Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Toelichting op de Kerkorde XL

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Toelichting op de Kerkorde XL

4 minuten leestijd

De vierde bepaling bij art. 5 K.O. zegt: „Daar een korte ambtelijke bearbeiding van een gemeente tegen haar belang strijdt, wordt de kerkeraden ernstig ontraden, om predikanten, die nog geen twee jaar in hun gemeente werkzaam zijn, te beroepen, terwijl de predikanten worden vermaand, niet zonder volstrekte noodzakelijkheid hun gemeente zo spoedig te verlaten (Synode 1849, 1854)”. Vanouds waren de Gereformeerden zeer gekant tegen het spoedig vertrekken van een predikant. De gemeenten werden daardoor telkens op groote kosten gejaagd en van een vruchtbare bearbeiding van een gemeente kon eigenlijk geen sprake zijn. Toch scheen het euvel zich nog al eens voor te doen en daarom werden er in verschillende provinciën maatregelen genomen.
Zoo gold vanaf 1584, in Friesland de regel, dat een predikant niet binnen de twee jaren mocht vertrekken, tenzij hij om gewichtige redenen daartoe verlof ontving van de classis en van de Gedeputeerde Staten. In 1634 werd deze resolutie aangevuld met de bepaling, dat dit spoedig vertrekken ook niet mocht plaats vinden al wilde de predikant de onkosten, die men indertijd met zijn beroeping gemaakt had, terugbetalen. De provinciale synode van Overijssel, in 1618 te Vollenhove gehouden, zond een instructie naar de nationale synode te Dordrecht, 1618/19: dat het haestelijck vertrecken der predicanten van eene plaetse op den anderen sonder sonderlinghe oorsaecken niet mochte toegelaeten worden. Het schijnt, dat de Dordtsche synode geen termen aanwezig achtte om hiervoor een algemeene bepaling te maken. De Staten van Holland evenwel besloten 23 November 1680 „dat alle soodanige Praedikanten, die binnen het jaer na hare bevestigingh door een nieuw beroep van Kerck soude mogen komen te veranderen, aen die Kerck of Plaetse die sy binnen den voorschreven tydt van een jaer souden mogen komen te verlaten, voor haer vertreck en afscheyt-praedicatie sullen moeten restitueren en vergoeden alle de kosten die in het formeren en voltrecken van haer voorgaende beroep by de selve Kerck of Plaetse souden mogen gedaen zijn”.
In 1731 werd een resolutie uitgevaardigd, waarin werd bepaald, dat predikanten in de Generaliteitslanden (Brabant, Limburg, Zeeuwsch-Vlaanderen), die binnen drie jaren vertrokken, alle gemaakte onkosten moesten terugbetalen.
Ook in de kerken der Afscheiding kwam het nog al eens voor, dat een predikant, die nog maar heel kort in zijn gemeente was, een beroep naar een andere gemeente aannam. Daarom sprak de synode van 1849 uit: Dat de korte bediening van eene Gemeente tegen haar welbegrepen belang strijdt; hierom worden de Herders en Leeraars vermaand, hunne Gemeenten niet, zonder volstrekte noodzakelijkheid, spoedig te verlaten. Oordeelen zij evenwel binnen het jaar te moeten vertrekken, dan zullen zij de onkosten teruggeven, die door de Gemeente om hen te verkrijgen, gemaakt waren. De synode van 1854 verklaarde nog eens nadrukkelijk bij het besluit van 1849 te blijven. De mogelijkheid bestond dus om binnen het jaar te vertrekken, mits de onkosten, die de gemeente, die men verliet, gemaakt had om den predikant te krijgen, gerestitueerd werden. Op dat laatste was naturlijk wel een weg te vinden. De nieuwe gemeente wilde, zooals vanzelf spreekt, die onkosten wel betalen. Alleen kon de financieele regeling nog wel eens moeilijkheden baren. Wat moest onder „onkosten” worden verstaan? Of er veel moeilijkheden geweest zijn, is mij niet bekend. De synode van 1875 nam echter een besluit, waardoor feitelijk het tweede gedeelte van het besluit van 1849/1854 werd opgeheven, of liever gezegd, overbodig gemaakt. Zij stelde nl. vast, dat kerkeraden geen vrijheid hebben om leeraars, die nog geen jaar in hunne tegenwoordige gemeente werkzaam zijn, naar eene andere gemeente te beroepen. Door deze bepaling werd het vertrekken binnen een jaar onmogelijk gemaakt.
In de Chr. Geref. Kerk na 1892 bleef men bij de vroegere besluiten. De synode van 1947 heeft deze besluiten nu geredigeerd zooals aan het begin van dit artikel is weergegeven. Ik acht deze formuleering volkomen juist. Hier is het beginsel van de vrijheid van kerkeraden en predikanten gehandhaafd, en dat is goed. Daar kunnen omstandigheden zijn die een al te strakke band funest doen zijn voor gemeente en predikant. Vooral dient hier bedacht, dat wij de strategie van den Heiligen Geest niet kunnen en mogen binden. De synodale bepaling draagt daarom het karakter van een ernstig advies, waaraan ieder zich zoo veel mogelijk heeft te houden. Alleen is m.i. de bepaling niet volledig. Het verdient nl. aanbeveling om het tweede gedeelte van de bepaling van 1849 over de restitutie van gemaakte onkosten weer op te nemen. Men kan dan, net als in 1849, den termijn stellen van één jaar, maar ook evengoed van twee jaren. Voor dit laatste is m.i. het meeste te zeggen. De kerkeraden, die een predikant, die nog geen twee jaar in zijn gemeente is, willen beroepen, hebben daarin dan een zekere rem in het beroepen. En de kerkeraad, die zijn predikant binnen twee jaren ziet vertrekken, ziet zich daardoor niet financieel gedupeerd.

A.(Apeldoorn), H.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1949

De Wekker | 4 Pagina's

Toelichting op de Kerkorde XL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1949

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken