Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Veluwsche brieven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Veluwsche brieven

6 minuten leestijd

„De enkele naam Nunspeet is thans reeds voldoende, om den lezer te doen begrijpen, waarover we het hebben,” schreef het „Calvinistisch Weekblad”. Inderdaad, Nunspeet heeft den laatsten tijd niet over gebrek aan belangstelling te klagen gehad. De kerkelijke verwikkelingen aldaar hebben veel stof opgejaagd.
De pers gaf hare uitvoerige beschouwingen, maar inzonderheid toonden de organen der Gereform. Kerken een groote interesse voor deze haar zeer onaangename geschiedenis. Het is te verklaren, dat haar beoordeeling tegelijk een veroordeeling was, van hetgeen in Nunspeet is voorgevallen. Van haar standpunt bezien, is die kerkelijke breuk ongemotiveerd, en dus scheurmakerij. Deze verbitterde stemming is te verstaan, alleen…. het gekrenkte gevoel mag zich niet laten verleiden tot een voorstelling van zaken, die niet in overeenstemming met de geschiedenis is. Het ontbreekt in al de persbeschouwingen der Gereform. Kerken aan strikte objectiviteit, een gemis, dat te meer klemt, als men bedenkt, dat van die zijde de objectiviteit immer als eerste voorwaarde wordt gesteld. Maar ook hier gaat de natuur boven de leer.
Op de zaak zelf ga ik niet in, omdat deze op officieele wijze haar kerkelijk beslag gekregen heeft. De Classis Apeldoorn heeft zeer correct deze kerkelijke aangelegenheid getoetst aan de belijdenis.
Maar waarop ik de aandacht meende te moeten vestigen, is op de methode, waarop men van de zijde der Gereform. Kerken deze procedure tracteert, Men schijnt er belang bij te hebben de kerkelijke scheuring te zetten in het raam van „persoonlijke dingen”. Daar is veel voor te zeggen van haar kant! Maar als men informeert naar die persoonlijke dingen, dan komt men, gelijk de „Geldersche Kerkbode” aandragen met den „mantel der liefde” tot bedekking van zooveel, wat niet was naar de reinheid van het heiligdom.
Nu is men te Nunspeet zeer gevoelig voor dit vriendelijk gebaar van bedekkende liefde, maar voorshands heeft men daar nog geen behoefte aan dat overigens sierlijke kleed. Men moet het nog maar even bewaren, wellicht heeft men er zelf wel behoefte aan, als de „personalia” nagespeurd worden. Maar afgedacht hiervan, zou er wel eenige kerkelijke actie zijn gevoerd, waar-in het persoonlijke element niet aanwezig was? Zoolang de Kerk zondige menschen herbergt, zal ook zelfs het allerheiligste het menschelijke aankleven. Het is dan ook niet de vraag: of er bij deze verwikkelingen ook persoonlijke dingen te con-stateeren vallen, maar wel: is de openbaring der Chr. Geref. Kerk te Nunspeet vrucht van persoonlijke dingen?
Nu trekt het de aandacht, dat in de gereformeerde pers Ds. J. Tijmes als het zwarte schaap den lezers wordt voorgesteld. Er weeft zich een waas van fabelen rondom dezen dienaar des Woords, er vormt zich een legende, die met de waarheid in strijd is. Het is de plicht der christelijke liefde om dat weefsel te verscheuren, om die legende te brandmerken.
Ik ga niet in op al dat fraaie, wat de gereformeerde pers over Ds. Tijmes te lezen geeft. Maar wel wil ik wijzen op een voorstelling van Dr. Kuyper in de „Heraut”, die in de kleinere pers dankbaar wordt doorgegeven.
Dr. Kuyper n.l. schreef: “dat Ds, Tijmes oorspronkelijk tot de Chr. Geref. Kerk heeft behoord, doch later bij ons kwam, omdat hij het standpunt der Chr. Geref. Kerk niet deelde.”
De geleerde schrijver kan zelf beoordeelen, wat hij met deze mededeeling bedoeld heeft, maar, zoo gelezen, kan men er uit concludeeren, dat Ds. Tijmes eerst predikant in de Chr. Geref. Kerk is geweest en later als zoodanig tot de Geref. Kerken overging. Deze voorstelling kan de volge-lingen van Dr, Kuyper de gedachte suggereeren, dat Ds. Tijmes wel inderdaad een draaibord van de eerste soort moet zijn. De zaak is zóó: Ds. Tijmes is opgegroeid in een Chr. Geref. gezin, maar heeft als jongeling zich tot de Geref, Kerk gewend, werd student aan de Vrije Universiteit, en door dit instituut tot candidaat verklaard.
Dan heeft men het schering en inslag over Ds. Tijmes, maar deze kwam toch niet alleen over? Op twee na ging geheel zijn kerkeraad met hem mede, onder wie eerbiedwaardige grijsaards, die een goeden naam in Nunspeet hebben, en van wie men toch niet kan denken, dat zij in jeug-digen overmoed tot dezen stap gekomen zijn.
Het is jammer, dat b.v. Ds. Boeijinga, die zich in „Het Kerkblad” nogal in-teresseert voor de volgelingen, volgens hem 900 in getal, ik zeg, het is jammer voor dezen redacteur, dat hij niet ter Classis Apeldoorn was, toen de Kerkeraad rekenschap van zijn breken met de Geref. Kerken gaf. Dan kon hij dezelfde taal beluisterd hebben als de getrouw geblevenen in 1892 gesproken hebben, toen zij hun waarschuwing tegen de vereeniging deden hooren. Nunspeet heeft de „leergeschillen” weer eens in het licht gesteld, die de Chr, Geref. Kerken van de Geref. Kerken gescheiden houden. Nunspeet is de commentaar op de verklaring der Gen. Synode te Zwolle aan de Gen. Synode te Middelburg.
Waarom tracht men van gereformeerde zijde de principicele kwestie te camoufleeren met „persoonlijke dingen”. Men tracht op deze wijze den wissel om te gooien en de zaak Nunspeet op dood spoor te leiden. Dat moest men niet doen. Beter ware het, dat de Gereformeerde Kerken „1905” in verband met de Verbondsbeschouwing eens voor het aangezicht des Heeren brachten. Men roept op tot eenheid, en gaarne zouden we treden in dat voetspoor, dat als een ideaal ons altijd heeft toegelachen, maar dan eerst de hindernissen opgeruimd!
De teekenen in het leven der Gereformeerde Kerken roepen tot bezinning. Het gaat maar niet aan om zich hooghartig van ernstige geschilpunten af te maken. Er zijn binnen haar muren symptomen waar te nemen, die manen tot inkeer. Verwikkelingen als te Nunspeet, die meer weerklank in de Geref. Kerken vinden als men wil toegeven, het optreden van de „Vriendenkring”, enz., zijn waarschuwingen. Men wake voor kerkelijk chauvinisme!
En vraagt men met wat recht ik deze dingen zeg? Dan antwoord ik, omdat het kerkelijk vraagstuk schreeuwt om oplossing!
De wereld beeft op haar fundamenten, de naaste toekomst speit vervolging en verdrukking van het erfdeel des Hee-ren, en daarom is er oorzaak te over tot verootmoediging voor God, tot wederkeer tot Zijn Woord, ook voor de Kerk, tot de gemeenschap met haar verheerlijkt Hoofd, opdat Sion in ons lieve Vaderland worde gesteld tot lof van Zijn grooten Naam!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1936

De Wekker | 4 Pagina's

Veluwsche brieven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1936

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken