Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

1652 — 6 April — 1952

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

1652 — 6 April — 1952

9 minuten leestijd

Zondag 6 April is het drie eeuwen geleden dat Jan van Riebeeck voet aan wal zette in de Tafelbaai van ZuidAfrika. Een gebeurtenis die van grote historische betekenis is geworden èn voor Zuid-Afrika èn voor Nederland. Hierdoor toch werd een band gelegd tussen het uiterste Zuiden van dit donkere werelddeel en ons kleine land, die de eeuwen door is gebleven. Een band, die bij dit derde eeuwfeest van van Riebeeck's landing tot uiting komt in de delegatie, die de Nederlandse regering naar de feesten in Kaapstad beeft gezonden. Een bewijs dat men zich verbonden gevoelt met het stamverwante volk ten Zuiden van de evenaar. Wel zijn de tijden veranderd en vertrok deze delegatie per vliegmachine, waarin men iets van de oud Hollandse sfeer wilde brengen in de kleding van het personeel en in het menu, dat opgediend wordt. Een verschil met de reis van van Riebeeck, die in December 1651 vertrok en 4 maanden na zijn vertrek arriveerde op de plaats, hem door de Oost-Indische Compagnie aangewezen.
De „kolonisatie" in Zuid-Afrika is nooit doel op zich zelf geweest, maar was middel om te komen tot een pleisterplaats voor de schepen der Compagnie die naar Indië voeren. In die tijd werd de reis naar het Oosten immers gemaakt om de Kaap. De vreselijke scheurbuik is eigenlijk de oorzaak geworden van het stichten van deze kolonie. Deze ziekte vroeg vele slachtoffers onder de Indië-vaarders. Weliswaar nam men bij de Tafelbaai of de oostelijker gelegen Mosselbaai verse vis, vlees en water in, maar dit was niet afdoende. Daarom nam de Compagnie kort na het sluiten van de vrede van Munster een kloek besluit. Drie schepen werden uitgerust om aan de Tafelbaai een plaats te zoeken, welke geschikt was om te verbouwen alles wat voor de proviandering van de Indië-vaarders nodig was en er ook een hospitaal op te richten, waar zieke matrozen konden verblijven totdat zij waren genezen.
Jan van Riebeeck, geboren in Culemborg in 1618, die reeds vele reizen in dienst der Compagnie gemaakt had en Azië door en door kende, werd uitgekozen om deze zaak in orde te brengen. Hoewel hij eigenlijk scheepsdokter van beroep was, had men geen betere keus kunnen doen dan juist deze man te nemen voor dit werk. Als er iemand voor geknipt was, dan was hij het. Hij wordt beschreven als klein van gestalte, met een niet te doven activiteit en kort aangebonden. Van praatjes hield hij niet. Hij wou daden doen en zien. Hij nam zijn gezin mee en twee volwassen „niggies". Verder bevond zich ook een tuinder aan boord, die zijn vak verstond. En niet te vergeten een ziekentrooster, Willem Wijlant, want ook geestelijke leiding mocht niet ontbreken. Blijkbaar achtte men het meer nodig dat deze broeder zich aan het bezoeken van zieken en de dagelijkse omgang met gezonden zou wijden dan dat hij van kanselgaven blijk zou geven. Hij kon 's Zondags tenminste volstaan met het lezen van preken!
Van Riebeeck mag zeker niet gehuldigd worden als de ontdekker van Zuid Afrika. Vóór hem waren de Portugezen reeds om de Kaap gevaren. Maar de Culemborgse scheepsdokter is wel de grote kolonisator — dit woord hier te lezen zonder enige hatelijke bijgedachte — van Zuid-Afrika geworden. Het verwijt in de loop der jaren ingebracht dat de Hollanders de Kaap gekaapt hebben is volkomen ongegrond. Het uitgestrekte Kaapse schiereiland was toentertijd zo goed als onbevolkt. Er bevonden zich, vrouwen en kinderen meegerekend, slechts ongeveer 60 Hottentotten. Zij leidden een ellendig, bijna dierlijk bestaan. Hun vee hadden zij verloren. De kolonisten zochten contact met hen. Zij betaalden de betrekkelijk geringe diensten, welke de kleurlingen hun bewezen, met deugdelijke levensmiddelen. De komst van de Hollanders betekende voor hen verheffing van levenspeil. Men beijverde zich om op voet van vriendschap met de Hottentotten te leven. Zelfs toen dezen onder kerktijd een knaap, die het vee hoedde, vermoordden en de beesten roofden, werden zij daarvoor niet gestraft. Van Holland uit kwam het bevel om met zachtheid op te treden. De beschuldiging dat de Hollanders het land zouden hebben gestolen of met wreedheid hebben veroverd is ver bezijden de waarheid. Veeleer dient hulde gebracht aan de onkreukbare eerlijkheid en verregaande vredelievendheid van de kolonisten.
Toen van Riebeeck voet aan wal zette zal hij zelf de betekenis van deze gebeurtenis niet ten volle gepeild hebben. Die betekenis kunnen we na 3 eeuwen immers zo formuleren dat hij niet alleen de Europese beschaving maar ook het christendom van het calvinistische geestesmerk van zijn dagen overbracht naar het zuiden van dit in vele opzichten onbekende en geheimzinnige werelddeel. Deze grote zoon van Culemborg was een Calvinist in hart en nieren. De vreze des Heeren doortrok zijn leven. Godsdienst was geen privaatzaak in die dagen. En het Calvinisme uit de gouden eeuw is een levend bewijs van het antwoord van de Catechismus dat deze leer — n.l. de leer van vrije genade — geen zorgeloze en goddeloze mensen maakt. Alleen wie laag weet te buigen in het stof kan groot zijn voor de mensen. Het leven van staat en maatschappij werd daadwerkelijk beheerst door het godsdienstig leven. De staat leefde van de krachten der kerk. Toen van Riebeeck die 6e April 1652 op vaste grond stond heeft hij gebeden; een gebed vol ootmoed en afhankelijkheid waarin duidelijk uitkwam dat hij zich bewust was niets buiten de Heere tot stand te kunnen brengen. Nog elk jaar wordt op de Van Riebeeck-gedenkdag te Kaapstad dit gebed voorgelezen.
Bij de opening van de van Riebeeckfeesten heeft de minister-president van Zuid-Afrika dr. D.F. Mallan, een gewezen predikant, die tot een andere staat des levens is overgegaan, gezegd: „De klokken, die luiden zullen over de lengte en breedte van Zuid-Afrika zijn kerkklokken. Zij brengen ons de boodschap dat de natie, die wij verder willen bouwen, een heilig pand is dat ons te bewaren werd gegeven. Ons behoud en onze kracht liggen in de West-Europese Christelijke beschaving, die met Van Riebeeck's komst aan ons is toevertrouwd. Onze Unie is doelbewust gegrondvest op een godsdienstige basis; daarvan getuigt het eerste artikel van de Zuid-Afrikawet, waarin ge leest: Het volk van de Unie erkent de souvereiniteit en de leiding van de Almachtige God."
We laten deze woorden voor rekening van Mallan. We zijn met dergelijke betuigingen blij en hopen dat ze meer dan franje zijn. Zeker is dat de gereformeerde religie in Zuid-Afrika nog iets te betekenen heeft. O neen, het is niet alles goud wat er blinkt. In onze sympathie voor een stamverwant volk hebben we de Afrikaners misschien teveel geïdealiseerd. Teveel hebben we ons hen voorgesteld als naar het voorbeeld van Kruger, gebogen over een opengeslagen Bijbel. Te sterk hebben we gedacht dat hier het Calvinisme vlees en bloed is geworden. De deugden zijn wel eens te breed uitgemeten en de gebreken bijna over het hoofd gezien. Rond een diep-religieuse Calvinistische kern is ook daar een massa, die de tegenwoordige wereld lief heeft. Ook Afrika staat bloot aan de invloeden van het modernisme. Toch mag het nog als een zegen gezien worden dat b.v. de invloed van de Wereldraad van Kerken daar nog gering is. Tot verdriet ook van de Nederlandse voorstanders van deze Raad. Dr. Gravemeyer brengt als gedelegeerde van de Ned. Herv. Kerk een bezoek aan Zuid-Afrika en heeft zijn ernstige bezorgdheid uitgesproken over de oriëntering van het Geref. kerkelijke leven op de Vrije Universiteit. Zuid-Afrika is eigenlijk nog te confessioneel, te weinig Barthiaans. Van harte hopen we dat in Zuid-Afrika de gereformeerde confessie gehandhaafd blijft en een wezenlijke kracht mag zijn in het kerkelijke en maatschappelijke leven. Met belangstelling zullen we de resultaten volgen van de actie van de I.C.C.C. in Zuid-Afrika. Wat zou het heerlijk zijn wanneer een positieve beslissing genomen werd door de verschillende Zuid-Afrikaanse kerken. Het is heel verstandig van de I.C.C.C. dat persoonlijk contact wordt opgenomen, in de personen van dr. Praamsma en ds. Maris, met de kerken van Zuid-Afrika.
Ook voor onze Chr. Geref. Kerken, geboren uit de Afscheiding, heeft Zuid Afrika een bijzondere aantrekkingskracht. Tengevolge van de Afscheiding toch werd ook in dat werelddeel een reformatie geboren, die tot grote zegen is geworden. Op verzoek van de Hervormde gemeente te Rustenburg besloot de Synode van Leiden, 1857, een predikant naar Zuid-Afrika te zenden. Het was de Zwolse predikant, ds. D. Postma, die de vaan der Afscheiding in Transvaal ontplooide. Hij institueerde de z.g. Dopperkerk. De oorsprong van deze naam moet gezocht in dop of demper of domper, waarmede men de kaars uitdooft, zodat doppers oorspronkelijk een scheldnaam betekent, overeenkomend met dompers! Paul Kruger, de bekende president van Zuid Afrika, die zo krachtig van zich deed spreken in de Boerenoorlog en die op de kruiser „Gelderland", door H. M. Koningin Wilhelmina beschikbaar gesteld, de reis naar Europa maakte om de nood van zijn arme volk aan de hoven van Europa bekend te maken, was lid van de Dopperkerk.
Momenteel wordt Zuid-Afrika in beroering gehouden door het rassenprobleem, waaraan vele kanten zitten. Het is niet gemakkelijk om uit de verte hierover een oordeel te vellen.
We zijn op de 6e April dankbaar voor de eenvoudige daad van een van Neerland's zonen. Godsdienst en staat hebben alles met elkaar te maken.
Moge het stamverwante volk diep in het Zuiden met zijn zoete, bijna kinderlijke taal, na 3 eeuwen leven bij het licht van datzelfde Woord, dat Van Riebeeck de kracht gaf om iets groots tot stand te brengen. Want alleen bij het licht van dat Woord is er ook in Zuid-Afrika toekomst. We hopen dat dat de dank mag uitmaken in de duizenden kerken in Zuid-Afrika en bijzonder in Kaapstad, waar die dag ongeveer 50 kinderen gedoopt zullen worden, die oud-hollandse namen krijgen.
6 April 1652 — Van Riebeeck knielt neer in de open lucht.
6 April 1952 — een biddend volk hier en ginds?
J.H. Velema

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 1952

De Wekker | 4 Pagina's

1652 — 6 April — 1952

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 1952

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken