Bekijk het origineel

Waarom sprak Jezus in gelijkenissen?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Waarom sprak Jezus in gelijkenissen?

5 minuten leestijd

Zo zou ik de inhoud van een schrijven van een br. kunnen formuleren, die moeilijkheden heeft met Mark. 4 :12, waar wij lezen: Opdat zij zich te eniger tijd niet bekeren en hun de zonden vergeven worden.
Sprak — zo schrijft hij — de Heere Christus daarom door gelijkenissen dat zij, n.l. de buitenstaanders, maar niet tot bekering zouden komen. En is hiermede dan eigenlijk niet gezegd dat het evangelie alleen voor de uitverkorenen bestemd is?
Het woord waarover deze br. schrijft, komt voor in het gesprek dat Jezus met de discipelen heeft over het spreken in gelijkenissen.
De jongeren vragen n.l. waarom Christus in gelijkenissen predikt. Niet dat deze vorm van onderwijzing vreemd voor hen was. Integendeel, zij kenden deze ook van de leraars in hun dagen. Het spreken in spreuken met verborgen zin was aan de orde van de dag. De vraag betreft niet de vorm maar de tijd. Waarom deed Christus dat nu.
Bij drie evangelisten vinden we dit gesprek. Het uitgebreidst wel bij Matth. 13 :10-17. Zie ook Luk. 1 : 9 v.v.
Wij moeten niet vergeten dat het prediken in gelijkenissen de tweede phase is in de prediking van Christus.
Eerst sprak Christus niet in gelijkenissen, evenmin als Johannes de Doper dit deed. Christus predikte onder Israel, het volk des Verbonds: Bekeert u want het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Matth. 1 :14-15.
Deze prediking heeft schifting gebracht. Er zijn er „die oren hebben om te horen". Zij mogen het woord verstaan. De anderen — ook kinderen des verbonds — keren zich af en ergeren zich. Zij willen zulk een koning en zulk een rijk niet. Het beeld dat zij zich van de Messias-Koning en zijn rijk gevormd hebben is totaal anders. Daarom stoten zij zich aan het woord en ergeren zich. Het was dus wel voor hen bestemd en aan hen geadresseerd, maar zij weigeren het.
Wanneer nu deze scheiding zich voltrekt gaat Jezus zijn „gemeente" vormen en nader onderwijzen. Dat blijkt duidelijk uit Matth. 13.
Dan wordt nader de „verborgenheid" van het koninkrijk der hemelen gepredikt in gelijkenissen. Dit heeft dan een dubbel doel. Enerzijds verbergen en anderzijds openbaren.
De gelijkenisvorm is voor degenen die „oren" hebben een uitlokking om zich temeer te scherpen en nader onderwijs te begeren. Het bindt aan Christus.
Voor de anderen is deze verberging een oordeel . Zij mogen de nieuwe dingen, waarvan Christus spreekt, niet zien omdat zij zich in ongeloof hebben afgekeerd.
Wie heeft dien zal gegeven worden maar wie niet heeft van die zal genomen worden ook wat hij heeft. Matth. 13 :12.
Bij hen doet zich hetzelfde voor als waarvan wij lezen in Hebr. 4:2 . De prediking deed geen nut omdat zij niet met geloof gepaard ging.
Zeer zeker ligt hier de beschikking Gods achter. Maar deze staat niet op de voorgrond. Integendeel. Hier wordt sterke nadruk gelegd op de hoge verantwoordelijkheid van degenen,, die het woord horen. Hadden zij gehoord, zij zouden ook delen in de voorrechten van de ingewijden. Nu blijft het verborgen voor hunne ogen.
Daarom ziet Christus dit als de vervulling van het oordeel juist aan het volk des verbonds. Bij drie evangelisten wordt teruggewezen naar de profeet Jesaja 6 :9 vv. Ook daar gaat het over het oordeel der verharding. Zij hebben Gods arbeid in de wind geslagen, en daarvan dragen zij de gevolgen. Matth. 13 :13 zegt dan ook omdat zij ziende niet zien en horende niet horen noch ook verstaan, spreekt Jezus in gelijkenissen.
Het staat dus in onlosmakelijk verband met wat vooraf gegaan is.
Hier is dus niet de mogelijkheid afgesneden om het evangelie te horen. Ook is hier geen verontschuldiging. Hier wordt de grote schuld nadrukkelijk vastgesteld evenals dat ook later door Christus herhaaldelijk gedaan wordt. Zie b.v. Luk. 19 :42.
Ook in Matth. 13 :15 wordt de schuld nadrukkelijk vastgesteld: zij hebben hunne ogen toegedaan. Hadden zij dat niet gedaan zij zouden door den Heere genezen zijn.
Het behoort nu eenmaal tot de „verborgenheid" van het koninkrijk der hemelen dat het op deze wijze komt. Het is alleen te onderkennen door wie „ogen" en „oren" hebben. Dat behoort tot deze bedeling van dat rijk.
Het was de aanstoot voor de orthodoxie van Jezus' dagen dat zij dat niet verstond. Zij wilde een zichtbaar koninkrijk, niet zulk een dat een mysteriën, een verborgenheid was. Daarom bleef het voor wijzen en verstandigen verborgen — ook in gelijkenissen — maar werd het de kinderkens geopenbaard.
Straks komt de openbaring van het koninkrijk, die ook de vijanden kunnen zien, maar dan is de tijd der genade voorbij.
Wij mogen dus zeker niet uit dit gesprek van Christus de conclusie trekken dat het evangelie alleen bestemd is voor de uitverkorenen en dat ér voor de overigen geen woord Gods zou wezen.
Wie zo redeneert ziet het bizondere moment, waarin Christus de gelijkenissen spreekt, totaal voorbij. De prediking van Christus mag zonder meer maar niet met die van mensen op één lijn gesteld worden. Hij is de hoogste profeet en leraar. Wel blijft altijd waar dat alleen zij zullen verstaan: die door Gods Geest verlicht zijn zullen horen.
Zo brengt de prediking over het koninkrijk juist dat koninkrijk openbaar. En in die prediking is het Christus die spreekt: Jeruzalem, Jeruzalem, hoe menigmaal heb ik uwe kinderen willen bijeen vergaderen gelijk een hen hare kiekens, maar gij hebt niet gewild.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 september 1951

De Wekker | 4 Pagina's

Waarom sprak Jezus in gelijkenissen?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 september 1951

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken