Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Lezen en Verstaan

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Lezen en Verstaan

4 minuten leestijd

Hand. 19:3

De vraag, welke ons bij Hand. 19:1—5 nog altijd bezig houdt, is: is hier sprake van overdopen?
Het laatste woord is over dit onderwerp nog niet gezegd. In de commentarenreeks bij Bottenburg uitgegeven verscheen nu het tweede deel op de Hand. der Apostelen. Op verzoek geven wij opnieuw onze gedachte over Hand. 19:3.
Er zijn drie hoofdverklaringen te noemen.
Ten eerste: de discipelen te Efeze (Hand. 19:1—5) zijn door Johannes gedoopt doch zij hebben de Geestesgaven nog niet ontvangen. Vers 5 wordt dan zoo verstaan: toen zij hem (n.l. Johannes) hoorden, enz. En bij Paulus’ bezoek ontvingen zij de gaven des Geestes. Van die gaven hadden zij niet gehoord. Aldus b.v. de Kanttekenaren in den Statenbijbel. Calvijn denkt ook aan doop in den zin van: ontvangen van Geestesgaven. Maar erg bevredigend is de verklaring niet, al stemmen wij toe, dat zij niet onmogelijk is. Dr Bavinck, Dogm. IIIe dr. dl. 4, bld. 547, denkt ook aan gaven des Geestes. Toch merkt hij op: het vreemde is … dat de discipelen vóór deze handoplegging gedoopt werden. En dan concludeert hij, dat Paulus den doop van de discipelen te Efeze (Hand. 19:1—5) niet als echt erkend heeft.
Dr Bavinck schrijft dan verder, dat er onder de discipelen van Johannes allerlei dwaling binnen geslopen was, ook aangaande den doop. De discipelen waren niet met een waren doop gedoopt en daarom moesten zij (die in Hand. 19:1—5 genoemd worden) overgedoopt worden. Zij waren niet met den echten, den oorspronkelijken doop van Johannes gedoopt. Wij hebben daarmee een tweede verklaring genoemd, o.a. ook te vinden bij Matthew Henry. Er zou een soort joodse secte bestaan hebben, gevormd uit discipelen van Johannes en die doopten, naar beweerd wordt, in den naam van Johannes. Zij werden dus overgedoopt omdat zij niet overeenkomstig het bevel des Heeren gedoopt waren. Dr A. Kuyper Sr denkt ook aan een joodse secte; zie E. Voto II. 508, v.v. Bekend mogen wij achten dat Dr K. tussen den doop van Johannes en die na den Pinksterdag een verschil zag.
De derde verklaring welke wij noemen is die van Dr Grosheide in de reeds genoemde commentaar. Die sluit nauw aan de tweede aan. Allereerst staat dan vast dat de doop, door Johannes de Doper bediend, een echte doop was. Dus zij, die door hem gedoopt waren, werden niet overgedoopt. Dr Grosheide merkt dan op, dat de constructie in vs 3 eigenaardig is. „Waarin zijn ze gedompeld? Welke belijdenis hebben zij afgelegd?” In verband met 10:44 mag worden aangenomen dat er bij den doop openbaringen van de aanwezigheid des Geestes voorkwamen. Paulus merkt er bij deze discipelen niets van en concludeert daaruit blijkbaar dat zij niet gedoopt zijn. Verder betoogt Dr Grosheide dat „in den doop van Johannes” niet betekenen kan dat deze mensen in den naam van Johannes gedoopt zijn, want dan moest er staan: „in den naam van Johannes”. Daarin doopte Johannes niet, Matth. 3:6, vgl. 1 Kor. 1:13. Deze mensen zullen niet door Johannes zelf gedoopt zijn, maar door een discipel van Johannes, die meende van Johannes volmacht te hebben om te dopen. Dus zijn de discipelen te Efeze (Hand. 19:1—5) op een verkeerde manier, los van den Geest gedoopt.
Dus de conclusie is toch blijkbaar van Dr Grosheide: 1e die doop van Johannes (n.l. in Hand. 19:1—5 genoemd) was geen echte doop, geen doop door Johannes de Doper bediend. En 2e: bij dezen niet-echten doop zijn ook geen Geestesgaven ontvangen. Daarom werden zij overgedoopt en bij het opleggen der handen ontvingen zij de Geestesgaven.
De discipelen te Efeze hadden van het Pinksterfeit, vs. 2, blijkbaar niet gehoord. Zij hadden een doop ontvangen, een Johannes-doop, door afgedwaalde discipelen van Johannes; zij waren dus door den voorloper van Jezus niet gedoopt.
Geestesgaven hadden ze blijkbaar ook niet ontvangen. Omdat zij dus geen waren doop ontvangen hadden, werden zij gedoopt naar den eis der Heilige Schrift. En na het opleggen der handen ontvingen zij de Geestesgaven.
De derde hoofdverklaring sluit dus in hoofdzaak de eerste en de tweede in.
Wij zijn er van overtuigd dat de moeilijkheden niet zijn opgelost.
Maar de verklaring, in hoofdzaak ook door Grosheide gegeven, lijkt ons nog altijd de meest aannemelijke. Ook vroeger gaven wij deze verklaring, wat de hoofdzaak betreft.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1949

De Wekker | 4 Pagina's

Lezen en Verstaan

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1949

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken