Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Veluwsche brieven.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Veluwsche brieven.

5 minuten leestijd

In zijn Kerstboodschap heeft Paus Pius XI een klaagzang aangeheven over de verdrukking der kerk in Duitschland. Onder het regiem van het Nationaal-Socialisrae, heeft zij veel van haar invloed op het volksleven ingeboet. Haar rechten en vrijheden zijn tot een minimum teruggebracht. Inderdaad, het gaat Rome niet naar den vleesche in het Derde Rijk.
Maar ook hierin is de wet van oorzaak en gevolg te onderkennen. Zoo wat men zaait, zal men ook maaien. Het huidig gebeuren is van het verleden niet los te maken. De Paus kan de vrome verzuchting slaken, dat de kerk nimmer aan de politiek gedaan heeft. Wie de historie kent, weet beter.
In het midden der voorgaande eeuw kreeg de Roomsche kerk vasten voet in het land van Luther. Het eerste optreden kenmerkte zich door bescheidenheid; ze begeerden geen voorrechten, maar vroeg in den naam der verdraagzaamheid, die de grondwet in de I9e eeuw was, vrijheid van bestaan. Hoe kon de vrijzinnigheid een dergelijk beroep afwijzen, en de Roomsche kerk werd een plaats ingeruimd. Van meetaf was haar het succes verzekerd. Het was de tijd van het Ultramontanisme, de beweging, zoo door de Protestanten genoemd, die duizenden weer bracht onder het gezag van den Paus, wiens macht zeer versterkt geworden was door de woelingen der revolutiën, die in dien tijd Europa beroerden.
Uit vreeze voor het „roode gevaar” werd de Roomsche kerk weer het toevluchtsoord. De invloed van Rome wies van jaar tot jaar. Wel trachtte de regeering door het nemen van maatregelen dien invloed te beperken. De Jesuïten b.v. werden als politieke intrigenten het land uitgezet. Bismarck trachtte het onderwijs aan de Roomsche geestelijken te onttrekken, en in handen van den staat te leggen, maar nu ontbrandde een conflict tusschen Rome en Berlijn, de Kulturkampf geheeten, waaruit de Roomsche kerk de palm wegdroeg. De „ijzeren kanselier” moest het hoofd buigen, als gevolg van binnenlandsche en buitenlandsche toestanden. De Sociaal-Democratie bedreigde van zeer nabij de cultureele en sociale belangen des volks. Van over den Rijn dreigde het gevaar van oorlog met den erfvijand Frankrijk. Zoo gebonden durfde Bismarck in zijn strijd met Rome niet alles op één zet spelen. De teugels werden gevierd, een concordaat met Rome gesloten, en toen weerhield niets meer de triumf der Roomsche kerk. Bij tientallen deden Roomsche afgevaardigden hun intrede in den Rijksdag. De hoogste ambten stonden voor Roomschen open. Het „Centrum” was die machtige organisatie, die arbeiders en kiezers omvatte, en die den toon aangaf door middel van de „Germania”, het lijfblad van Rome. De Roomsche partij bekleedde de sleutelpositie. Machtswellust deed steeds hooger en verder grijpen, totdat de dag aanbrak, waarop ook Rome ter verantwoording werd geroepen. De wereldoorlog was voor Duitschland in een catastrofe geëindigd; het keizerrijk ging in de revolutie onder. In den aanvang waren het de Sociaal-Democratie en het Centrum, die de lakens uitdeelden. Maar toen kwam Hitler aan het bewind en als in een storm werden beide partijen neergeslagen. De Nationaal-Socialisten, die den onderteekenaars van den vrede van Versailles den dood gezworen hadden, hielden geducht afrekening. Wat Bismarck nimmer heeft kunnen doen, deed Hitler; hij smeedde geheel Duitschland tot één onverbreekbare eenheid. Staatkundig, maatschappelijk en kerkelijk werden de grenzen uitgewischt, alles werd gelijkgeschakeld, onderworpen aan den Staat. Rome eenvoudig aan den dijk gezet en al zijn invloed op den gang van zaken ontnomen. Dat was de genadeslag voor Rome, dat met niets minder tevreden kan zijn dan herstelling in zijn wereldmacht, zooals het die vóór de Reformatie bezat.
De kerk, en niet alleen de Roomsche, maar ook de Luthersche, heeft zich in het politiek gareel laten spannen, en bereidden daarmede zichzelf een vonnis, zooals dat in dezen tijd voltrokken wordt. Zeker, de verdrukkers der kerk zullen straks op hun beurt ervaren, dat zij hiermede hun politiek graf gegraven hebben. Nimmer heeft eenige staatsmacht zich in die worsteling met de kerk kunnen handhaven. Maar het is de kerk ook nimmer tot voorbeeld geweest, wanneer zij haar karakter en bestemming verloochende in het streven naar uiterlijk machtsbetoon.
De kerkelijke tragedie, die zich in het Derde Rijk afspeelt, biedt leerzaam onderwijs. Staat en kerk, beiden door God geordonneerd. Beiden hebben een eigen terrein en taak, en moeten tot elkander in goede correspondentie staan. Beiden in dienst des Heeren, die door hen Zijn raad volvoert. Is de Overheid Gods dienaresse, en is haar het zwaard der beteugeling der boosheid gegeven, de kerk is de dienstmaagd van Christus, die haar een plaats gaf in de wereld, opdat zij daarin zou zijn als een zout en zuurdeesem, om aldus de komst van het eeuwig Koninkrijk Gods te bevorderen, waarvan Jezus eenmaal getuigde; „Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld!”

A. (Apeldoorn) G.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 januari 1938

De Wekker | 4 Pagina's

Veluwsche brieven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 januari 1938

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken