Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het Nationaal-Socialisme in Nederland. (XI)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het Nationaal-Socialisme in Nederland. (XI)

6 minuten leestijd

Wanneer de N.S.B. niet meer was en wilde zijn dan een politieke partij, zouden wij met heel veel van hetgeen er zoowel in het artikel als in de toelichting op het artikel gezegd wordt, accoord kunnen gaan.
Maar wij schreven die toelichting af uit de 4e brochure, wier inhoud niet klopt op de derde.
Want in de 4e worden een 10-tal Nederlandsche vragen beantwoord; maar die antwoorden staan geheel op zich zelven, d.w.z. zij staan los van de N.S. Staatsleer, die ons in de derde brochure uiteengezet wordt. En in die Staatsleer wordt verklaard, dat de N.S.B. niets minder wil zijn, dan een ernstige en wel overwogen wereld- en levensbeschouwing, die gedragen wordt door een krachtige ethische idee.
En dat deed de vraag rijzen: of het schema, dat in de 4e brochure gegeven wordt over de opvoeding der jeugd, past in het raam van den N.S. Staat.
En dan is ons antwoord: in geen enkel opzicht. Van dat schema komt in den N.S. Staat niets en nog eens niets terecht, want dat schema is geheel gebaseerd op de tegenwoordige staatkundige en kerkelijke verhoudingen.
Zooals in de 4e brochure over de verhouding en de samenwerking tusschen huisgezin, staat en kerk gesproken wordt is van a tot z niets dan een camoufleeren van het principe, dat in de toepassing tot een geheele andere verhouding leiden moet. Wij kunnen dat zoo duidelijk in Duitschland zien. Ook daar werd in het program van het N.S. ongeveer hetzelfde beloofd inzake de opvoeding van de jeugd en niemand heeft vermoed, dat de toepassing en doorvoering van het principe van het N.S. tot zoo gansch andere consequenties zou leiden als men zich had voorgesteld.
Maar, omdat het N.S. ten onzent in navolging van het Duitsche pretendeert een levens- en wereldbeschouwing te zijn, zoo zal ook in ons land, wanneer het N.S. er de macht in handen kreeg, dezelfde methode als in Duitschland gevolgd moeten worden. Want de jeugd moet dan kort vóór alles in de levens- en wereldbeschouwing van het N.S. worden opgevoed. Anders zullen de toekomstige staatsburgers en burgerijen toch nooit volbloed N.S. kunnen wezen. En als zij dat niet zouden worden, zou de N.S. geen toekomst hebben.
Er kan en mag dan ook niet aan getwijfeld worden, of zoodra het N.S. hier aan het bewind kwam, zou het de opvoeding der jeugd in eigen hand nemen.
Niet het gezin, noch de kerk, maar de staat zou dan de eerste belanghebbende bij de opvoeding worden, en het gezin en de kerken zouden kunnen en mogen medearbeiden, om die staatsopvoeding te doen slagen.
Nu zou dat in ons land onmiddellijk tot dezelfde conflicten leiden als in Duitschland. Want, al staat het er in ‘t algemeen gesproken, met de opvoeding der jeugd niet al te best voor, er is toch nog een aanzienlijk deel, dat zoowel door middel van de Bijzondere Scholen als de Christelijke Vereenigingen, in de christelijke levens- en wereldbeschouwing wordt opgevoed. En die opvoeding zou alsdan contrabande worden, om de eenvoudige reden, dat de N.S. levens- en wereldbeschouwing, de christelijke niet in zich opnemen kan. Zij meent dat wel, maar dat vloeit voort uit het feit, dat men niet weet wat een christelijke levens- en wereldbeschouwing is. Maar wij, die dit wel weten, die weten, dat het staats absolutisme van het N.S. daardoor vierkant veroordeeld wordt, en dat een christen geroepen is dit uit gehoorzaamheid aan God en Zijnen Christus te weerstaan, wij weten ook, dat het in den N.S. Staat met ons Bijzonder Onderwijs onmiddellijk gedaan zou zijn, dat er hier, evenals in Duitschland, een jeugdleider met verstrekkende bevoegdheden zou worden aangesteld, dat alle jeugdvereenigingen onverschillig of zij van christelijken of neutralen oorsprong zijn, zouden ontbonden worden, en zich dan opnieuw zouden constitueeren, maar dan op voorwaarden, die door den rijksjeugdleider zouden worden vastgesteld; voorwaarden, waaraan het positieve, kerkelijke christendom niet zou kunnen en mogen voldoen.
Wij zouden nog wel catechisatie mogen geven en onze Zondagschoolvereenigingen zouden hun werk kunnen blijven voortzetten, maar zoodra onze jongens en meisjes 13 a 14 jaar geworden waren, zou de Staat hun N.S.-opvoeding in de hand nemen, die tot het 18e levensjaar duren zou.
Maar het onderwijs op de Lagere- en Middelbare Scholen zou van de N.S.-beginselen moeten uitgaan en er dus geheel op gericht moeten wezen, dat de N.S.-levens- en wereldbeschouwing stelselmatig gepropagandeerd werd. Van staatswege zouden daarvoor de leerboeken worden vastgesteld, zoodat er op alle scholen precies hetzelfde onderwijs gegeven werd.
Wij zouden op onderwijsgebied een revolutie beleven, waarbij die van de spelling nog kinderspel is. Want onze geheele Vaderlandsche geschiedenis zou moeten omgewerkt worden, en vooral die van 19 en 20ste eeuw zou duidelijk in het licht moeten stellen, hoe daarin het N.S. was voorbereid geworden, hoeveel tegenstand het allerwege ontmoet had en hoe het ten slotte had getriomfeerd.
En nu zegge een Nationaal Socialist, die dit leest niet, dat wij overdrijven, want dat is inderdaad toch niet zoo. Wij twijfelen er zelfs geen oogenblik aan, of het is een volbloed N.S.B.-er geweest, die de 10 Nederlandsche vragen heeft beantwoord. Wij twijfelen er ook niet aan, of hij heeft op dat oogenblik, waarop hij het jeugdvraagstuk behandelde, eerlijk gemeend, wat hij geschreven heeft, maar hij heeft daarbij één ding over het hoofd gezien.
Als wij een beginsel gaan propagandeeren, stellen wij dat zoo aannemelijk en onschuldig mogelijk voor, want dat is de eenige methode om het ingang te doen vinden. Misschien is het den propagandist zelf nog niet ten volle duidelijk wat het beginsel feitelijk inhoud. Eerst wanneer het aanvaard is, en het beginsel zelf ons gaat exploiteeren, dan treden de consequenties pas aan het licht en dan blijkt, dat het beginsel sterker is dan de menschen die het gepropagandeerd hebben. Zoo zal het ook met het beginsel van den N.S.B. gaan. Het zal het positief christelijke uit onze opvoeding moeten wegnemen en er het N.S. voor in de plaats moeten stellen, omdat het samen gaan van deze beide onmogelijk is.

d. H. (den Haag) J.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 september 1934

De Wekker | 4 Pagina's

Het Nationaal-Socialisme in Nederland. (XI)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 september 1934

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken