Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Schriftuurlijk kerkbesef en moderne religieuse gemeenschapszin (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Schriftuurlijk kerkbesef en moderne religieuse gemeenschapszin (1)

6 minuten leestijd

Nu onze artikelenreeks over de ambtelijke bediening van Christus en de geloovigen is voltooid, wenschen wij een geheel andersoortig onderwerp te gaan behandelen. Ditmaal meer verstandelijk van aard, alhoewel wij toch telkens zullen trachten het geestelijke en onderwerpelijke element niet te vergeten. Dit onderwerp achten wij van meer dan gewoon aanbelang. Het raakt de geestesworsteling onzer dagen op godsdienstig erf. Wij zien practisch rondom almeer de beteekenis en ernst der hier te behandelen aangelegenheid. Denk b.v. maar eens aan de Buchman-beweging (Oxford)……………
Wij zien naast, en zelfs tegenover de kerk met name als instituut, allerlei godsdienstige bewegingen, revivals, groepen, organisaties enz. opkomen, welke almeer beslag op de menigte willen leggen, en naar het heet nieuwe banen wenschen te openen, om de menschheid „tot God (terug) te brengen. Naast den algemeenen openlijken afval en bestrijding van God, treedt er ook een georganiseerd „religionisme” op. Onder religionisme verstaan wij dan, het streven om „aan godsdienst te doen”, hoe dan ook. Al minder blijkt het dan er op aan te komen, hoe men God dienen zal, — als het maar, op wat manier ook, gebeurt. — Elke actie die religieus ingezet wordt, moet toegejuicht worden; als op het vaandel maar de namen God of Christelijk worden gelezen is ‘t al in orde. Dat is zoo de mode geworden. En dan liefst zonder „dogma”—
En dan de Kerk? Och ja, dat is een historische antiquiteit zoo zachtjes aan geworden. De Kerk? De massa is er „beu” van geworden. Wij zullen, zoo heet het dan vaak, er geen kwaad van zeggen, ons er niet tegen richten; er zelfs welwillend voor zijn; maar zij kan ook wel verdwijnen, zij heeft mogelijk nu wel haar tijd gehad; zij zal zich althans geweldig hebben te corrigeeren; haar schuld is zwaar, haar getheologiseer en gedogmatiseer is allengs onduldbaarder geworden. Wij zijn het „gevecht” en „gekibbel” meer dan moe. Zal de kerk nog een mogelijkheid, een kans maken, dan diene zij zich aan te passen bij de nieuwe-religie-bewegingen. Ziedaar zoo ongeveer de hoofd-inhoud van de hedendaagsche beweringen van die zijde.
Wij willen deze dingen eens van naderbij gaan bezien en objectief beoordeelen.
Dat wij daarbij spreken van Kerkbesef heeft zijn bijzonderen zin. Kerkbesef niet slechts kerkbegrip. Natuurlijk wordt dit daarin voorondersteld; en er zal even zeer aandacht aan gewijd worden waar noodig. Maar Kerkbesef is toch nog ie anders. Kerkbesef bedoelt hier aan te dus den, dat het Kerkbegrip, ontleend aan de Heilige Schrift, als het ware door is heengegaan, dat het in ons bewustzijn grondig is opgenomen, tot een drang van onzen wil, om het te beleven in de daad Onze verhandeling zal in vier hoofd stukken plaats vinden.
Het eerste luidt: het Schriftuurlijk Kerkbesef zelf.
Het tweede: Moderne religieuse gemeenschapszin.
Het derde: Critiek op dezen gemeenschapszin.
Het vierde; De Boodschap aan ons als Kerk.

Onder Kerk verstaan wij dan de kerk als instituut.
Wij kunnen immers nog op andere wijze van haar spreken.
Wij onderscheiden als volgt:
De Kerk als het onzichtbare lichaam van Christus, en als de zichtbare verschijning in de wereld. En deze zichtbare dan niet precies gelijk aan wat wij noemen het instituut. .Want die zichtbare Kerk kunnen wij nog onderscheiden organisme en in instituut, beide baar. Als organisme zien wij dan de kerk zooals die als Christus’ lichaam zich op elk gebied laat gelden; en op alle terreinen de heerschappij van Christus tot erkenning oproept. Als instituut is zij de Kerk die door de instelling der ambten functionneert; — waarvan de bediening des woords, dus als woordinstituut, weer een onderdeel is.
Maar op dit alles kunnen wij nu her niet breeder ingaan. Wij houden ons hier aan de kerk als instituut, maar toch niet losgerukt van al dat andere.
De Kerk nu naar al haar opvatting. wel bovennatuurlijk in oorsprong en wezen, maar daarom niet anti-natuurlijk. Zet is geheel op het leven zelf naar scheppings-ordening ingesteld. Religie. leven zelf is sociaal van aard. Het draag een gemeenschapskarakter. Het ..gewone” leven is dit ook reeds; de mensch een sociaal wezen, d.i. hij is aangelegd een leven met een ander, en vindt dan eerst zijn volle ontplooiing; wij zijn elkanders leden. „Gewoon”, natuurlijk leven en religieus leven, liggen als getweernd in één. En de mensch is een menschheid. De zonde is ten deze individualistisch, uiteenscheuring tot verenkeling. De genade; is herstellend tot organisme. God zelf, in allen eerbied gezegd en bedacht, is sociaal, d.w.z. heeft in zijn eigen wezen de meervoudsidee als een éénheid op de hoogste of liever op de absolute manie: God is Drieëenig.
Zoo komt de Kerk als een herscheppingswerk Gods uit. Zij is uit de particuliere genade.
Bij het heidendom kent men dan zulk een instituut niet, al is daar (heidensche) religie. Cultuur en cultus liggen er vervloeid in één.
Bij Israël is het instituut nog niet uit geboren; het ligt in de theocratische windselen. Kerk en staat zijn daar één.
Wat de Pinksterdag bracht, was mei wat het wezen betreft zoozeer iets nieuws tegenover het oude testament, dan wel meer bepaald een zetten van de verhouding tusschen cultuur en cultus in den rechten vorm, en op den juisten grondslag; of wilt ge: de kelk kwam uit de knop te voorschijn; het is de opstanding naar den Geest. Nu zien wij cultuur en cultus onderscheiden, maar niet tegengesteld. doch in harmonische relatie uittreden, En dan met een eigen inhoud, en een eigen zelfstandige manier van bestaan: de Kerk.
Wij gaan dit DV. in volgende artikelen breeder verduidelijken.

(Wordt vervolgd)
Wisse

P.S. Reeds enkele maanden gelede lag dit artikel gereed; door de omtrent Pinksteren j.l. ontstane Oxford-beweging in ons land, — en waaraan wij toen eerst eenige artikelen hebben gewijd is de plaatsing van dit artikel almaar door uit gesteld — thans moge deze stoffe nu in regelmatige volgorde worden behandeld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 november 1937

De Wekker | 4 Pagina's

Schriftuurlijk kerkbesef en moderne religieuse gemeenschapszin (1)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 november 1937

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken