Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tweeërlei heiligheid in Christus 4

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tweeërlei heiligheid in Christus 4

7 minuten leestijd

Voor dat wij ons nu nader uitspreken over dat „oordeel der liefde”, waarvan onze Gereformeerde Vaderen gewaagden in de Classicale uitspraak van Londen 1655 willen wij eerst nog eens laten zien, hoever onze Vaderen deze heiligheid in Christus uitstrekten. Wie daarvoor een oog heeft zal moeilijk kunnen uitgaan van de leer eener subjectieve heiligheid in den zin van wedergeboren, innerlijk vernieuwd, levendgemaakt door den Heiligen Geest. Het oordeel der liefde moge een element in de leer van het genadeverbond zijn, het is niet en het is nooit de basis geweest voor de leer van het genadeverbond. Daarbij komt, dat onze Vaderen met dit oordeel der liefde een bepaalde bedoeling hadden, die ten eenemale in den jare 1944 haar beteekenis heeft verloren. Welke deze bedoeling is geweest zal later worden ontwikkeld, maar het „in Christus geheiligd” krachtens het Verbond hebben onze Gereformeerde Vaderen een strekking gegeven, die zoo breed en zoo ver is, dat elke gedachte aan wedergeboorte en geestelijke vernieuwing als basis van ’t genadeverbond toch wel verre van ons zal blijven.
Het is deze zelfde Classis der kerken van Londen, die in haar 7e sessie het volgende heeft gezegd: (Zie werken der Marnix-Vereeniging Serie II Deel I blz. 354).
Wiert gevraegt: Of dese bekentenisse, dat onse kinderen in Christo geheiligt ooc sal gedaen worden van ergelijke personen, die ’t VerBondt ontheiligen?
De antwoort is dese: volgens het Woort Gods en de leere der Gereformeerde kerken: hoewel sodanige personen ergerlijk sijn en voor haer selven dat Verbont Gods ontheiligen, evenwel en sijn haere kinderen daerom niet utgesloten van de privilegiën des Verbonds, want:
1. de kinderen der Israeliten, die in de woestijrie tegen God gerebelleert hadden en hem. tergden 40 jaren, die ontfingen evenwel als bondgenoolen het teeken der Besnijdinge Jos. 5 : 7. Nu, de genade en privilegiën des Verbonds en sijn niet meer bepaelt; maer noch meer uitgebreydet in den Nieuwen dan in den Ouden Testamente.
2. Gods Woort leert ons, dat de soon niet en sal dragen de misdaet des vaders Ezech. 18 : 20.
3. Hoewel de naeste ouders voor haerselven ’t Verbont ontheiligen, so en wort de heilicheit des Verbonts daerom niet weggenomen van hare kinderen, want men moet alsowel sien op de voorouders ja selfs op den wortel, namelijk de heylige Patriarchen, met wien het Verbont was opgericht, daervan den H. Apostel getuigt: Indien de wortel heilig is, so syn ooc de tacken heilig. Rom. 11 : 16. En psalm 105 : 8 daer wort betuigt, dat de Heere gedenkt aen sijn Verbont tot in der eeuwicheit, aen het Woort, dat hij ingertelt heeft in duisent geslachten. Het can ook wel geschieden en de ervarenlheit leert, dat godloose ouders wel somstijts vrome en godsalige kinderen hebben. Dese en diergelijke redenen worden noch meer bijgebracht. Derhalve is het besluit, dat de voorschreven bekentenisse geheel gesont is en met Gods Woort overeencomende. Ja degenen, die dit niet en willen bekennen, die en connen ooc niet bekennen, hetgene daerna volgt in het Formuier des Doops, dat de leere, die in de Gereformeerde Kerken geleert wort, de waerachlte en volcomene leere der salicheit is. Degenen, die in desen deele anders gevoelen, behooren de redenen harer gevoelens aan te wijsen om daerop satisfactie te ontfangen.”
Deze redeneering vertolkt, ten volle het gevoelen van Calvijn, die op dit punt de leidende figuur kan genoemd worden voor heel de verbondsleer der Gereformeerde belijdenis. Vooral de heenwijzing naar Rom. 11 : 16 van wortel en heilige takken is door Calvijn toegelicht op verschillende plaatsen, zoowel in zijn Commentaren als in zijn Institutie. Er is niemand der Reformatoren, die zoo zeer en zoo sterk de eenheid heeft getroffen en gehandhaafd van Oud en Nieuw Verbond als Calvijn. Van daar is het, dat in ons doopsformulier met zoo hooge nadruk gewezen wordt op het Oude Testament en op de besnijdenis, als een sacrament, waarin naar den aard der bedeeling de volle rijke Christus werd beteekend en verzegeld. Calvijn is daarin zeer sterk, als hij in zijn institutie schrijft: (4-14-23): „En om de waarheid te zeggen, wij mogen aan den doop niet meer toeschrijven, dan de Apostel in een zekere plaats aan de besnijdenis toeëigent, wanneer hij die noemt „een zegel der rechtvaardigheid des geloofs”. Derhalve al wat ons hedendaags in de sacramenten wordt gegeven, dat ontvingen eertijds de Joden in hun sacramenten, Christus namelijk met Zijne geestelijke weldaden. Dezelfde kracht die de onze hebben, vernamen zij ook in de hunne, te weten, dat ze hun lieden waren zegelen der goddelijke goedgunstigheid te hunwaarts tot de hoop der eeuwige zaligheid”.
Christus en al Zijne weldaden, zoowel in de sacramenten van het Oude als van het Nieuwe Testament is de volheid der beloften voor alle kinderen des verbonds, die volgens Calvijn in het verbond der genade begrepen zijn.
In zijn verklaring op Gen. 17 haalt hij den tekst uit den Romeiner brief aan over wortel en heilige takken en zegt dan: „Want de Schrift roept daar luide tegen in (nl. een verbond uitsluitend met uitverkorenen opgericht, S.) en zegt, dat Abrahams geslacht, dat uit hem is voortgekomen, bijzonder door God ten eigendom is aangenomen. Ook is de leer van Paulus duidelijk aangaande Abrahams natuurlijke kinderen, dat nl. de takken heilig zijn, omdat zij uit een heiligen wortel voortgekomen zijn (Rom. 11 : 16). En opdat niemand dit tot de schaduwen der wet zou beperken, of door allegorie verijdelen, vermeldt hij duidelijk op een andere plaats, dat Christus gekomen is, opdat Hij een dienaar der besnijdenis zou zijn. Waarom niets zekerder is, dan dat God Zijn verbond opricht met de kinderen van Abraham, die op natuurlijke wijze uit hem voortkomen zouden”.
Hieruit blijkt wel daghelder, dat Calvijn de rijke verbondsbelofte niet beperkt tot een kring van uitverkorenen, niet slechts rekent met het getal van hen, die subjectief en zielondervindelijk de zaligheid des verbonds en zijn belofte aan eigen ziel gesmaakt hebben, maar uitgaat van de volle organische verbondsidee, die de belofte handhaaft tegenover elken bondeling, al laat hij duidelijk uitkomen, dat niet elke bondeling het eeuwig heil deelachtig is of wordt.
En zoo krijgen wij dan in het verbond een rij van kinderen Gods, of van bondelingen, van erfgenamen des eeuwigen levens, van wien gelden zal: „gij hebt den naam, dat gij leeft, en gij zijt dood” en wij vinden in dat zelfde verbond een rij van hen, die, uit den Heiligen Geest herboren, in geestelijken ondertrouw den Drieëenigen verbonds God als hun God hebben leeren kennen bij aan- en by voortgang.
Hierop doelt, ook het Schriftwoord, te veel misplaatst en misbruikt: „dat niet allen Israël zijn, die uit Israël zijn”, wat niet anders zeggen wil, dan dat niet alle bondelingen en alle kinderen der beloftenis ook innerlijk deel hebben aan de geestelijke heilsweldaden, die door den Heiligen Geest liet eigen worden van een volk, dat het verbond der genade op gebogen knieën doorleeft.
Wanneer hieruit nu duidelijk is geworden, hoe ver deze heiligheid in Christus zich wel uitstrekt, en hoe zeer de Reformatie met Calvijn aan het hoofd deze tweeërlei heiligheid heeft gehandhaafd, hoe staat het nu met dat oordeel der liefde, waarover reeds zooveel te doen is geweest, en dat ook in de verbondsleer en bij het verbondszaad zoo dikwerf door onze Gereformeerde vaderen wordt aangevoerd?
Apeldoorn
J.J. van der Schuit

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 9 June 1944

De Wekker | 4 Pagina's

Tweeërlei heiligheid in Christus 4

Bekijk de hele uitgave van Friday 9 June 1944

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken