Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De moraal der geschiedenis (21).

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De moraal der geschiedenis (21).

4 minuten leestijd

In 1910 kwam voor het eerst bij de Generale Synode een schrijven in behandeling, waarin de Gereformeerde Kerken aandrongen op heeling der breuk in 1892 geslagen. Het antwoord was afwijzend, gelijk te verwachten was. Deze Kerken toch hadden in de besluiten van 1905, waarin zij haar beschouwing omtrent Verbond en Doop uitspraken, haar zegel gehecht aan de leer der veronderstelde wedergeboorte, waarover het geschil tusschen beide Kerken liep. Het particulier gevoelen van Dr. A. Kuyper Sr., c.s., was gesanctionneerd als belijdenis der Geref. Kerken. Ten aanzien van de in geding zijnde leergeschillen was dus niets ten gunste gewijzigd, op grond waarvan de verwachting op een kerkelijk saamleven kon gekoesterd worden. De uitnoodiging getuigde dan ook niet van psychologisch inzicht in de houding van de bezwaarden, die om der conscientie wil niet met de Vereeniging in 1892 konden meegaan.
Ondanks deze teleurstelling zetten de Geref. Kerken haar actie tot kerkelijke eenheid voort. Een verzoek om saamspreking vond ook bij de Synode van Zwolle geen gehoor. Wel besloot zij deputaten te benoemen, die in opdracht kregen een rapport betreffende de gewraakte leergeschillen saam te stellen. Ieder, die met dit rapport heeft kennis gemaakt, zal moeten erkennen, dat het op een sobere, maar zakelijke en principieele wijze de leergeschillen toelicht en weerlegt. Het gaat niet in op allerlei bijkomstigheden, welke hiermede wel saamhangen, maar het behandelt de diepste oorzaak der kerkelijke gescheidenheid. Tot dusverre bleef dit rapport onbeantwoord, hoewel een exemplaar aan de deputaten der Geref. Kerken was toegezonden. Toen later bleek, dat zij dit rapport niet aan de Generale Synode hadden overgelegd, werd ook aan deze vergadering een exemplaar aangeboden. Nu is het wachten nog steeds op het officieele antwoord der Gereformeerde Kerken. Maar het laat zich aanzien, dat hiervan niet veel komen zal.
Van zekere zijde werd officieus de mogelijkheid in uitzicht gesteld, dat de Gereformeerde Kerken, om een eventueele vereeniging te bevorderen, de besluiten van 1905 zouden herroepen. Maar wie is zoo naïef om zich met deze hoop te vleien? De Synode Sneek-Utrecht heeft er wel voor gezorgd, dat men zich geen illusies dienaangaande moet maken. Maar gesteld, dat zij inderdaad tot dezen maatregel overgingen, wat was er dan nog bereikt? De geest van 1905 heeft zijn stempel gedrukt op het leven der Geref. Kerken. De leer der veronderstelde, wedergeboorte heeft haar als een zuurdeesem doortrokken, zoo dat het als een gelukkige uitzondering mag worden beschouwd, dat men hier en daar nog stemmen beluistert, die tegen deze Verbondsbeschouwing in verzet komen. De ontwikkeling van de Geref. Kerken is op deze leer gebaseerd. Zij zou haar huidig karakter en aanzien verliezen, indien zij de beslissingen van Utrecht herriepen. Geheel de zielezorg wordt gedragen en beoefend door de subjectiveering van het „geheiligd in Christus”. Onderwijs en opvoeding, prediking en catechesestaat in dit teeken. Er is sinds 1905 een geslacht opgegroeid, dat gespeend is aan de Schriftuurlijke, bevindelijke bediening des Woords. Hoe heeft men niet geageerd tegen „kenmerken-prediking”, en is het vonnis geveld over de preeken van de leeraars in de Kerk der Afscheiding. Altemaal symptomen, die op een bedenkelijk ziekte-proces wijzen. Men is er zoo spoedig bij om alle uiting van geloofservaring te bestempelen als ziekelijkheid, maar spreken dergelijke voorstellingen niet duidelijker van ziekteverschijnselen, die tot een nauwkeurig zelfonderzoek roepen? ’t Doet smartelijk aan, wanneer men jonge menschen, die aanzitten aan de tafel des Heeren hoort beweren: „ik heb wel geloof, maar geen bevinding,” De jongere generatie veronderstelt de wedergeboorte niet meer, maar gaat van haar uit als van een zekerheid.
De Christeljjke Gereformeerde Kerk wenscht niets liever dan de hand te reiken aan allen, die de verschijning des Heeren liefhebben, maar durft de verantwoordelijkheid niet aan: in te stemmen met een Verbondsbeschouwing, die noch door de Schrift noch door de Belijdenis wordt gedragen. Ook in 1943 handhaaft zij onverzwakt het standpunt, dat zij in gebondenheid aan Gods Woord en onder biddend opzien tot den Koning der Kerk in 1892 heeft aanvaard. Maar toch blijft zij met groot verlangen den dag verbeiden, waarop alle leergeschillen opgeheven zullen zijn en de eenheid van Christus lichaam ook naar buiten zich zal openbaren. Maar dan zullen er wonderen moeten gebeuren! Zeker, maar we hebben toch met een God van wonderen te doen? Hij roept dingen, die niet zijn, alsof ze er waren! Geve de Heere den Geest der genade en der gebeden in ruime mate in dezen geweldigen tijd, om het goede voor Sion te zoeken.

A. (Apeldoorn) G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 1 October 1943

De Wekker | 4 Pagina's

De moraal der geschiedenis (21).

Bekijk de hele uitgave van Friday 1 October 1943

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken