Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

In de Pinksterweek te Apeldoorn

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

In de Pinksterweek te Apeldoorn

Predikanten-vergadering Woensdag 12 Juni

14 minuten leestijd

De Pinksterweek riep ook de predikanten weder op naar Apeldoorn. Jammer, dat velen die oproep niet verstaan. De Pinksterweek herinnert ons telkens weer aan de apostelen en de anderen, die eendrachtelijk bijeen waren. Vooral in onzen tijd moeten wij de beteekenis er van dieper dan ooit eens doordenken en levendiger dan ooit beoefenen. Dat men elkander zoo goed kan missen is niet uit den Heiligen Geest. Wij weten wel, dat het moeilijk is om elk jaar voor een goede agenda te zorgen, maar alle broeders kunnen daar aan medewerken door tijdig hun voorstellen en wenschen den secretaris te kennen te geven; hij zorgt dan wel. dat de bestuursleden er mede in kennis gesteld worden. Bericht dan de dingen officieel en laat het dan niet blijven bij wat praten onder elkaar. Wij zijn zeer dankbaar, dat wij onze samenkomsten hebben. Ook nu kunnen wij met voldoening op onze vergadering terug zien. De voorzitter, Prof. v.d. Schuit opende te half elf onze samenkomst. Hij deed zingen Ps. 72: 6, las Psalm 72, ging voor in gebed en sprak in zijn openingswoord o.m. het volgende: Uit den wereldoorlog kennen wij het woord: ”Im Westen nichts Neues”.
Ongetwijfeld zijn de staatkundige en maatschappelijke verhoudingen om en om gekeerd en wordt de kerk des Heeren geschud en geslingerd, geramd en ondergraven, waardoor haar leven wordt bedreigd.
En toch, de grondstructuur van wereld en menschheid blijft de eeuwen door. principeel dezelfde, en die grondstructuur is: een kleine God en een groote mensch. Deze groote mensch schreeuwt Ik, Ik en nog eens Ik. Dat is de oude zonde, de Paradijs-zonde. Al wat deze mensch doet is degenereerend. Alleen wat God doet is regenereerend. Hij alleen maakt de dingen wezenlijk nieuw.
Herinnerd werd aan de hooge onderscheiding, die den nestor der predikanten, prof. De Bruin, ten deel viel bij zijn benoeming tot Ridder in de orde van den Nederlandschen Leeuw.
Met een hartelijken wensch voor den bloei en het welzijn der Vereeniging verklaarde de Voorzitter deze vergadering voor geopend.
Na het kernachtige openingswoord werden de huishoudelijk zaken afgehandeld. De notulen werden gelezen en onveranderd goedgekeurd. Velen van de broeders gaven kennis van verhindering. De bestuursleden Prof. Geels, Ds. de Vries en de secretaris werden herkozen. Nog eens werd uitgesproken, dat de referenten tijdig, minstens 14 dagen voor de vergaderingen, de stellingen moeten inzenden. Agenda’s zullen dan toegezonden worden aan de leden. De penningmeester bracht verslag uit; de boeken werden in orde bevonden. De contributie moet vóór de maand April gegireerd worden. Na het afdoen der huishoudelijke zaken werd het woord gegeven aan den eersten referent Professor Wisse, die sprak over:

Antiek kerkbesef en Moderne Religieuze Gemeenschapszin.

I. Kerkbesef is — aldus spreker — het Kerkbegrip dat door ons als heengegaan is, en subjectief functionneert.
Het antiek kerkbesef lichtte spreker toe in zijn historische herkomst, in zijn karakter en functionneering. Het religieuze leven is naar zijn aard sociaal; trouwens in het teeken van het sociale staat oorspronkelijk alle menschelijk leven an sich; dit wortelt in den aard van het Wezen Gods. Cultuur en cultus zijn bij het Heidendom valsch inéén vervloeid; bij Israël in theocratische relatie. De Pinksterdag bracht de zelfstandigheid en de juiste harmonie. Het heidendom kent zoo iets als de kerk niet. De Vleeschwoording des Woords nl. volkroont zich in de gemeente wording des Heiligen Geestes. Christus heeft zijn discipelen geroepen tot een kring van geestelijke eenheid; en de Heilige Geest brengt naar Hand. 2: 47 hen, die zalig worden tot deze gemeenschap toe. Hij dringt van binnen uit, krachtens het Hoofd Christus tot een openbaring van organisme. Het wezen der kerk is alzoo een gemeenschap, maar van bovennatuur-lijken oorsprong. Er ontstaat een tweeheid in anti-these: de uitverkorenen tot een apart organisme, en de wereld — de rest; haar karakter is centraal en universeel.
Centraal: Christus is het ééne Hoofd waaruit zij opgroeit: en universeel: zij is geen raskerk, maar de nieuwe van Boven geboren menschheid.
Het besef hiervan geeft de ware opvatting over de verhouding, tegenover het individualisme der zonde. Zij functionneert in woord en sacrament, in ambtelijke bediening.
Niet de religie is het product der societas, maar religie dringt tot gemeenschapsbeleving Handel. 2: 42. Zulk kerkbesef baart geen privé-liefhebberij, maar is een element in de functionneering der ware religie en der christelijke godsvrucht; gehoorzaamheid aan den H, Geest. De kerk alzoo in het centrum.
Harnack heeft weer terecht aangetoond, dat Christus van meet af op een gemeenschap doelde; Calvijn betoogde reeds: de kerk is gemeenschap en moeder der geloovigen. Rome heeft er de caricatuur van gemaakt, door de kerk afgoderij met de kerk te doen bedrijven. Alle ware reformatie was en is dan ook nooit afbraak van de kerk, maar wel om die oorspronkelijke idee weer zuiver te laten werken. Calvijn b.v. stelde weer de ambten in. En revolutie is ten deze niet met reformatie op één lijn te stellen, maar ze is de religie des ongeloofs; óf om de kerk op te lossen, óf haar in haar souvereine zelfstandigheid te weerstaan.

Wat is nu moderne religieuze gemeenschapszin?
De societastrieb, welke gevonden wordt in alle die z.g.n. religieuze groepen, die meer of min buiten kerkelijk en zelfs antikerkelijk zijn en toch bij uitstek voor religieus willen doorgaan. Twee hoofdgroepen: 1. die nog Christelijk willen heeten; 2. die der nieuwe religie; b.v. neo-Germaansch heidendom van deze groep met name geldt, dat zij in de z.g.n. ..binding” het wezen eener religie zoekt. Religie ontstaat dan in die binding. De nieuwe tijd geeft dies de kerk veelal prijs. op de wijze van Hegel; òf omdat zij niet haar zelf getrouw zou zijn. Voor deze „nieuwbouw” nu komen onderscheidene moderne psychologische en cultureele verschijnselen in aanmerking. Vooreerst de sociale instinctentrieb, de meer Fransche neerslag der Aufklarung: tot mechanische organisatie. Het woord „Bond” wordt hier veelal gebruikt, in tegenstelling van kerk. Bond als pluraal begrip gaat feitelijk uit van het individueele als primair. De vrijheid van het individu in revolutionnairen zin. Voorts de pantheistische alvereering. Een sterk voorbeeld levert de neo-germaansche „theologie”, welke een wereldkracht wil scheppen en daartoe alle „breuk” wil wegruimen, dat is: alle dualiteit opruimt en monaliteit als princiep stelt, met pantheistische toespitsing. Dit is de onderwortel van den afkeer tegen het Oude Testament, Israël enz. waar de dualiteit wordt gesteld: God èn zijn wereld. Het karakter van dezen modernen religieuzen gemeenschapszin is óf Deistisch-Pantheistisch waarbij van uit het individu om belangen egoïstische strevingen, soms haat-maximes (zie de psychologie de la foule) de gemeenschapsstreving opkomt: of meer Pantheistisch-Deistisch: alle onderscheid is uit den booze; alleen de Bond, de gemeenschap, de groep enz. is er. Er is dan geen ontvangen uit openbaring, maar alleen voortbrengen tot openbaring. Verlossing wordt activistische zelfverlossing. Alle hieronder vallende groepen vertoonen een niet-transcenden-talen grondslag en zijn autonoom in leer en zeden,

Critiek.
Vervolgens bracht spr. critiek uit op dezen gemeenschapszin. Daartoe moet eerst voor deze bestrijding ruimte gemaakt, n.l. door op te ruimen, wat ten onrechte tegen de kerk wordt aangevoerd. Men beschuldigt tegenwoordig de kerk telkens van allerlei te hebben nagelaten, maar wat ten slotte niet op haar weg lag. Men doe aan deze modebeschuldiging niet mee. Veel te veel stappen we in het schuitje der tegenstanders over door altijd maar over de schuld van de kerk te spreken. Spreker acht het in dezen tijd dienstiger om haar batig saldo maar eens op te noemen. Meestal zoekt men haar schuld op sociaal gebied. Het ware beter dat men haar schuld zoekt waar die is; b.v. bij de tolerantie van allerlei onschriftuurlijke leeringen en organisaties. Wat nu de moderne religieuze gemeenschapszin aangaat zij is meestal tót een religie en stoelt niet óp religie. Het is een verarming van het begrip geloovige; hier wordt de societas niet geboren uit het geloof. De gemeenschapszin is voorts niet uit bijzondere openbaring geboren; niet uit Christus, hoogstens z.g.n. rondom Christus. Hij ontkent feitelijk Christus als Hoofd; Christus wordt „Führer”, Wij groeien dan niet uit Hem, maar stellen Hem aan.
Religie wordt bij dezen gemeenschapszin feitelijk gemaakt door ons en dan is ze geen religie. Deze gemeenschapszin wordt de caricatuur der kerk; en is dan wezenlijk schadelijk voor de religie. Als men de kerk verwerpt, omdat zij z.g. haar roeping verzaakt, dan heeft men het begrip kerk inmiddels erkend en dan is de schepping van iets anders uit den aard een minderwaardig product. Het gaat langs twee lijnen:
1. een nationalistische, die van Kant en Hegel. Bij Kant: de kerk is tot Godsrijk; de kategorische — imperatief zou het mooist en het Christelijkst werken juist bij „ons” b.v. communisten. Op de lijn van Hegel wordt de kerk tot Staat. n.1. die Staat, die aan zijn idee beantwoordt. De kerk wordt dus een minorbegrip.
2. Een humanistisch-pietisme, van Labadie tot Buchmann.
Al deze twee soort groepen en secten zijn al onverschilliger voor de kerk als Instituut met haar ambtelijke bediening. Er is ernorm veel zelfbehaging bij dit alles.
Alle werkelijke reacties dragen het Kains werk aan zich. Ze zijn deels ontstaan uit tekorten en afwijkingen der kerk, en kwamen ze nu maar tot Reformatie, maar ze maken een caricatuur er naast.
Zoo is het met Barth, de Maranatha-beweging, Buchmann, Heilsleger, vele vrije kerkgroepen enz.
Willens of onwillens is de moderne religieuze gemeenschapszin als buiten- en anti-kerkelijk ten principale de verloochening van Christus der opstanding, zoo-als die functionneert door Zijn Geest tot en in de kerk.
Er ligt hier feitelijk een anti-christelijk en anti-religieus princiep ten grondslag in zijn onderdiep. Zie daartoe deze moderne religieuze gemeenschapszin ten volle uitgegroeid staan in het moderne Germaansche heidendom. Het is de kwestie eener verticale dimensie (Chr. dom) of horizontale dimensie (de neo-beweging). Het gaat om dualiteit, God en wereld (Chr. dom) of monaliteit (de neo’s). Bij verwerping dier dualiteit kon men ’t blijkbaar niet af zonder religie en nu wordt de „binding” opgeroepen om als caricatuur te dienen, van wat men eerst verwierp. Deze religieuze voorstelling is een misgeboorte.

IV. Ten slotte is hier ook een boodschap aan de kerk? Er is werkelijk raison om zich te bezinnen.
Men heeft meer dan genoeg van de leuzen en fratsen: wij zijn des Heeren tempel. Een der groote kerkzonden is, dat zij vertoont vaak meer organisatie dan organisme. Zij moet meer het haar eigene vertoonen n.l. organisatie uit het organisme. Zij moet de haar eigen mystieken wortel meer beleven. Gods Geest is niet het eigendom van deze of gene persoon, maar van de kerk als het lichaam van Christus. (Pinksterfeest). Kerkelijk leven beleven is eigenlijk door en door mystiek, althans naar zijn theologischen kant. Nooit wordt de organisatie en de sociale zijde krachtiger beleefd dan als deze mystieke wortel zich laat gelden. Handel 2: 42—47. Daartoe diene de kerk zich ook weer goed te installeeren overeenkomstig de schriftuurlijke verbondsgedachte, wat heel wat anders is dan verbondsmethodisme. Verkiezing.—Verbond —Kerk, wie deze drie op een of andere wijze uiteenscheidt krijgt een minus. Alle kunstmatige opvijzeling van kerksbegrip en kerkbesef leidt tot caricaturen. De moderne jeugdactie e.a. heeft dit gevaar dan aan zich. Men wake ook tegen deze neo-bewegingen n.l. om uit valsche een-heidsaandrift, eenheidscomplexen te formeeren boven belijdenissen uit.

Voorts wees spr. op de reserves die de kerk heeft, juist omdat ze een instituut niet van menschelijk initiatief, maar des Heiligen Geestes is. De kerk heeft in zich daardoor de beweegkracht en levensbron om voor alle tijden en toestanden de ware tent van samenkomst te zijn. De neobeweging streeft naar organisatie met mystieken inslag. Nergens is dit beter en dieper dan in de kerk belichaamd. Er is niets reëeler en tegelijk mystieker dan dit Instituut des Heiligen Geestes. En pas op, dat ge u niet laat verleiden onder den naam van geestelijk te zijn, dat ge terwille van een verkeerd begrepen mystiek het Instituut kerk opoffert aan een geestelijke kerkidee, waarbij het instituut wordt genegeerd. Neen de H. Geest formeerde voor die geestelijke kerk juist het dienovereenkomstige .instituut. Ware Godzaligheid bestaat ook hierin, dat gij de kerk kerkelijk beleefd, naar de meening van haar Stichter, den Heiligen Geest.
De hooggeleerde referent ontving, bij monde van den voorzitter de wel verdiende dank der vergadering.
Een leerzaam debat volgde over belangrijke punten uit het referaat; Prof. Wisse beantwoordde de vragen op duidelijke wijze. Het debat had plaats na de pauze.
De tweede Referent was Ds. H.C. Bine van Zaandam. Hij sprak over:

De Buchmannbeweging.
In een historisch deel wees spr. op den naam, ziel, aanvang en toekomst der beweging. In een principieel deel zette hij uiteen, wat de beweging verstaat onder leiding Gods, klaarspelen met de zonde, het meedeelen, overgave de noodzakelijkheid het ontvangene door te geven, het rentmeesterschap en groepsarbeid.
In een critisch deel bracht hij ter sprake verschillende beoordeelingen uit binnen-en buitenland over de beweging, waarvan sommige gunstig, andere ongunstig luiden.
In het bijzonder werd aangetoond, dat ze niet anti-kerkelijk is, maar wel tot onkerkelijkheid leiden kan en geleid heeft. Wat de Zondeleer, Zondebegrip (hamartologie) der beweging betreft schetste spr. haar als vaag en ondiep: er wordt meer gesproken over uitwendige zondige daden, dan over het zondig bestaan des menschen. In de H.S. en de belijdenisschriften hooren wij een dieperen toon inzake de zonde, dan bij de groepsmenschen. Verder wees spr. op de bezwaren — soterioiogische — inzake den weg der verlossing. Uitdrukkingen als: ik voltrok, overgave enz. komen telkenmale in de geschriften der Buchmann-menschen voor. waarbij de mensch zich het objectieve door Christus verworven heil moet deelachtig maken, Dit riekt volgens spr. Arminiaansch.
Naar Gods vrijmachtige en genadige verkiezing, waarvan men niets in de geschriften der Buchmann-menschen vindt, roept, wederbaart, rechtvaardigt en heiligt God den mensch en wel om Jezus’ verdiensten door den Heiligen Geest.
Verder wees spr. op de bezwaren — psychologische en moreele bij de z.g.n. biecht, op de house-parties, op de gevaren van den stillen tijd. Wat de houding tegenover de beweging betreft wees referent er op, dat b.v. het vuur der eerste liefde het positief persoonlijk bezit van het heil in Christus, het doorgeven er van aan anderen ons jaloersch kunnen maken en leeren kan wat de taak der leeraars en leden is, maar dat wij ons niet kunnen conformeeren naar de groepsmenschen en hunne beginselen.
Waardeerend wat er goed in is, afwijzend wat er in af te keuren is, wees spr. er tenslotte op, dat we moeten houden, wat we hebben.
Uit het debat, dat volgde bleek wel, dat deze beweging principieel veroordeeld werd. De arminiaansche ondergrond was duidelijk te merken, gelijk velen aantoonden. De debatteerders lieten uitkomen, dat men niet halfslachtig tegenover de beweging moet staan, maar duidelijk de grond-dwalingen moet bloot leggen.
De voorzitter dankte ook den tweeden referent voor zijn werk.
Nadat bij de rondvraag nog enkele dingen besproken waren, werd de vergadering beeindigd. De voorzitter constateerde dankbaar, dat wij dezen dag weder van elkander geleerd hadden. Onze vergaderingen zijn van beteekenis, allereerst om den intellectueelen arbeid, die er verricht wordt; ten tweede omdat wij als broeders er dichter door bij elkander komen; ten derde omdat deze vergaderingen tot bloei der kerk medewerken Nadat Prof. Geels in dankzegging was voorgegaan sloot de voorzitter de vergadering.
Wij hoorden wel eens zeggen: Het is jammer, dat de predikanten elkander zoo weinig ontmoeten. Maar waarom komen de broeders dan niet in grooter getale op naar Apeldoorn? Het is een genot om in de Pinksterweek de schoone natuur te Apeldoorn te bewonderen, doch daarvoor behoeven wij nu juist niet naar Apeldoorn te gaan. Maar wij moeten er wel zijn om elkander te dienen, en om den broederband te versterken. Wij hopen, dat dit meer verstaan wordt. De Heere zegene ook dezen arbeid tot eere Zijns Naams en tot heil van Zijn Kerk.

v.d. M., Secr.

Mag ik den broeders, die niet ter vergadering geweest zijn, vriendelijk verzoeken hun contributie (ƒ 5.— ) te zenden aan den Penningmeester Ds. de Vries te Deventer, (giro No. 51287). Waarom moeten wij weer extra kosten maken om per postkwitantie te disponeeren?

J.J. v.d. S., De Voorzitter.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juni 1935

De Wekker | 4 Pagina's

In de Pinksterweek te Apeldoorn

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juni 1935

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken