Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

In Christus geheiligd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

In Christus geheiligd

7 minuten leestijd

In de „Aaltensche Kerkbode" verzoekt Ds. Delleman, die in samenwerking met Ds, Gerritsma een gereformeerd catechisatieboek schreef, dat ik den lezers van „de Wekker" toch mede moge deelen, wat er letterlijk staat en niet, hoe ik er over denk. Om niet onvriendelijk te zijn, noch den schijn op mij te laden van onjuist citeeren, geef ik gaarne gehoor aan dit verzoek. Ds. Delleman schrijft:
Opnieuw verzoek ik prof. v. d. Schuit zijn lezers mee te deelen dat ik schreef:
„De volwassenen houden wij alleen voor geloovigen op grond van hun belijdenis en wandel, maar de kinderen der geloovigen op grond van Gods beloften in het genadeverbond.
Omdat echter niet alles Israël is wat Israël heet, geldt hetgeen van de kinderen der geloovigen gezegd is, niet van de kinderen hoofd voor hoofd, maar van hen in het algemeen.
Tot het tegendeel blijkt, houden wij ze allen voor geheiligden in Christus, al moeten wij in de opvoeding met de andere mogelijkheid ook ernstig rekening houden."
Nu heb ik dit citaat den lezers van de Wekker niet gegeven, omdat het hun onbekend zou zijn. Wat hier staat is van zoo algemeene bekendheid , dat ik mij alleen verwonderd heb afgevraagd, of Ds. Delleman nu waarlijk meent, dat hij hier zooveel bijzonders zegt. Laat ik Ds. Delleman de verzekering geven, dat alle lezers van de Wekker voldoende bekend zijn met al wat hier door hem wordt gezegd. De redeneering is hier: wat van de volwassenen geldt, geldt ook van de kinderen. Ei zoo!
Ik meende, dat wij nog altijd hebben een formulier voor volwassenen en één voor de kinderen. In het eerste formulier komt duidelijk uit, dat de volwassene als een levend lid van Christus’ kerk wil aangemerkt worden. Komt dat ook uit in het formulier van den kinderdoop?
Het formulier voor de volwassenen zegt: „En hoewel de kinderen der Christenen niettegenstaande zij deze dingen niet verstaan, uit kracht des verbonds moeten gedoopt worden, zoo is het nochtans niet geoorloofd de volwassenen te doopen, tenzij die, te voren hun zonden gevoelende, belijdenis doen van hunnen boetvaardigheid en van hun geloof in Christus.”
Wij hebben bij volwassenen dus te doen met geloovigen, die belijdenis gedaan hebben van hun geloof. Zeer terecht zegt Appelius: wij geven dezen naam van geloovigen aan allen, die dat zaligmakend geloof belijden, niet op grond van ons oordeel, dat zij waarachtig geloovig zouden zijn, maar op grond van hun belijdenis. Wij gelooven dat zij die ’t zaligmakend geloof belijden van tweeërlei soort zijn. Sommigen bezitten het geloof dat zij belijden. Deze alleen houden wij voor ware geloovigen. Anderen missen het geloof, waarvan zij belijdenis doen. Deze zijn geen ware, maar schijn-, naam- en mond-geloovigen. (Canonen 3, 4-15).
Wat moest nu bewezen worden, niet alleen door Ds. Delleman, maar door de Gereformeerde Kerken? Dit, dat gelijk wij de volwassenen uit kracht van hun belijdenis geloovigen noemen, wij nu ook de kinderen uit kracht van het genadeverbond geloovigen hebben te noemen?
Maar nog altijd is men hiervoor het bewijs schuldig gebleven.
Ds. Delleman schrijft in het catechisatieboek blz. 104: „De kinderen der geloovigen hooren ook tot het genadeverbond. Gen. 17:7, Hand. 2 : 39. Daarom werden ze ook oudtijds besneden. En de Schrift leert duidelijk, dat de doop in de plaats der besnijdenis is gekomen. (2 Cor. 2 : 1 1 , 12).
Kan Ds. Delleman uit het Oude Testament zijn subjectieve verbondsleer aantoonen? Ik vraag dit, omdat hij hier terecht wijst op de EENHEID tusschen doop en besnijdenis. Indien ergens, dan moet toch dit bewijs in het Oude Testament zijn te vinden, want daar bouwt de gereformeerde belijdenis heel haar verbondsleer op.
En wat dat „in Christus geheiligd zijn” beteekent?
Ach, daar is reeds zooveel over geschreven, dat ik vrees mijn lezers al te zeer te vervelen. Wel wil ik nog opmerken, dat ik het goed eens ben met wat prof. Bavinck schrijft over het „heilig” zijn onzer kinderen. In zijn Roeping en wedergeboorte schrijft hij:
En ten derde zegt de Apostel hier van alle kinderen der geloovigen zonder onderscheid, dat zij heilig zijn, evenals hij dat in Rom. 11:6 ten aanzien van alle kinderen Israels getuigt. Maar zeer duidelijk leert Paulus, dat niet alle Israël zijn, die uit Israël zijn, en dat niet de kinderen des vleesches, maar de kinderen der belofte voor het zaad gerekend worden.
Zoo sluit de heiligheid, die hij hier aan de kinderen der geloovigen toeschrijft, niet uit, dat velen later afvallen en daardoor toonen de genade der wedergeboorte niet deelachtig te zijn geweest.
Daarom vat de kantteekening deze heiligheid van de kinderen der geloovigen op van het begrepen zijn in het uiterlijk verbond Gods en tot het toegang hebben tot de teekenen en zegelen van Gods genade.
En zoo werd deze tekst (1 Cor. 7 : 14) ook door Calvijn en door de meeste gereformeerde theologen verstaan. Heilig heeten de kinderen der geloovigen evenals de kinderen der Joden, omdat zij erfgenamen des verbonds zijn en van het onreine zaad der afgodendienaars zijn afgezonderd (Calvijn Inst. 4, 16, 6, 31, en op 1 Cor. 7 : 14) of, gelijk Mastricht het uitdrukt, Theol. 4, 2, 34, zij dan heilig zijn door een verbondsheiligheid, waardoor oudtijds het gansche volk, der Joden heilig genoemd werd en thans de kinderen der geloovigen heilig genoemd worden, omdat zij met hunne ouders in dezelfde kerkelijke voorrechten deelen.”
Wat hier door Prof. Bavinck gezegd wordt is voor ons een verklaring van het „in Christus geheiligd”.
En dat dit „in Christus geheiligd” niet stelt een subjectieve „geestelijke vernieuwing”, leert de Heilige Schrift uitdrukkelijk. Dit nu is voor eiken gereformeerden belijder van veel grooter waarde dan het woord van welken godgeleerde uit vroeger of later tijd.
In den brief aan de Hebreen lezen wij van dit „in Christus geheiligd”, van deze objectieve verbondsheiligheid, deze woorden: Hoeveel te zwaarder oordeel zal hij waardig geacht worden, die den Zone Gods vertreden heeft en het bloed des Testaments onrein geacht heeft, waardoor hij geheiligd was.
Dit woord van den Apostel acht ik de beste verklaring van dit in Christus geheiligd en is de beste weerlegging van wat de gereformeerde kerken hieromtrent leeren.
Deze objectieve verbondsrelatie is het, waarop godzalige ouders bouwen, als God hunne kinderen in hun prille jeugd uit dit leven wegneemt en wij schrijven hier met dankbaarheid het woord van onze confessie. „Nademaal wij van den wille Gods uit zijn woord moeten oordeelen, hetwelk getuigt dat de kinderen der geloovigen heilig zijn niet van nature, maar uit kracht van het genadeverbond, in welk zij met hunne ouders begrepen zijn, zoo moeten Godzalige ouders niet twijfelen aan de verkiezing en zaligheid hunner kinderen, welke God in hunne kindsheid uit dit leven wegneemt.”
Hier hebben wij den vasten, onwankelbaren, objectieven grond in Gods verbond en rijke beloften. Hiermede moeten ouders werkzaam zijn zullen zij troost smaken bij het sterven van hun kind en hiermede moeten de kinderen bij het opwassen werkzaam worden, zullen zij ooit leeren, wat het zegt, dat zij van nature zijn kinderen des toorns en dat zij wederom geboren moeten worden.
Kan Ds. Delleman en met hem de Gereformeerde Kerken, wel zeggen tot het zaad des verbonds wat Jezus zegt tot Nicodemus: Gijlieden moet wederom geboren worden? Kunnen zij dat en eerlijk blijven? Kunnen zij dat en tegelijk het zaad houden voor wedergeboren en in Christus geheiligd?

A.  (Apeldoorn)          S.                

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1932

De Wekker | 6 Pagina's

In Christus geheiligd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1932

De Wekker | 6 Pagina's

PDF Bekijken