Bekijk het origineel

Jeugdleven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Jeugdleven

5 minuten leestijd

Van soldaten en burgers.
Eén van onze jongens in Indië schrijft mij een brief waarin hij nog eens weer de aandacht vraagt voor het lot van onze militairen. Zeker, wij doen van alles en nog wat voor ze, maar toch blijkt er altijd nog reden te zijn, voor hun belangen op te komen. Zulks temeer, omdat het euvel, waarover onze vriend schrijft, goeddeels kan worden weggenomen. Maar laat ik de inhoud van z’n brief eerst even in hoofdzaak weergeven:
„Als militair sta je op je eigen benen en meestal moet je in een andere stad dienen dan je woonplaats, dus je kunt niet thuis aanwippen, om het een of ander te vragen. Dus — zit je ergens mee, dan moet je het zelf maar uitzoeken, want burgers uit de stad, waar je ligt, bemoeien zich niet met je, of je moet al heel veel geluk hebben. Ik weet niet hoe het in H. staat; er zijn hier en daar wel mensen, die militairen mee naar huis nemen, maar dat zijn er geloof ik niet veel. Ik heb zelf in B. gelegen, maar daar had je absoluut geen kans om met een burger in aanraking te komen. Toen zijn we eens naar een J.V.-vergadering geweest en daar heb ik gevraagd, of ze geen adres wisten, waar we, al was het alleen Zondags, een kopje koffie konden drinken. Maar ik kreeg ten antwoord, dat de militairen dat zelf verknoeid hadden. En — dat is ook inderdaad zo, want er hadden vrijwilligers gelegen en die hadden het voor ons bedorven. Dus dat lukte niet; zo werden we vanzelf naar de kazerne of het militair tehuis gedreven. Het militair tehuis was wel gezellig, maar uiteraard niet de huiselijke gezelligheid. In B. knipoogden we naar meisjes in de kerk (foei! M.), in de hoop, dat ze ons aan spraken en mee naar huis zouden nemen, maar…. tot nog toe is het nooit gelukt. Ik vond de Zondag de vervelendste dag, want we waren de hele dag op de straat. En ik durf te bekennen, dat ik op Zondag in de bioscoop heb gezeten, omdat we anders niet wisten.
En nu hier precies hetzelfde. Met de acties haalden de mensen je binnen en mocht je alles doen, wat je maar wou, maar nu kijken ze je niet meer aan. Je kunt hier wel een adres krijgen, maar geen mensen van de kerk. Dat kan trouwens ook moeilijk, want er zitten hier net zoveel burgers in de kerk als in Holland militairen, maar de kerk is toch altijd gevuld, zó zelfs, dat er twee diensten worden gehouden. Dus dan kunt U wel nagaan, dat hier in den vreemde de jongens meer naar de kerk gaan, dan in Holland. Ik heb U dit verteld, omdat ik hetzelf ook meegemaakt heb, hoe je naar een huisadres kan verlangen. Er zijn jongens genoeg in de kerk, die een militair mee naar huis kunnen nemen, dus … schrijft U er eens over!”
Tot zover deze brief. Eigenlijk hoef ik daar niet zo heel veel meer aan toe te voegen. Mij dunkt, dat dit duidelijk genoeg is. Helaas zullen we aan de toestand in Indië hiervandaan niet veel kunnen veranderen. Maar onze vriend denkt aan de jongens, die nog in het vaderland zijn. Er dreigt gevaar, dat die vergeten worden, doordat de soldaten in Indië nog zoveel méér moeten missen. Maar dat is fout! Dit moet weer anders!
Zullen wij in onze kerkdiensten bidden den voor de militairen en bij het uitgaan van de kerk de aanwezige soldaten aan hun lot overlaten met het bekende: ga heen en wordt warm”? Durven wij, ouders en jongelui, de verantwoordelijkheid op ons te laden, dat jongens uit christelijke gezinnen de hele Zondag [hun vertier moeten zoeken op straat of van narigheid naar de bioscoop gaan? Natuurlijk, ze zijn zèlf verantwoordelijk. Mijn briefschrijver weet dat ook wel. Maar — we zijn als mensen óók verantwoordelijk voor elkander! De gemeente is verantwoordelijk voor de soldaten, die in de kerk komen.
Het mag geen enkele militair overkomen, dat niemand van de kerkmensen hem uitnodigt! Gelukkig zijn er gezinnen, die hierin een voorbeeld zijn. Maar we mogen niet alles aan enkelen overlaten. Geen afschuifsysteem.
Wat zullen we doen? Ieder doe, wat zijn hand vindt om te doen. Die jongens, die bij U in de bank terecht gekomen zijn, die laat U niet lopen, maar U vergoedt ze iets van het gemis aan huiselijke gezelligheid.
Dat hoort toch zeker ook bij onze „redelijke godsdienst”?
En dan mogen we dit toch zéker verwachten van ouders, die zelf een jongen in dienst hebben? Och, ik weet wel, ’t is niet altijd een opzettelijk negeren, maar we moeten er even aan herinnerd worden.
Ten slotte: ik heb geschreven over Evangelisatie ook door onze jongeren. Hier is een roeping voor onze jongens. Zoek zoveel mogelijk contact met onze militaire vrienden. Ga maar eens naar het militair tehuis. Neem ze eens een avond mee. En zorg vooral, dat ze Zondags niet met hun ziel onder hun arm behoeven te lopen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 mei 1948

De Wekker | 4 Pagina's

Jeugdleven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 mei 1948

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken