Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De stamboom van Jezus Christus II

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De stamboom van Jezus Christus II

10 minuten leestijd

Het boek des geslachts van Jezus Christus, den zoon van David, den zoon van Abraham.Matth. 1 : 1 .

Indien er ooit een bladzijde in de Schrift is aan te wijzen, die sterk typeert de menschheid van Jezus, zoo kunt ge die in het geslachtsregister vinden. Het is met name onze gereformeerde geloofsbelijdenis, die zeer sterk de nadruk legt op de menschwording van Christus. Ik weet niet, of de lezer (lezeres) zich al eens de moeite gegeven heeft om art. 18 en 19 van onze Nederlandsche geloofsbelijdenis te lezen. Hier wordt heel sterk benadrukt, dat heel onze zaligheid mede hangt aan de waarheid van Christus’ lichaam (art. 19). En wat men daaronder verstaat blijkt heel duidelijk uit art. 18, waar wordt gezegd, dat Christus is deelachtig geworden des vleesches en bloeds der kinderen, dat Hij een vrucht der lendenen van David is, zooveel het vleesch aangaat, geworden uit het zaad van David naar het vleesch, een vrucht des buiks van Maria, geworden uit een vrouw, een spruite Davids, een scheut uit de wortelen van Isaï, gesproten uit het geslacht van Juda, afkomstig van de Joden, zooveel het vleesch aangaat, uit den zade Abrahams, aangezien Hij aangenomen heeft het zaad van Abraham.”
Waarom wij hier dit stuk uit onze belijdenis u voorhouden?
Wel, omdat wij weder in den strijd gewikkeld zijn geworden, die veel geraffineerder en sluwer is, dan ten tijde, toen onze belijdenis werd opgesteld en deze argumentatie ten beste gaf.
In de dagen onzer gereformeerde Vaderen kwam het geslachtsregister van Jezus in geding bij den strijd tegen de wederdoopers. Het staat uitdrukkelijk te lezen in art. 18 der confessie, dat het gaat tegen de ketterij der Wederdoopers. Het is stellig nog niet voldoende bekend, dat de ketterij der Barthiaansche theologie met veel fijner degenstoot den strijd aanbindt, tegen wat hier onze belijdenis zegt, en wat Gods Woord in Matth. 1 : 1 ons leert.
Voor heel deze school is de geboorte van Christus uit Maria van indifferente beteekenis d.w.z. zij heeft geen waarde voor des zondaars eeuwig heil.
En nu is dit het sluwe in deze moderne voorstelling, dat de meesten dit te weinig kunnen onderkennen, omdat juist deze nieuwe school in de theologie met de grootste nadruk opkomt voor de vleeschwording des Woords. Voor haar is, wat Johannes zegt, van de grootste waarde „en het Woord is vleesch geworden”.
Dit is het sluwe van dit nieuw modernisme, dat zij de gemeente verleidt met een schoone terminologie, en dat ons opkomend geslacht niet voldoende onderlegd is om hier de gevaren te onderkennen.
Wie een man als Brunner hoort of leest — hij is de man, die op den wereldraad van kerken zulk een groote plaats heeft gekregen — of wie — om bij eigen land te blijven — een boek leest als van Van Niftrik „kleine dogmatiek” wordt naar een labyrinth gebracht, waar De Waarheid door de Waarheid wordt bestreden. Als de Waarheid door de leugen wordt bestreden, dan weet men, waar men uitkomt. Al is de leugen nog zoo snel, de Waarheid achterhaalt hem wel, en wint het wel. Maar als de Waarheid door de Waarheid wordt bestreden, dan houdt men een halve waarheid over, en dat is de grootste leugen, omdat het de vrome leugen wordt.
Ik noemde u Brunner. Wat maakt deze van de menschwording van Jezus? Wat is voor hem de geboorte uit Maria? Wat voor waarde heeft voor dezen theoloog het geslachtsregister?
Waarlijk, het is de moeite wel waard om in de dagen, die aan ons Kerstfeest voorafgaan, de geesten te beproeven, of ze uit God zijn. Het gaat hier toch om niets minder, gelijk onze confessie zegt, dan om onze zaligheid, die mede hangt aan de waarheid van de geboorte van Jezus uit Maria.
Brunner schreef een boek over den Middelaar, en daarin betoogt hij, dat de kerk zich wel druk gemaakt heeft over de menschelijke geboorte van Jezus, maar dat zulks niet uit de Schrift, maar uit een dogmatisch systeem is opgebouwd. Heel dat belijden van Christus naar het vleesch heeft feitelijk geen beteekenis. Wij moeten terug naar den Johanneïschen en Paulinischen zin van dit wondergebeuren. Paulus schrijft slechts, dat Christus geboren is uit het zaad van David naar het vleesch, maar dat Hij is de Zoon van God naar den Geest. En Johannes vindt het voldoende om te zeggen: het Woord is vleesch geworden.
En wanneer men Brunner wijst op bladzijden als dit geslachtsregister, of op een passage als Matth. 1 : 18-25, zoo zegt hij u, dat dit niet voldoende is om er een Schriftbewijs op te fundeeren.
En wat Van Niftrik betreft, ook hij vertelt u in den geest van Brunner, dat de kerkelijke leer niet dezelfde interesse heeft voor den „historischen Jezus” als de vorige eeuw. Maar het gaat niet om dien historischen Jezus, want het is niet het vleesch, als zoodanig, dat ons redt, maar het Woord, God Zelf. Van Niftrik gaat zelfs zoo ver, dat hij beweert wie zijn geloof bouwt op den historischen Jezus als zoodanig, d.w.z, op een Jezus, die werkelijk mensch geworden is, pleegt afgoderij, schepselvergoding.
Maar wie op deze manier den Christus naar het vleesch verwerpt, houdt alleen een Christus naar den Geest, als een ideaal over, een ideologie, die als afgoderij gebrandmerkt moet worden.
Het is veeleer zoo, dat dit geslachtsregister ons helder voor oogen stelt wat de Schrift ons leert: God is geopenbaard in het vleesch.
En het moet ons in de dagen, die aan kerstfeest voorafgaan, te meer treffen, dat, al wat in Israel en daarbuiten gelooft, juist dit kindeke in het vleesch aanbidt en belijdt. Denk aan de Herders, aan Maria, aan Zacharias, aan Simeon, aan Anna, aan de wijzen uit het Oosten en allen hebben hun lof en eer het kind van Bethlehem gebracht. Niet het ideaal, maar vleesch en bloed in hunne handen waren oorzaak, dat deze allen den Christus naar het vleesch hun hulde brachten.
Het heeft mij altijd getroffen, wat wij lezen van Anna, de profetes, dat zij insgelijks den Heere beleden heeft.
Vooral dit „insgelijks” wijst er op, hoe de kerk in aanvang daarin haar karakter heeft uitgesproken, dat zij niet mikt naar een ideaal, maar dat de gansche gemeente — want dit „insgelijks” herinnert hieraan — belijdend heeft uitgesproken, wat haar oog gezien, en haar handen getast hebben. Ge kunt het hier bij het ontwaken van het christelijk belijden leeren, dat dit belijden nooit iets bijkomstigs mag zijn, maar dat het de vrucht moet wezen, van wat Gods Geest in de ziel gewekt en gewerkt heeft.
Wie dit verstaat begrijpt te beter, waarom wij eerst over die moderne school schreven, die thans zooveel invloed krijgt in de kerk dezer landen, en ver daarbuiten. Al dat paradeeren met de vleeschwording des Woords, ten koste van de menschwording van Christus, al dat geredeneer en gefilosofeer, gelijk wij in de Barthiaansche leer ontdekken, is een aanwijzing, hoe ver de kerk is weggezonken in het moeras van het nieuw modernisme.
Dit nieuw modernisme verwaarloost de lijnen, die God heeft getrokken en die de Kerk aller eeuwen als heilig heeft aanvaard, en als zaligheidsgrond heeft gekend.
Als het wel met ons was in het staatkundig leven, zouden wij niet langer kunnen gedoogen een politiek gehaspel, als thans met ons Indië geschiedt.
Maar veel meer willen wij hier onderstreepen, dat, als het wel met ons was in het kerkelijk leven wij zouden opstaan en al deze indringers en verleiders op de heilige erve uitbannen, terwijl thans gezocht wordt, of het ook mogelijk zij naast hen te staan en met hen te arbeiden aan de komst van het Koninkrijk Gods in deze wereld.
Dat is de zwakheid en tegelijk de schande van de wankelende kerk uit het heden, dat zij dit soort modernisme een plaats inruimt, en in den wereldraad van kerken zelfs een leidende plaats heeft gegeven.
Wij kunnen natuurlijk ons geen van deze dingen aantrekken. Wij trachten rustig en knus een plekske te vinden onder eigen kerkelijke vijgeboom.
Maar zulk een kerkelijke zelfgenoegzaamheid moge voor het vleesch aangenaam zijn, zij is zeker niet naar den Woorde Gods, en het voorbeeld van Christus en zijn Apostelen.
Dezen hebben hun tijd gekend en hun strijd midden in de wereld gestreden. Wetgeleerden en Schriftgeleerden ontkwamen niet aan het mes der critiek van Christus en Paulus heeft niet voor niet met de dwaalleeraars gevochten.
Dit is heusch geen negativisme, maar dit is strijden om de eer van de vlag der Waarheid.
Het gaat om het kind van Bethlehem, dat hier zijn geslachtsregister heeft en hier zijn naam schrijft: Jezus Christus.
Scheidt deze beide namen niet en nooit.
Bouwt geen cultuurwaardeering op Christus met achterstelling van Jezus, maar vindt in Jezus Christus den gang der eeuwen, en den bouw der eeuwen, en straks ook de cultuur der eeuwigheid.
In zijn menschwording ligt niet alleen het keerpunt der historie, maar ligt alleen de historie. Zou er wel historie geweest zijn, als niet het geslachtsregister van Jezus Christus de menschheid had getypeerd?
In Jezus Christus gaat de zon op, wier stralen reeds door het Oude Verbond het uitverkoren volk verlichtten, en die in de volheid des tijds haar lichtglans werpt over alle volken, waarvan reeds profetisch was voorzegd, dat deze zon zou staan tot een licht der heidenen.
Dit universeele, dit wereldomvattend heil leidt de volken naar de toekomst.
Deze verjammerde wereld zou zonder dit heil geen toekomst meer kennen, geen hoop meer voeden, geen uitzicht meer bezitten.
De wereld weet niet, hoe rijk ook zij nog is om Christus wil.
Maar als die wereld het niet weet, laat ons dan de blijdschap van de geboorte van Jezus Christus in aanbiddende zielsverkwikking vieren.
Naar Bethlehem! Zoo luidt het in deze adventsweken.
Maar naar Bethlehem gaat de arme van geest en die voor Gods Woord beeft.
Lees het geslachtsregister van Jezus Christus eens in zijn geheel en ge zult er vele namen van Gods vromen tellen, die langs wonderlijke wegen tot het heil van Sion zijn gebracht.
Wie kerstvreugde wil smaken, moge eerst zien, of hij of zij behoort tot deze geestelijke familie, die iets van deze heilsbemoeienis des Heeren Heeren heeft verstaan.
Dit geslachtsregister brengt u de mare des levens, dat het leven Gods, verloren in den eersten Adam, nu in den tweeden Adam in nieuwheid des levens opwelt om te verkwikken uw dorstende ziel.
Al moeten wij dan met schaamte en schande belijden, dat al wat uit ons zelf opwelt van verlorenheid spreekt, hoor dan en lees dan, wat uit dit gesalchtsregister u gezegd wordt: deze is mijn geliefde Zoon, in denwelken al mijn Welbehagen is.
Dit welbehagen Gods zal over uw ziel opgaan en als dit licht gaat schijnen zal het uit uw ziel weerklinken: „Eere zij God”.
O, dat aan ’s hemels lof ’t gebed
der kerk zich huwe:
Het Koninkrijk, de kracht, de heerlijkheid is UWE.
Apeldoorn
J.J. van der Schuit

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 1949

De Wekker | 4 Pagina's

De stamboom van Jezus Christus II

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 1949

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken