Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het Tractaat - 17

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het Tractaat - 17

6 minuten leestijd

Wij zagen, hoe het Tractaat heeft geredeneerd over de doleantie-beweging uit de 17e eeuw, en welke sprongen hier zijn gemaakt om de daad van 1886 te kunnen conformeeren.
Thans komen wij tot de historieblik op de 16e eeuw, en zijn niet minder verbaasd, als wij het Tractaat hooren redeneeren over de reformatorische daad van Luther en Calvijn.
Misschien hebt ge tot hiertoe altijd gemeend, dat de mannen der Reformatie, dat Luther en Calvijn, nieuwe kerken hebben gesticht, toen zij het Roomsche Babel nebben verlaten.
Maar dat is nimmer het geval geweest, zoo betoogt het Tractaat.
Wij, als zonen en dochteren der scheiding, hebben altijd gehandhaafd, dat het werk Gods van 34 een reformatorische daad is geweest, als die van Luther en Calvijn. Gelijk deze eenmaal van het Roomsche Babel afscheid hebben genomen, zoo ook de vaderen der scheiding, toen zij Babel (het Hervormde Genootschap) verlieten, gelijk dit nog onomwonden wordt gezegd door de Synode der Chr. Geref. Kerk in den jare 1840, dat zij uit het Babel van valsche leeringen zijn uitgegaan.
Dit zou echter te veel eer voor de kerken der scheiding geweest zijn, en het Tractaat kan onmogelijk deze continuiteit van de kerk der afscheiding met die der Reformatie toestemmen.
Het Tractaat wil nu aantoonen, dat al wat in 1834 tot een reformeerende daad heeft gedrongen, volstrekt niet op één lijn is te stellen, met wat in de Reformatie geschiedde, toen Luther en Calvijn optraden, of Amsterdam geus werd.
Getoetst aan het werk der reformatie, door Luther en Calvijn geleid, zijn de kerken der afscheiding „scheurkerken”, zoo men ze niet als “doleerende” kerken wil aangemerkt zien.
Telkens en telkens komt het weer uit, hoe heel dit Tractaat een doorloopende bestrijding van het werk Gods in 34 is, en hoe de kerken der scheiding worden geblameerd, en in den hoek gedrongen door haar beginsel te bestrijden.
Het is voor den onderzoeker de moeite waard om kennis te nemen van de betoogtrant, die op dit punt door het Tractaat wordt gevolgd. Bij de Reformatie uit de 16e eeuw gaat het om het kerkverband. De doleantie uit de 17e eeuw betrof breuke met de bestaande organisatie, maar dan bleef het kerkverband in tact, zoodat de Gereformeerden later op de Nationale Synode konden vertegenwoordigd zijn. De Reformatie door Luther en Calvijn geleid ging verder dan breuke met de organisatie, en raakte ook het kerkverband, Hier sticht men geen nieuwe kerk, maar komt men er toe om de oude kerk, waarin men geboren is, te hervormen.
Nu ontkent het Tractaat niet, dat ten tijde der Reformatie hier en daar, zooals in Parijs en Weenen, in Polen en Italië, ook nieuwe kerkjes zijn gesticht, en hier mee zou men dan ten hoogste de kerken der scheiding kunnen vergelijken, maar de eigenlijke reformatorische daden, zooals die van Luther te Wittenberg, van Zwingli te Zürich, van Calvijn te Genève zijn toch van een gansch anderen aard geweest.
Op blz. 134 staat te lezen, „in Amsterdam b.v. en Londen, evenals in Wittenberg en Genève, scheidde men zich niet af van de kerk, waarin men geboren was om een nieuwe kerk op te richten, maar men maakte zijn eigen ouden kerk los uit haar correspondentie met andere kerken, riep een nieuw en beter kerkverband in het leven, en zuiverde zijn kerk van misbruiken. Daarentegen te Parijs en te Weenen, in Polen en Italië, trad men uit de kerk, waarin men gedoopt was uit, en stichtte tegen over haar een nieuwe kerk-formatie.
De bedoeling van deze redeneering moge voor den lezer duidelijk worden door er op te letten, dat wel de afscheiding, nu ja, een reformatorische daad was, maar toch volstrekt niet te vergelijken bij het werk der doleantie. Dit laatste kan en mag staan naast de heldendaden van Luther en Calvijn, doch mannen als de Cock of liever daden, als in 1834 kunnen en mogen slechts bij de „kerkjes der hervorming” gerekend worden, die als nieuwe plantjes haar continuiteit niet zoo klaar konden handhaven.
Dat dit de directe bedoeling van het Tractaat is blijkt onomstootelijk uit het vervolg van pag. 134 wanneer daar het verschil tusschen de kerken der reformatie (Luther en Calvijn) en de kerkjes der hervorming” (afscheiding) op deze wijze wordt ontwikkeld: „Op dit aanmerkelijke verschil is slechts zelden gelet. Men beging namelijk de fout om enkel de ééne, groote algemeen kerk, gelijk ze onder het pauselijk gezag tot een eenheid was saamgesnoerd, als de kerk te beschouwen, en overmits nu onze vaderen, zoowel te Parijs als te Amsterdam met de roomsche hierarchie braken, beeldde men zich ten onrechte in, dat b.v. ook hier te lande en te Londen nieuwe kerken gesticht werden. Dit was intusschen volstrekt niet het geval, en zoodra het tractement in het spel komt, weten zelfs de meest achterlijken van de onzen er nog zeer goed op te wijzen, dat de hervorming eigenlijk geen nieuwe kerken hier te lande in het leven riep, maar slechts een voortzetting in zuiverder vorm was van de oude Christelijke kerken, die in de 6e en 7e eeuw hier ontstonden. Wat een deel der onzen in 1834 bewoog tot hun reformeerende daad, staat dus volstrekt niet op één lijn, met wat te Amsterdam geschiedde, toen Amsterdam geus werd.
Daarmede zou het dan eerst op één lijn gestaan hebben, indien het aan deze vaderen gelukt was in de kerken zelve de synodale heerschappij neer te werpen. En te vergelijken is de stap van 1834 slechts met de Hervorming in die landen, waar gelijk in Polen en Italië de oude kerk zich bleef handhaven, en de kerkjes der hervorming slechts ais nieuwe plantjes naast de veroordeelde oude konden opschieten.”
Ook hier treft mij weder, hoe het Tractaat alles door elkander wart. Kerk en kerkgebouw, Rijks traktement en Gereformeerde kerkbeschouwing, Overheid en vrije kerk, al deze principieele onderscheidingen worden hier eenvoudig weggedoezeld om de doleantie, koste wat het wil, tegenover de afscheiding te rechtvaardigen, ja meer dan dat, om de eerste verre boven de laatste te verheffen.
Maar 1834 behoeft voor een dergelijke eenzijdige en sterk bevooroordeelde geschiedbeschrijving geen stap achteruit te treden. Zulk een kijk op de historie van Gods kerk in Nederland stelt de Reformatie van 1834 in een nog schooner glans, en zegt overduidelijk, hoe alleen langs allerlei gewrongen redeneeringen de doleantie zich kan handhaven.
Wij hopen dit nader aan te toonen.
Het gouden feest der doleantie moge een feit op zich zelf zijn, maar heeft niet als de afscheiding een continuiteit met de kerken der Reformatie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 augustus 1935

De Wekker | 4 Pagina's

Het Tractaat - 17

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 augustus 1935

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken