Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Veluwsche Brieven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Veluwsche Brieven

5 minuten leestijd

De Kerk des Heeren is de eeuwen door in brandenden strijd gewikkeld geweest met de wetenschap, in de H. Schrift als een „valschelijk genaamde wetenschap" gebrandmerkt. Zij treedt óp met de pretentie den sleutel te dragen tot oplossing van de wereld- en levensraadselen. Maar ten onrechte! Naar oorsprong en wezen, karakter en doel is zij slechts een „ijdele philosophie", welke zich tegen de wijsheid Gods stelt. Haar oorsprong ligt in het ..vleeschelijk bedenken" des menschen, dat vijandschap is tegen God. Haar wezen is „aardsch, natuurlijk, duivelsch." Zij bedoelt het schepsel boven den Schepper en den leugen boven de waarheid te verheerlijken. Het brandpunt tusschen God en de wereld, geloof en wetenschap, schuilt in het dilemma: „openbaring Gods" óf „de wijsheid dezer wereld". Het is de antithese tusschen het geloof, dat in God zijn oorsprong vindt, en de wetenschap, welke zich van Hem emancipeert. Deze tegenstelling verklaart ons de geschiedenis van de strijdende Kerk, sinds de Heere haar in het aanzijn riep. En welke een strijd! De wetenschap, „die van beneden is," is een niet te onderschatten macht tegenover het Koninkrijk Gods.
En de gevaren werden te ernstiger, als men trachtte de principieele tegenstellingen te nivileeren; de grenzen tusschen kerk en wereld, rede en geloof uit te wisschen. Dat was het z.g.n. „syncretisme", dat altijd eindigde met de nederlaag der kerk, met ontzenuwing van het geloof. Zoo b.v. brak het Hellenisme in de dagen van Antiochus Epiphanes den geestelijken weerstand van Israël, dat in den doodelijken greep van de Grieksche wijsbegeerte aan zijn religie en historie ontzonk. Tegen dit verval kon het zwaard der Maccabeën geen verlossing brengen, ‘t Was daarmede als in de 17e eeuw, toen ons volk kwam onder den invloed der Fransche cultuur. Het had in den strijd tegen Lodewijk XIV den zege bevochten, maar viel toch ten prooi aan de Revolutie, omdat zijn geest was geïnfecteerd met de smetstof van het rationalisme.
Toen de Kerk naar haar universeele roeping de wereld der volkeren intrad, vond zij dan ook een ontzaggelijken weerstand. De wereld moest aan Christus cijnsbaar gemaakt worden. Wetenschap en cultuur moeten gekerstend! Maar de mensch wil zijn gedachten niet gevangen leggen tot de gehoorzaamheid van Christus, en zoekt een brug te slaan tusschen geloof en rede. Wat al dwalingen traden de Kerk binnen onder invloed van het Gnosticisme! Welke een verwoestingen richtte het humanisme der 16e eeuw aan in het werk der Reformatie. Een eeuw later zegeviert het Rationalisme over geheel de linie. De Aufklarung wijst heen naar den dageraad, welke na de donkerheid der eeuwen zal aanlichten. De Revolutie voleindigt het menschelijk bedenken. De rede zegepraalt over het geloof, de wetenschap over de openbaring Gods.
De 19e eeuw toont den opbouw op den grondslag van het revolutionaire denken. He Historisch-Materialisme treedt op met een nieuw evangelie voor de proletariërs, waarbij alle geestelijke waarden worden prijsgegeven. Het Materialisme verkondigt het van de daken, dat zij de natuurgeheimen ontsluieren zal, en in aanbidding buigt zich de mensch voor de nieuwe goden: cultuur en techniek. Het Paradijsprobleem: „de mensch als God", schijnt in vervuüing te gaan. De mensch klimt op tot duizelingwekkende hoogten. Hij doorwandelt de paden der zee. Hij ontneemt aan de natuur haar geheimen.
En zie, te midden van de schittering der wonderen van techniek en cultuur, komt de reactie. Het verstand des menschen werkt op volle kracht, ^laar nu herneemt het hart, zoo langen tijd onder de narcose der wetenschap, zijn rechten. De mensch naar den beelde Gods geschapen, kan zich niet geheel losmaken van zijn oorsprong. Daar is hem een leegte, die door de wereld met hare volheid niet kan vervuld worden. Zijn hart is onrustig, tot dat het zijn rust weer in zijn Schepper vindt, zooals Augustinus zeide. De moderne mensch is blasé, oververzadigd. Het mondaine leven bezit niets meer om zijn hartstochten te prikkelen. De huidige oorlog, welke in den beginne op zijn sensatielust werkte, heeft weer zijn belangrijkheid voor hem verloren.
Zoo treedt het kind dezer eeuw een nieuw stadium binnen, n.l. dat van het Relativisme. Dit is geen nieuw begin, maar het station, waar de mensch eeuwenlang is aangekomen in den cirkelgang van zijn vruchteloos denken. Het Relativisme werd in de oude school der phiiosophen als het summum van alle wetenschap gedoceerd.
Wat relativisme is? Het is de wijsgeerige theorie, dat men nooit het wezen der dingen leert kennen, doch alken hunne onderlinge verhoudingen. De bekende Einstein paste de relaviteit-theorie toe op de natuurkundige wetenschap, en wierp daarmede al hare axioma’s overboord. Deze wijsgeerige maatstaf legt men aan ter waardeschatting van religie en theologie, van ethiek en geloof. Het Relativisme ontkent, dat er eeuwige en onveranderlijke, absolute en normatieve waarheden zijn. De mensch kan niets met volkomen zekerheid weten. Alles is betrekkelijk. Boeddha heeft evenveel recht van optreden als Christus. Recht en wet, goed en kwaad zijn slechts denkbeeldige begrippen. Niemand bezit een onbedriegelijken maatstaf tot het definitief vaststellen van de waarheid en de leugen, want ook deze begrippen zijn betrekkelijk. Dit Relativisme, dat noodwendig tot het scepticisme voert, is het gevaar, dat op heden religie en kerk. Schrift en Belijdenis, theologie en ethiek van zeer nabij bedreigt.
Zijn machtig wapen heeft het in pers en radio. Het geschreven en gesproken woord dient den smaak des menschen. Van theologische en kerkelijke beginselen wordt de massa gespeend. De grenzen worden uitgewischt, de tegenstellingen genivelleerd, op elk terrein. Zoo wordt kerk en school, gezin en maatschappij ontwricht. Geheel het leven op losse schroeven gesteld. Over deze gevaren later meer.

A. (Apeldoorn) G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1939

De Wekker | 4 Pagina's

Veluwsche Brieven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1939

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken