Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het Rapport

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het Rapport

6 minuten leestijd

Ik geef hier gaarne door, wat Dr. H. H. Kuyper schrijft in „De Heraut" van 19 December j.l. over de ,,leergeschillen".
Het supralapsarisme o.m. dit:

"Zoowel onze Gereformeerde Kerken in Nederland, als de meeste Gereformeerde kerken in het buitenland houden zich in hare belijdenisschriften aan de infralapsarische voorstelling d.w.z., dat God naar Zijn eeuwig welbehagen uit het gevallen menschelijke geslacht sommigen tot de eeuwige zaligheid verkoren heeft. De Synode van Utrecht in 1905 heeft, toen dit verschil aan de orde kwam, dit dan ook uitdrukkelijk uitgesproken, en ieder predikant vermaand in zijn prediking en catechetisch onderwijs zich daaraan te houden. Dat het supralapsarisme algemeen in onze kerken zou geleerd worden is derhalven onjuist, en met de uitdrukkelijke verklaring der Synode van Utrecht in strijd."
Dr. Kuyper vergeet hier, dat nergens in het rapport staat, dat het supra lapsarisme algemeen in de Gereformeerde kerken geleerd wordt, maar het rapport herinnert er alleen aan, dat uit de supra-idee een systeem zich heeft ontwikkeld in de Gereformeerde kerken, dat bijv. alleen rekent met potentieel levenden, met een verbond der genade, alleen met uitverkorenen opgericht enz. enz. Ik zou Dr. Kuyper willen vragen, of het niet waar is, dat de Gereformeerde kerken op grond van de besluiten van 1905 bij de bediening des Woords moeten uitgaan van de verkiezing en de wedergeboorte van den bondeling? De uitspraak over het vierde punt ,,de onderstelde wedergeboorte" geeft hier geen onzeker geluid. Waa r dit op uitloopt is te lezen op bid. 21 van het Rapport.

Vereenzelviging van het Verbond der Verlossing en het Genadeverbond.
Hierover schrijft Dr. Kuyper: o.m. dit: ,,Nu behoort dit punt niet tot de bekende leergeschillen, die in 1905 op de Synode te Utrecht aan de orde zijn geweest, zoodat dus zeker niet kan gezegd worden, dat onze Kerken daarover een uitspraak hebben gedaan."
Hier bedenke Dr. Kuyper, dat de leer van het genadeverbond nergens uit te schakelen is, wanneer het raakt de weldaden des heils. De besluiten van 1905 handelen over niets anders dan over dit kardinale stuk van het verbond, ook al wordt er met geen letter over het verbond gesproken. Ook onze Catechismus en onze 37 geloofsartikelen handelen niet letterlijk over het genadeverbond, maar wie daarom zou beweren, dat de leer des verbonds in de belijdenis niet is te vinden, zou toch al heel oppervlakkig lezen. Zoo ook hier.
Dr. Kuyper gaat voort:
Want het verbond der werken en het verbond der genade, wordt gesloten met een Verbondshoofd. Het werkverbond werd gesloten met Adam, als representant van het menschelijke geslacht, het verbond der genade met Christus het hoofd van de nieuwe menschheid. De Apostel Paulus wijst op die tegenstelling in Rom. 5 en 1 Cor. 15. Het zou dan ook kwalijk te veronderstellen zijn dat de Deputaten, die dit Rapport opstelden, dit ontkennen zouden."
Ik ben blij Dr. Kuyper de verzekering te kunnen geven, dat 'onze Kerken van harte belijden, dat Christus het hoofd der nieuwe menschheid is. Maar sinds wanneer is de ,.nieuwe menschheid" gelijk te schakelen met ,,bondelingen", waarvan de Schrift leert, dat kinderen des Koningskrijk zullen buiten geworpen worden?
Tusschen de nieuwe menschheid en verbond der genade is nog al een aanmerkelijk verschil. Natuurlijk niet voor hen, voor wie het genadeverbond alleen is opgericht met de uitverkorenen. Deze leer, die de Gereformeerde Kerken en de Gereformeerden Gemeenten huldigen, lijkt ons niet gebouwd op Schrift en Gereformeerde Confessie. Ik kan begrijpen, dat Dr. Kuyper moeilijkheid had met Calvijn en alleen de looper er op vond door te schrijven ,,Calvijn heeft trouw aan de Schrift altoos beide waarheden even beslist vastgehouden, hoe moeilijk ze ook voor ons te vereenigen schijnen." Terecht ,,beide waarheden" en dus niet eenzijdig ,,alleen met uitverkorenen." Het scholasticisme der 17e eeuw was aan Calvijn, vreemd.

De Eeuwige Rechtvaardigmaking.
Dr. Kuyper schrijft, nadat hij heeft aangehaald, wat de Synode van 1905 over de eeuwige Borgstelling van Christus leert o.m. dit:
Ook hier staan we voor de moeilijkheid, dat de Schrift beide waarheden ons leert, dat God ons met Zich Zelven verzoend heeft door den dood Zijns Zoons, toen wij nog vijanden waren, en dat wij, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, vrede hebben bij God door onzen Heere Jezus Christus. Onze kerken, zich buigende voor het gezag van Gods Woord, hebben beide gehandhaafd. Door dat te doen hebben zij het geschil, dat hierover ontstaan was, opgeheven.
Ook hier glijdt men weer over het bezwaar heen. Daar is geen gereformeerde belijder, die loochent de eeuwige Borgstelling van onzen Heere Jezus Christus, want het wordt in art. 20 en 21 der confessie duidelijk beleden. Daar wordt geleerd, dat Christus van eeuwigheid door den Vader is voorverordineerd om in den tijd voor de uitverkorenen te doen, wat tot hunne rechtvaardiging noodig was. Gods kinderen, zoo wordt hier dus gezegd, worden als gegeven aan den Zoon, van eeuwigheid door God gekend als die gerechtvaardigd zullen worden. Verder leert de confessie, dat de rechtvaardiging eerst dan geschiedt, wanneer deze gegevenen des Vaders, met Christus vereenigd, deelgenooten worden van de gerechtigheid Christi.
Rom. 4 : 25 en art. 20 onzer confessie leeren geen objectieve rechtvaardigmaking, maar wijzen op den grond van onze rechtvaardigmaking. De belijdenis en Gods Woord stelt de rechtvaardigmaking objectief en subjectief in den tijd; objectief, wanneer wij Christus worden ingelijfd, en subjectief, wanneer wij deze weldaad met een oprecht geloof in de beleving der ziel mogen smaken.
In den zin, waarin de Gereformeerde Kerken, naar luid harer besluiten in 1905 de eeuwige rechtvaardigmaking leeren, keuren wij dit op grond van Schrift en confessie af. De grond der rechtvaardiging is niet gelijk aan de rechtvaardiging des zondaars voor God. Onze Catechismus vraagt niet: hoe wij de rechtvaardiging deelachtig worden, maa: hoe zijt Gij rechtvaardig voor God. En het antwoord luidt: alleen door een oprecht geloof.
Ook dit besluit der Gereformeerde Kerken in 1905 in zake rechtvaardiging zou de Christelijke Gereformeerde Kerk gaarne onder nadere correctie zien, opdat Schrift en confessie beter en duidelijker tot uitdrukking kwamen.

Een verzoek.
In de pers heeft het bericht gestaan dat Deputaten der Gereformeerde Kerken verzocht hebben voorloopig de gedachtewisseling over het Rapport te sluiten. Dit "voorloopig" kunnen wij dan uitstrekken tot het jaar 1939, wanneer de Synode det Gereformeerde Kerken, naar ik meen te Sneek, zal bijeen komen. Ik kan mij best vinden, in wat deze Deputaten hebben verzocht. Hoe rustiger wij deze zoo gewichtvolle zaak ter harte nemen, hoe beter. In elk geval moet hier geen scherpe polemiek worden gevoerd, en niet meer gesproken van "zondige weigering", of iets dergelijks.

A. (Apeldoorn) S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1937

De Wekker | 4 Pagina's

Het Rapport

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1937

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken