Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Pantheïsme en religie. (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Pantheïsme en religie. (1)

5 minuten leestijd

Pantheïsme en religie gaan niet samen — Religie in ’t algemeen genomen. Dus afgedacht van zonde en verlossing. Zooals deze behoort tot de beleving van het wezen des menschen. Gelijk God ons in die verhouding geschapen heeft. We zouden religie dan kunnen noemen: als van God iets uitgaat, door ons heen, om alzoo tot God weder te keeren; m.a.w. de wisselwerking, de functionneerende relatie tusschen religio objectiva en religio subjectiva; d.w.z. als datgene wat God openbaart, nu ook door ons wordt verstaan, en wordt beantwoord; als het uit God uitgegane (geopenbaarde) door God zelf nu wordt toegepast en uitgewerkt in ons, en alzoo vruchtbaar wordt gesteld, om alzoo tot God weder te keeren in aanbidding en dienen van God. Of zooals Paulus uitroept: uit Hem en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen.
Nu komt het pantheïsme tot ons met den misleidenden roep, dat dit juist bij hetzelve te vinden is. Maar dit is schijn, misleiding. Religiebeoefening onderstelt altijd twee: een object en een subject. Een object, dat is het voorwerp onzer religieuse betrachting, bijv. onzer aanbidding, enz. En een subject, dat is een onderwerp, dat is: een die deze betrachting beoefent. Tusschen die twee bestaat dan een relatie, er wordt een gemeenschap beoefend.
Bij het pantheïsme is voor zooiets toch eigenlijk geen plaats. Want hier is alles „God”, alles dus object; maar dan blijft er geen subject over. Men wil dus wèl erkennen, dat er een object voor religie zou zijn; maar dit object, al wordt dit ook God genoemd, is ten slotte alles; dan blijft er alzoo niets over, wat als subject kan dienen.
Of omgekeerd: men legge nadruk op het subject, hoe dan ook, maar men wille van een godsdienst-beoefenaar gewagen; maar waar blijft dan het voorwerp? Immers het zou dan worden: God (want dat ben ik dan zelf) wordt door... God gediend. Wat een verwarring! Er is dus om beurt geen object en geen subject van religie, dien naam waard.
Religie onderstelt twee; en het pantheïsme is eigenlijk een niet-twee, maar een één. Wil het z.g.n. religieus-pantheïsme al gaarne zingen van „Gods verborgen omgang”, dit is zelfmisleiding; er is geen omgang mèt iets mogelijk, als er geen twee zijn.
Allerminst kent het pantheïsme een God en Vader in Christus, boven mij. Hoogstens kan er gesproken worden van een vereering van het z.g.n. ideëele, van een gemoedelijk, dichterlijk dweepen met het ongeziene „jenseits”, als occulte keerzijde van het „diesseits”.
Bij het pantheïsme heeft niet God den mensch lief, maar hoogstens heeft God alleen zichzelf lief; het woord van Joh. 3:16 vervalt.
Hieruit volgt, dat, als er geen plaats is voor religie, dan zal er nog minder plaats zijn voor christelijke religie. Want christelijke religie, dien naam waard, onderstelt een Logos die vleesch werd, en wel zonder dat deze vleeschwording dan behoorde tot het gewone natuurproces.
Christelijke religie is niet uit den gewonen gang van zaken in natuur of in historie te verklaren; het is transcendent in oorsprong, en daardoor eerst immanent in beteekenis.
De Logos bestaat wel an sich; maar zijn vleeschwording is geen noodwendigheid. En zie voor zulk een stelling ruimt het pantheïsme geen plaats in. Die vleeschgeworden Logos is alzoo op bijzondere wijze onderscheiden van den overigen kosmos (wereld). Dit eerst is een christelijke stelling, maar dit houdt tevens in: het wonder; gelijk de vleeschwording des woords is het wonder bij uitnemendheid; het centrale wonder, het wonder des wonders. Maar bij een stelsel als het pantheïsme, hetwelk het immanentisme Gods wil doceeren, bestaat voor het wonder uit den aard der zaak geen mogelijkheid.
Gelijk er geen plaats voor religie an sich bij het pantheïsme valt aan te wijzen, is er nu ook evenmin sprake mogelijk van ethiek, van objectieve ethiek. Het wordt alles in zijn consequentie: egoïsme en fatalisme. Vandaar dan ook, dat Spinoza schuldgevoel en berouw als foutieve begrippen verwierp. Zeer terecht heeft Bartholmèss hiervan opgemerkt, dat er op pantheïstisch terrein moeilijk sprake kan zijn van vrijheid, van verantwoordelijkheid, van een zedelijke relatie; waarbij dies de mogelijkheid zou bestaan van afwijken of van betrachten van eenige zedelijke wet. Is het „Al” God, dan is er geen onderscheid mogelijk tusschen een absoluten oorspronkelijken wil, en een wil der schepselen, die daarmede al of niet conform kan zijn. Spinoza zegt dan ook, dat spijt, berouw, woorden zijn zonder zin; alwie over eenige daad berouw heeft, is dubbel ellendig of onmachtig (zie zijn Ethica).
Erkent het pantheïsme dan niet het bestaan van schuld? In woorden ja; n.l. schuld als „al”-schuld. Een soort rimpeling (noodwendig) op de wateren van het alleven. En „vergeving” is bij het pantheïsme dan ook dien overeenkomstig niet anders, dan een weer uit zichzelf effen strijken dier wateren. Zie, zóó is de pantheïstische beschouwing onzer dagen, n.l. „God” heeft eigenlijk de zonde noodig, om zichzelf in al zijn mogelijkheden te kennen; daarom vergeeft Hij ze meteen. Maar vergeet het niet, deze God is niet anders dan een denk-abstractie. Al zulk geredeneer over God is daarom waardeloos, ja dies, God onteerend.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1931

De Wekker | 6 Pagina's

Pantheïsme en religie. (1)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1931

De Wekker | 6 Pagina's

PDF Bekijken