Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Herinneringen (XL)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Herinneringen (XL)

4 minuten leestijd

Zoo verlangend als ik had uitgezien naar den Hemelvaartsmorgen, 200 beschroomd zag ik op tegen den naderenden avond. Het bedehuis was geheel bezet en niet alleen de leden der Apeldoornsche gemeente waren getrouw opgekomen, maar broeders uit Teuge, Arnhem en andere plaatsen. Onder het zingen van psalm 121:1 beklom ik den kansel, van het Kleine Kerkje in de Maria-laan.
..Zoo is dan thans”, alzoo begon ik te spreken, „de lang verwachte ure aangebroken, geliefde gemeente van Apeldoorn, waarop wij den herderstaf in uw midden mogen opnemen, en ik voor het eerst u als Mijne gemeente mag begroeten.
Eene ure gewichtvol tevens zoowel voor u als voor mij, eene ure door u ongetwijfeld in de laatste weken met verlangen te gemoet gezien, maar ook door mij, zij het met gemengd gevoel verwacht. Wel was het mij eene aangename en verblijdende gedachte eenmaal in het midden mijner gemeente te verkeeren, maar ook eveneens vervulde vreeze mijn hart, als ik dacht aan het gewicht, dat aan het herderlijk werk is verbonden. Doch ook dit kunnen en mogen wij u niet verhelen en hiermede drukken wij onze gemoedsstemming uit, welke ons in deze ure vervult en uitgedrukt in psalm 121: Onze hulp is van den Heere, die hemel en aarde gemaakt heeft.
In dit lied, zooeven met elkander aangeheven, in dien psalm van den Bewaarder Israëls, in dat gezang van verheffing, waarin de dalbewoner zijn blik naar boven, naar die bergen, naar den God der hulpe wendt, hebben wij het reeds uitgesproken. welken steun wij begeeren bij de aanvaarding van ons dienstwerk.
Die God die hulp is de genoegzame, op Wien nimmer vergeefs door de Zijnen gebouwd wordt.
Het oog dan naar boven, den blik hemelwaarts tot Hem, Die verre boven de bergen, ja boven de hemelen Zijn troon heeft gevestigd, zoo roept ons niet alleen deze psalm, maar insgelijks het feest van dezen dag, waarop wij bij den Opgevaren Heiland bij vernieuwing bepaald worden. Daarom ‘t oog naar den hemel, naar den verheerlijkten Heiland, die van uit den hemel, zoowel Gemeente als leeraar kan en wil zegenen.
Daarop wijst ook ons tekstwoord: Openb. 2:1, het woord aan den Engel der gemeente van Efeze: “Dit zegt Hij, die de zeven sterren in Zijne rechterhand houdt, die in het midden der zeven gouden kandelaren wandelt.”
Ik bepaalde mijne gemeente bij het onderwerp: De ten hemel gevaren Heiland in betrekking tot Leeraar en Gemeente.
Achtereenvolgens werd stilgestaan bij:
Een herinnering aan dezen feestdag,
Eene onderwijzing voor den leeraar.
Eene opwekking voor de gemeente. Eene verbinding van leeraar en gemeente saam.
De Ziener van Patmos zag een ge-openden hemel, en hoorde de stem van den Heere Jezus om aan de gemeente van Efeze te schrijven het woord van Hem, Die tusschen de gouden kandelaren wandelt. Daar zag hij zijn opgevaren Heiland, Die zegenend van Zijne discipelen opvoer. In kort werd aan die hemelvaart herinnerd en welke vrucht zij afwerpt voor de gemeente des Heeren.
Voor den leeraar lag hier eene aanwijzing, op welke plaats hij mag arbeiden, nl. in de Kerk, die hier voorgesteld werd als een zevental kandelaren. Christus wandelt tusschen die kandelaren en houdt ze zelf brandende. Evenals in de Oud-Testamentische Kerk de luchters uit het olie-kruikje voorzien werden van olie, zoo ook verlicht Christus Zijn volk, door de olie des Geestes. Welk een onderwijzing voor den leeraar. Jezus houdt de zeven sterren in Zijne rechterhand. Hij sterkt ze en houdt ze vast. Hij staat voor hen in. Daarin ligt eene opwekking voor de gemeente ook haar licht te verspreiden. Zij moet als schitteren aan den hemel der kerk. Nu moet de engel der gemeente het woord overbrengen van den Koning der Kerk, De gemeente ontvangt het Woord van Hem, Die in haar midden woont. Zoo zijn leeraar en gemeente aan elkaar verbonden.
De leeraar brengt de boodschap, die hij van den Koning ontvangen heeft en de gemeente moet luisteren naar dat Woord, zoowel als het bestraffend als vertroostend is.
Daar ligt de band tusschen leeraar en gemeente.
Met een hartelijk woord tot den ker-keraad, den bevestiger Ds. J. Wisse Czn., die tevens mijn leermeester was, tot mijn geliefden vader en ten slotte tot de gemeente werd deze predikatie gesloten.
De kerkeraad van Apeldoorn sprak mij daarna toe bij monde van èèn der ouderlingen, br. Jan Schouten namens den kerkeraad van Teuge en eindelijk mijn bevestiger, die de gemeente het loflied uit psalm 72 op de lippen legde: „Zijn Naam moet eeuwig d’eer ontvangen”, enz.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 1939

De Wekker | 4 Pagina's

Herinneringen (XL)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 1939

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken