Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het Nationaal-Socialisme in Nederland. (XVI)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het Nationaal-Socialisme in Nederland. (XVI)

5 minuten leestijd

„De ware zedelijke wil en deskundigheid, leeft slechts in een gering aantal personen. De eenige mogelijkheid om eene uit deze deskundige en ontwikkelde burger samengestelde volksvertegenwoordiging te krijgen, is deze te doen samenstellen uit de vertegenwoordigers van de belangrijke maatschappelijke groepen. Als elke maatschappelijke groep uit eigen middelen vertegenwoordigers aanwijst is er kans op deskundigheid dier aangewezenen.”
Men staat eerlijk gezegd, verbaasd over de naiviteit, waarmede dit alles hier geponeerd wordt. 
’t Is of men in den kring van de N.S.B. heel weinig van het egoïstisch bestaan van den mensch afweet. De Volksvertegenwoordiging in haar tegenwoordige samenstelling is naar het oordeel van de N.S. een groep egoïsten, die daar uitsluitend zitten om hun zak te spekken en hun eigen belangen na te jagen. Hier moeten wij tegen protesteeren. Er zullen onder de honderd afgevaardigden, uitstekend geschikten — minder geschikten en ongeschikten zijn, maar dat zij allen zouden zijn zooals in de Staatsleer van het N.S. geoordeeld wordt, aanvaarden wij niet.
Ten tweede: of men nu de beste krijgen zal: wanneer de verschillende groepen de afgevaardigden zullen moeten kiezen? Of men daar een geest heeft, waardoor de een den ander uitnemender acht dan zich zelven? Of men daar geen onderlingen naijver vindt? Ik vrees, dat wij met die groepsverkiezingen van den wal in den sloot geraken. Een van onze bezwaren tegen het algemeen kiesrecht is juist: dat wij daardoor gevaar loopen, dat het groepsbelang boven het landsbelang gaat en het is met het oog daarop, dat men „de vrijgestelden” uit de Tweede Kamer en de Gemeenteraden weren wil, omdat deze voor en boven alles de belangen van hun organisatie zullen moeten behartigen? En nu wil de N.S.B, juist zulke groepsvertegenwoordigers in de Tweede Kamer brengen. Dwaasheid. Meer nog! Niet alle Staatsburgers kunnen in groepen ondergebracht worden. Ik denk aan de renteniers, — de gepensioneerden, — de rentetrekkers, enz. moeten die zich dan ook organiseeren? Of worden deze allen van het stemrecht uitgesloten? Dan wordt het volk nog meer verdeeld dan het nu reeds door het Algemeen Kiesrecht plaats vindt. Verder! Wat moeten die afgevaardigden in de Tweede Kamer doen, wanneer hun groepsbelang, hun tegenwoordigheid daar niet vereischt wordt, omdat er uitsluitend juridische of medische vraagstukken aan de orde zijn? Mogen de vertegenwoordigers van een bepaalde groep alleen dan spreken, wanneer hun belangen aan de orde zijn?
En ten slotte: waar blijven de beginselen? Want de politieke partijen zijn weg en de groepen treden er voor in de plaats. De partijen zullen zich dan moeten ontbinden en zich dan groepsgewijze moeten gaan organiseeren. Krijgen wij dan A. R. landbouwers en C.H. veehouders en R.K. tuinders en S.D. varkensmesters en N.S. eierboeren?
Ieder voelt, dat dit in een land als het onze toch volslagen onmogelijk is.
Onze politieke partijen zijn ten doode opgeschreven en „politieke beginselen” kunnen opgeborgen worden. Hoe het N.S. zich dit alles voorstelt?
Laat mij het u mogen mededeelen.
Grondslag en uitgangspunt van de maatschappelijke of economische organisatie is het beroep. De oercellen van de economische organisatie vormen de wettelijk erkende vakvereenigingen, die eenzijdig zijn, d.w.z. er zijn afzonderlijke vakvereenigingen, van werkgevers, van werknemers en van de vrije beroepen (geleerden, geestelijken, kunstenaars, ambtenaren, onderwijzers enz.), In elk district (van een of meer gemeenten) wordt in een bepaald vak (bijv. textielbedrijven), slechts één vakvereeniging van werkgevers en werk nemers erkend. Gelijksoortige vakvereenigingen worden in Nationale Vakgroepen saamgevat en deze stellen de candidaten voor de Tweede Kamer vóór, en wel te samen het dubbele aantal van de aan te wijzen leden: dus voor de Tweede Kamer met 100 leden, stellen zij te samen 200 candidaten voor.
En dan! Want nu moet er toch een deskundig lichaam zijn, dat uit die 200 voorgedragenen de 100 Kamerleden kiest. Dat zal de Raad van State moeten doen. Waarom deze, is ons volslagen onbegrijpelijk. Als men nog aan het lot gedacht had, zouden wij met de keuze althans, niet met het stelsel natuurlijk, nog vrede kunnen hebben, omdat het lot zonder aanzien des persoons oordeelt. Maar de Raad van State. Beschikt dat College dan over de wetenschap, die er noodig is, om uit die 200 de beste te kiezen?
Wat zouden de leden van dit college iedere 4 jaar een allergewichtigste taak hebben. En wat zou er iedere 4 jaar een geweldige verandering in de samenstelling van de Kamer intreden. Want de groote vraag is nog, of in den Nat. Soc Staat dit lichaam voldoende vrijheid en zelfstandigheid zou hebben in het aanwijzen van de leden. Want dit college moet immers den Leider ook gehoorzamen. Maar dan is men er nog niet.
Want men voelt, dat den tot nu tot gevolgden weg alles behalve democratisch is, en daarom mag het volk nu stemmen of het zich met de honderd gekozenen accoord verklaart. Echt Duitsch. Men zal in den Nat. Soc. Staat alleen maar stemmen met „ja” of „neen”.
De Eerste Kamer blijft samengesteld uit 50 leden, maar deze worden dan op voordracht van de Regeering door den Koning benoemd. De Leider maakt dus uit, hoe de Eerste Kamer samengesteld zal zijn.
Beide Kamers krijgen bij het tot stand komen van wetten slechts adviseerende, kritiseerende, controleerende bevoegdheid. Niet aan haar, doch slechts aan den Koning zijn de ministers verantwoording schuldig.
Die deze uiteenzetting met aandacht gelezen heeft, zal in zich zelven gezegd hebben: dat is echt Duitsch en wat Duitsch is, kunnen wij hier niet hebben, omdat dit in strijd met onzen Volksaard is, en de Staatsgedachte, die aan dit alles ten grondslag ligt, is monistisch, het is de Hegelsche Conceptie van den staat, die in lijnrechten strijd is met de Christelijke staatsgedachte.

d. H. (den Haag) J.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 november 1934

De Wekker | 4 Pagina's

Het Nationaal-Socialisme in Nederland. (XVI)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 november 1934

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken