Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het boek over de afscheiding

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het boek over de afscheiding

4 minuten leestijd

De afscheiding van 1834. Haar aanleiding, naar authentieke Bescheiden, Beschreven door Dr G. Keizer. Uitgave van J.H. Kok te kampen. Prijs ing. f 7.50, gebonden f 9,—.
Een standaardwerk van buitengewone-beteekenis ligt hier voor mij.
In het voorwoord zegt de Schrijver, dat het in zijn bedoeling ligt om een aansluitend werk te laten volgen over de uit breiding der Afscheiding. Hieruit wordt het reeds duidelijk, wat voor werk thans het licht heeft gezien. Dit boek gaat niet verder dan de acte van afscheiding, maar het geeft ons in zijn breed en rijk materiaal een overzicht van het werk Gods in ‘34 als wij maar zelden gevonden hebben in eenig boek over dit onderwerp.
De schrijver had voor de samenstelling van dit werk te beschikken over een archief, zooals nog niemand bezat. Door familie-relaties was hij in de gelegenheid brieven en bescheiden in te zien, die alleen het persoonlijk eigendom van de familie de Cock zijn geweest.
In niet mindef dan 36 hoofdstukken, totaal een boek van 590 bladzijden, versierd met schitterende en interessante foto’s, passeert den lezer hier het worsteltijdperk van den Vader der Scheiding. Hendrik de Cock staat in het middelpunt en rondom hem groepeeren zich zoowel vóór- als tegenstanders.
Na een buitengewoon gedocumenteerd geschiedkundig overzicht geeft de schrijver in een slothoofdstuk zijn meening over: „het beginsel der scheiding”.
Wij hebben dit met bijzondere belangstelling gelezen, en wij kunnen begrijpen, dat Dr Keizer gevoeld heeft, hoe hij juist hier voor de moeilijkheden kwam te staan. Zelf schrijft hij in zijn voorwoord: „boven het slothoofdstuk van dit werk, zou ik haast als motto hebben willen schrijven: „Ik heb het gewaagd”. Immers, ook onder de kinderen der „scheiding” en in de Gereformeerde kerken is het oordeel over het beginsel der afscheiding niet eenstemmig, doch waarom zou men daarom zijn meening in deze belangrijke kwestie moeten verbergen”. Wie zoo schrijft, begrijpt, dat er wat kraakt in „de gereformeerde kerken”, als over het beginsel der afscheiding moet gesproken en geschreven worden.
Met groote instemming hebben wij daarom kennis genomen, als de schrijver in dit laatste hoofdstuk zoo sterk afkeurt, dat men de scheiding als „separatie” brandmerkt. Het is de taal van „de Heraut” om de scheiding als separatie te betitelen. Dr Keizer schrijft „in het begrip „separatie” schuilt de nevengedachte scheuren, zit de nuance van een sectarisch bedrijf, daaruit klinkt de aanklacht van zondige handeling “. Zie, het verblijdde mij dit oordeel te lezen. Maar wanneer wij bladzijde 564—566 vergelijken met wat staat op blz. 560, dan is de schrijver wel wat in tegenspraak met zich zelf.
Bladzijden 564—566 beschrijven het kerkbegrip der afscheiding, dat een gansch andere was dan dat der doleantie in haar verhouding tot het Hervormd Genootschap. Dr Keizer laat dit niet onduidelijk uitkomen. Het zou te veel plaats vragen om dit aan te toonen; alleen deze aanhaling is voor een, die hier recht van oor-deelen heeft, voldoende: Op blz. 566 zegt de schrijver: De „methode van reformatie toegepast, vond de Cock met de zijnen in de Heilige Schrift en in de geloofsbelijdenis, en deze methode veronderstelt een valsche kerk, en dit niet slechts „in toepassing van het genootschap, abstract gedacht, maar ook in toepassing op de plaatselijke kerk als afdeeling van dat genootschap”.
Wij beluisterden hier de klanken als weleer van Ds F.M. Ten Hoor, naar wiens boekje „Afscheiding en doleantie” ook Dr Keizer verwijst.
Maar hoe kan nu de schrijver op blz. 560 zich aldus uitlaten: „Echter als tweeden naam mag men ons gerust Afgescheidenen noemen of Doleerenden. Immers deze namen herinneren levendig aan de eenerzijds droeve, maar ook anderzijds goede dagen der beide reformaties van de vorige eeuw.”
Zie, dit wekt den indruk alsof afscheiding en doleantie twee methodes van reformatie zijn geweest. Maar niemand minder dan Dr Keizer zelf laat goed uitkomen, dat hier geen twee methoden, maar twee beginselen aan het woord zijn. De doleantie van 1886 en de afscheiding van 1834 zijn principieel van elkander verschillend. Het bewijs is o.m. ook het slothoofdstuk uit dit prachtige boek over „het beginsel van de afscheiding”.
Deze vriendelijke opmerking is een bewijs met hoe groote waardeering ik dit boek heb gelezen.

A. (Apeldoorn), S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 maart 1934

De Wekker | 4 Pagina's

Het boek over de afscheiding

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 maart 1934

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken