontwikkelt Augustinus deze voorstelling, die door vele, aanzienlijke kerkvaders werd gedeeld. Men moge het met hem niet eens zijn, zijn reputatie als kerkvader verhinderde, dat men hem in den hoek zette als een, die het niet wist.
Gedurende een tijdruimte van 43 jaren heeft hij Christus’ kerk gediend als weinigen. Hij was voorzitter van de Synode van Hippe-Regius, die de canoniciteit van het Nieuwe Testament vastlegde.
Het jaar 430 was zijn sterfjaar. Het was een tijd van bloedige beroering. Het was de tijd, waarin „een wereldrijk ten gronde ging, en een wereldkerk opbloeide”. Het schoone Numidië was het tooneel van bloed en vuur. De Vandalen, wier optreden het woord vandalisme deed geboren worden, hadden zich op Rome’s macht geworpen. Het was een Germaansche stam, van de oevers der Oostzee, die in de 3e eeuw zich in tweeën splitste, om, in het begin der 5e eeuw weer vereenigd, op te trekken naar Gallië en Spanje. Na onderwerping van Italië staken ze over naar Noord-Afrika, om dit schoone wingewest, dat eeuwen aaneen aan Rome behoord had, tot een woestijn te maken. Met ontsteltenis vingen de Afrikaners de eerste berichten op, vooral zij, die leden der Katholieke kerk waren. De Vandalen waren Arianen, bij wie zich straks de Donatisten aansloten. Met een leger van omtrent 100.000 ruwe soldaten werd ook het beleg rondom Carthago geslagen, dat met Hippe-Regius en Cirta nog in het bezit der Romeinen was.
Te Hippe-Regius was voor Augustinus het sterfbed gespreid. Buiten de gesloten stadspoorten had de vijand zijn tent gespannen. Geiserich, de koning der Vandalen, haakte naar het oogenblik, dat hij de rijkdommen der kerk binnen Hippo- Regius als buit kon rooven.
Augustinus en Geiserich. Welk een verschil. Twee mannen, wier namen na eeuwen nog genoemd worden. Augustinus de dienstknecht van. Christus, die Zijn kerk gebouwd had vele jaren. Geiserich, de geesel Gods, om de kerk te tuchtigen tot terugkeer naar God. Hoevele vijanden van Augustinus verlangden in en buiten Hippo-Regius naar de overwinning der Vandalen. En toch Geiserich moest met zijn triumf wachten, totdat de Heere Zijn kind tot Zich had genomen.
Zoo brak de 28e Augustus 430 aan. Te midden van strijd en gewoel werd de man Gods van zijn post afgelost. Hij had den strijd gestreden, den loop beëindigd, en het geloof behouden. Zoo ging hij heen, de groote zoon van Monica, om te erven de gewesten van eeuwig licht, om op te klimmen tot de hoogte van het kennen Gods door het aanschouwen, tot verzadiging der vreugde in God. Hij stierf, maar om te leven, hij ging heen, maar hij spreekt nog, nadat hij gestorven is.

H. (Hilversum) G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1930

De Wekker | 6 Pagina's

Augustinus (VIII)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1930

De Wekker | 6 Pagina's

PDF Bekijken