Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ingezonden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ingezonden

10 minuten leestijd

Ik ontving de volgende brieven, die ik gaarne hier een plaats geef.
De Hoofdredacteur.

Hooggeachte redacteur, ik hoop, dat U dit stuk, dat bedoeld is als een reactie op uw artikel over „emigratie" in De Wekker van 7 Maart, wil opnemen in uw blad. Bij voorbaat mijn dank.
Met verwondering en tegelijk met grote teleurstelling en smart heb ik gelezen wat u schreef over onze kerkelijke positie hier in Amerika en Canada. Deze verwondering was niet alleen bij mij, maar naar ik u verzekeren kan bij al de leden onzer Old Christian Reformed Church en naar mij gebleken is bij vele verspreide vroegere Chr. Geref. mensen. Mee uit hun naam meen ik er goed aan te doen mijn stem te laten horen, opdat er naar mijn stellige overtuiging geen goede voorlichting aan onze mensen wordt gegeven, althans er worden dingen verzwegen, die ook gezegd moeten worden en die heel de kerkkwestie in een ander licht plaatsen dan u en anderen het doen (zo bv. Ds. Nederlof in het Kerkblad van het Noorden).
Als u over een mogelijke oplossing inzake het kerkvraagstuk gaat schrijven, begint u met te verwijzen naar wat in Australië gebeurd is. Daar hebben immigranten, gekomen uit de Geref. Kerken, Chr. Geref. Kerken en de Ger. Kerken naar art. 31, een nieuwe kerk geïnstitueerd, gebaseerd op de drie formulieren van enigheid. U meent hierin een uitweg te zien in het zo moeilijke vraagstuk der emigratie.
Maar willen we nu een juist oordeel vellen over wat daar gebeurd is en willen we die daad van kerkinstituering zien als een voorbeeld voor wat ook in Canada moet gebeuren, dan dienen we toch ook mee te delen, en dat laat u achterwege, dat de mensen, die daar in Australië een kerk geïnstitueerd hebben eerst leden geweest zijn van een andere kerk in dat land. Naar de gegevens, die mij ten dienste staan, meen ik te kunnen zeggen, dat die mensen zich eerst aangesloten hebben bij een Free Presbyterian Church, welke kerk staat op een zuivere Geref. basis. Zelfs had die kerk predikanten uit Nederland beroepen, opdat de Hollandse Geref. gezinnen (Geref. hier bedoeld in confessionele zin) in eigen taal konden horen preken.
Maar er is moeite ontstaan, wrijving en dat niet zozeer omdat men het niet eens was met de leer dier Free Presbyterian Church, maar meer omdat er tussen de Australische kerken en de kerken waartoe de immigranten in Nederland hadden behoord, zelfs bij eenheid in de belijdenis, verschillen waren in traditie, eredienst en soms ook in de vorm der prediking (zie Mededelingenblad der Chr. Emigratie-Centrale, Febr.).
Niet een belijdeniskwestie drong bedoelde mensen er toe een nieuwe kerk te institueren, maar verschil in traditie, eredienst, enz. (orgelkwestie bv.).
En als we dat nu goed keuren en deze gang van zaken als een voorbeeld stellen voor anderen, hoe kunt u er dan toe komen onze positie hier in Canada op zijn minst zeer disputabel te stellen? Trouwens, het geldt hier maar niet de positie van mij of Ds. Zijderveld, maar die van vele van onze Chr. Geref. gezinnen, die letterlijk roepen om een prediking bij welke wij groot geworden zijn en bij welke wij ook onze kinderen willen opgevoed zien. Wij zijn de diepe overtuiging toegedaan, dat God niets minder in Zijn Woord van ons vraagt en wij wensen daarvan niets afgedaan zien. En dat zal wel gebeuren als plaats zal hebben wat u en anderen menen te moeten voorstellen en als iets begeerlijks zien.
Het smart mij meer dan ik zeggen kan altijd weer te stuiten op het feit, dat men onze worsteling om het behoud van het pand, dat ons is toevertrouwd, niet begrijpt of niet begrijpen kan. Onze beginselen zijn waard verdedigd te worden met alle kracht en klem en niet alleen dat, maar zij zullen ook beleefd moeten worden. Ik weet, dat u mij dit van heler harte toestemt, maar dan kunt u toch ook weten, dat wij dat niet kunnen doen in een kerk, die wel dezelfde belijdenis heeft, maar er een gans andere interpretatie aan geeft dan wil het doen (denk hier aan de Kuyperiaanse verbondsbeschouwing en de prediking, die daarmee in verband staat).
Nu zegt u en dat zeggen ook weer anderen, dat we de dogmatische verschillen niet kunnen overplanten in een land, waar wij als emigrant aanlanden. En even verder merkt u op, dat we alles niet kunnen laten beslissen door ons eigen kerkelijk standpunt, zoals dit historisch-dogmatisch in het vaderland wordt gekend.
Maar ik ben juist van mening, dat we onze „dogmatische instelling", als ik het zo noemen mag, wel mee moeten nemen. Als onze verbondsbeschouwing, om iets te noemen, de juiste is naar Schrift en belijdenis, en we zijn ervan overtuigd dat dit zo is, dan mag ik onder geen voorwaarde en in geen land en onder geen enkele omstandigheid die overtuiging prijs geven. En die verbondsbeschouwing met de daaruit voortvloeiende prediking verdraagt zich niet met de Kuyperiaanse.
Daarbij komt nog iets. U zegt: we moeten de dogmatische verschillen niet overplanten naar een ander land. Maar zij zijn al overgeplant. Het is u bekend welke uitspraak de Christian Reformed Church heeft gedaan en welke dogmatische instelling mitsdien die kerk heeft.
Het kan toch niet uw bedoeling zijn, dat hier in Canada naast de Christian Reformed Church een andere kerk zal worden gesticht naar het voorbeeld van Australië, waar Geref., Chr. Geref. en anderen kerkelijk onderdak zullen vinden. U zult bedoelen, dat allen van Ger. huize zich dienen te voegen bij de hier bestaande Christian Reformed Church en dat vanwege het feit, dat de positie van onze mensen in de Old Christian Reformed Church van te klein formaat is om het grote emigratievraagstuk op te lossen.
Maar dan zeg ik nog eens: naar die kerk is reeds een bepaalde dogmatische beschouwing overgebracht en wel de Kuyperiaanse. En zij, die emigreren en zich aansluiten bij die kerk stuiten onmiddellijk op die bewuste leer en beluisteren uiteraard een prediking, waaronder zij juist naar Schrift en belijdenis niet kunnen zitten.
Moeten wij nu onze „dogmatische instelling" niet meenemen en ons buigen onder een juk, dat we niet mogen dragen? Moeten onze mensen nu zichzelf en hun kinderen brengen onder een leer, die ook nu nog in De Wekker voorgesteld wordt als gevaarlijk en misleidend?
Nu zult u zeggen: natuurlijk moeten onze mensen blijven leven naar eigen beginsel; nooit of te nimmer zullen zij mogen verloochenen waarin zij opgevoed en grootgebracht zijn.
Maar dan antwoord ik: de historie in Nederland is er om te bewijzen hoe het met die mensen gaat. De Chr. Ger., die meegingen met de vereniging van 1892, wilden ook blijven leven naar eigen beginsel, maar het duurde niet erg lang of er was weinig of niets meer van over. Een enkel geslacht verder en men weet niet meer van het Chr. Ger. beginsel.
Men zegt: het tegenwoordig geslacht in Amerika hoort nauwelijks meer van de destijds bestaande controverse tussen de Kuyperiaanse en Chr. Ger. leer en men weet er niet meer van. Gelukkig Amerika.
Dat wil ik wel geloven, dat men er niet meer van weet en niet meer van hoort. Dat ligt aan het feit, dat de Kuyperiaanse leer zozeer is doorgedrongen in die kerken en zozeer bestaansrecht heeft gekregen, dat het niet nodig is er over te praten. Uitzonderingen daargelaten, maar men is over 't algemeen die bepaalde voorstelling toegedaan. En waar dat niet het geval is, daar ligt men ontegenzeggelijk meer de kant uit van de Geref. naar art. 31 dan naar de Chr. Geref. Ik kan dat geen gelukkig feit noemen. Ik acht dat ernstig te betreuren.
Nu zegt u, dat onze positie hier van te klein formaat is om het grote emigratievraagstuk te beheersen. Ik stem U toe, dat onze kerk hier nog klein en zwak is en dat we wat het emigratievraagstuk betreft voor enorme moeilijkheden staan. Maar de door U aangewezen „oplossing" kan de rechte ook niet zijn, omdat zij, indien niet direkt dan zeker binnen niet te lange tijd, gepaard gaat met verlies van eigen beginsel.
Daarbij, wij hier in Amerika en Canada pretenderen niet, dat we het emigratievraagstuk kunnen beheersen. Wij doen slechts een poging en wij worstelen er voor om het tot oplossing te brengen. En die worsteling wordt ons al moeilijker gemaakt, zo voor een deel niet onmogelijk, door de perscampagne, die tegen onze positie en ons werk is ingezet.
Het ware te wensen, dat heel de kerk in het vaderland biddend en werkend achter ons stond, ons steunend en in ons werk meelevend. En dat wordt voor een goed deel helaas gemist Dat is ons het meest smartelijke en bezorgt ons de grootste moeilijkheden.
Voor het werk der zending wordt gebeden en geofferd, voor het werk in de Wieringermeer- en Noord-Oostpolder wordt gebeden en geofferd. In die polders worden nieuwe Chr. Geref. kerken geïnstitueerd en God wordt gedankt voor de bewaring en vermeerdering van Zijn kerk, maar voor het werk hier in dit grote land om ook en juist hier het beginsel, dat ons lief en heilig is, te bewaren, hebben heel velen geen goed woord over. Dat vindt op verschillende wijze bestrijding. En dat is het wat onze mensen hier zeer smartelijk aandoet en wat hun soms met een heilige verontwaardiging vervult.
J. Tamminga
94 Raleigh St. Chatham, Ont. Canada.

Hooggeleerde Heer en Broeder,
De classis Dordrecht der Chr. Geref. Kerken, in vergadering bijeen op 2 April 1952, spreekt haar afkeuring en ernstige bezorgdheid uit over het artikel „Emigratie" in De Wekker van 7 Maart 1952 (61e jaargang no. 8) van de hand van Prof. van der Schuit. Zij acht de daar gegeven voorlichting ten aanzien van de kerkelijke positie der emigranten en a.s. emigranten, leden onzer kerk, niet verantwoord, en wel omdat naar het oordeel der classis:
a. het genoemde geval „Australië" niet vormgevend kan worden gesteld voor onze emigranten in Canada.
b. de tendenz van genoemd art. ondermijnend is voor de positie der Old. Chr. Ref. Ch., waarmee onze kerken in correspondentie staan, alsmede voor de zeer gewaardeerde arbeid der broeders predikanten Zijderveld en Tamminga, predikanten dier kerk.
c. van dergelijke voorlichting gevaar te duchten is voor het eigen kerkelijk leven in Nederland, daar relativering van eigen kerkelijk beginsel er door in de hand wordt gewerkt.
De classis spreekt de wens uit, dat De Wekker zich in 't vervolg van dergelijke voorlichting zal onthouden en wekt de Redactie op steun te bieden aan de arbeid der O. C. R. C.
De classis besluit de scriba opdracht te geven dit schrijven ter kennis te brengen van de Hoofdredacteur Prof. v.d. Schuit.
Op last van de classis met Heilbede,
J. v.d. Berg, Scriba.
Papendrecht, 5-4-'52,

Ik ben èn Ds. Tamminga èn de classis Dordrecht zeer dankbaar voor deze attentie. Ik hoop de volgende week het antwoord te geven.
Ik zou dit nu wel willen doen, maar dit eischt te veel plaats en het emigratievraagstuk is meer waard, dan een paar regels als antwoord.
Tot de volgende week dan D.V.
J.J. van der Schuit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 april 1952

De Wekker | 4 Pagina's

Ingezonden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 april 1952

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken