Bekijk het origineel

Christus, het hoofd der gemeente VI

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Christus, het hoofd der gemeente VI

5 minuten leestijd

Hoofd en leden. (2)
Zullen wij deel hebben aan het heil in Christus, dan moeten wij in gemeenschap met Hem komen door de inlijving in Hem. In het Doopsformulier wordt er op gewezen dat wij in het rijk van God niet mogen komen, tenzij wij van nieuws geboren worden. Dat is de zuivere Bijbelse leer. Joh. 3 : 3, 5, 7, 8. In de zevende afdeling van onze Heidelbergse Catechismus staat te lezen: Worden dan alle mensen weder door Christus zalig, gelijk zij door Adam zijn verdoemd geworden? Neen zij, maar alleen degenen, die Hem door een oprecht geloof worden ingelijfd en al Zijn weldaden aannemen. Geven wij er goed acht op dat het inlijven aan het aannemen voorafgaat. Door de inlijving in Christus, worden wij een nieuw schepsel, 2 Cor. 5 : 17. En daar komt het op aan; wij moeten nieuwe schepselen worden, wedergeboren mensen.
Van nature zijn wij kinderen Adams, kinderen van de vader der leugenen.
Door het geloof worden wij Christus ingelijfd en dat is niet een acte, een daad van ons. De Heilige Geest werkt dat geloof; dit geloof wordt door het werk des Geestes geschonken bij de wedergeboorte en is vrucht van het heil, dat God in Christus toerekent. Dat inlijven, dat in gemeenschap brengen met Christus is dus geen daad van de mens, maar een genadewerk van den Heiligen Geest. De verkorenen worden, op Gods tijd, ingesneden in Christus. Hem inge-ent. Bij deze daad zijn de begenadigden geheel lijdelijk. De kweker spreekt van de spleetent; bij een spleetent wordt van een stam, waarin geënt wordt, de kruin gelijk gemaakt. In die stam, wat aan de buitenkant, dicht bij het hart van de stam, wordt een spleet gemaakt. Van een andere stam wordt een stekje afgesneden. Dat stekje wordt geheel afgesneden en geënt in de spleet van de zaailingstam. De spleet wordt met entwas gesloten en het stekje moet uit de nieuwe stam gaan groeien. De boom wordt dan genoemd naar het stekje.
De zondaar, die Christus wordt ingelijfd, wordt van de oude stam (Adam) afgesneden en ingelijfd in Christus; die zondaar heeft geen enkel levensoogje in zichzelf. Die afgesneden zondaar is in zichzelf dood. Zijn nieuwe naam wordt christen, dus naar Christus, de tweede Adam, de wortel Davids, de Levensstam. Door de daad van den Heiligen Geest, die Christus inlijft, wordt die zondaar finaal afgesneden van den stam Adam en wezenlijk en blijvend ingelijfd in Christus. Die daad der levendmaking geschiedt éénmaal. Slechts éénmaal heeft een verandering van staat plaats in het leven van Gods kind en dat is bij de levendmaking. Natuurlijk weet een begenadigde zondaar dat dadelijk maar niet voor zichzelf. Maar door de inlijving leeft de zondaar en leeft hij uit Christus, zijn Hoofd. Juist door het toevloeiende leven, leert de zondaar dat hij dood is, het leven mist. God mist, onder vloek en toorn ligt, verdoemelijk voor God is, en dit werk der ontdekking gaat steeds door. Christus stuwt zijn leven in de zondaar, die Hem is ingelijfd; Hij werkt dat door Zijn Woord, waarvan de Heilige Geest Zich bedient. Die zondaar leert nu ook verstaan dat hij voor God verdoemelijk is; hij gaat werken op allerlei wijze om zich vrij en rein te maken voor God. Door het leven uit het Hoofd leert hij hoe onmogelijk dat is en Christus gebruikt daartoe de ontdekkende werking door den Geest, die den zondaar levendig de wet Gods voorhoudt. De donders van Sinaï werpen den werkheilige, die een gerechtigheid uit de wet wil opbouwen, neer en doet de vloek horen over een ieder, die in één opzicht struikelde. Of de Geest Gods doet zulk een zondaar verstaan hoe ontzettend verdorven hij is; de golven van gruwelen ontroeren de zondaar diep. In elk geval leert zulk een zondaar steeds meer dat het eeuwig onmogelijk is zich voor God vrij en rein te maken. Hij moet in zichzelf en met al het zijne ontkomen. Dat is de bevinding der heiligen; daarover gaat het telkens in de brieven aan de Romeinen en de Galaten. Daarom leert die ontdekte zondaar naar een andere weg vragen. Hij moet goed leren dat hij in Adam gevallen is en de levensgemeenschap met God gebroken is; hij moet leren dat het nieuwe leven alleen in Christus is en hij dus uit de werken der wet nooit kan gerechtvaardigd worden, Rom. 8 : 3, 4; het is onmogelijk voor de wet om een zondaar vrij te spreken. De zondaar moet innerlijk, gelovig, bevindelijk, leren dat hij afgesneden van Adam moet worden en ingelijfd in Christus moet worden om te kunnen leven en om levensvrucht te kunnen dragen. Dat is een moeilijke les voor de mens, die zelf wil werken. Daarom is de altijd diepere ontdekking nodig, zal de zondaar leren dat geen werk van de vloek der wet kan verlossen en geen eigen werk hem kan maken tot een nieuw mens. Is er dan nog een weg om de verdiende straf te ontgaan en wederom tot genade te komen? Oog en hart gaan nu meer en meer open voor het Evangelie van Jezus Christus en het oog des geloofs ontdekt iets van Hem dien de Heilige Geest, door het Evangelie, als voor ogen schildert. Naar dien Christus wordt de zondaar werkzaam, maar dan wordt het dikwerf ook nog een werken van hem naar Christus, zonder recht te verstaan dat de zondaar moet leven uit Christus. Daarin is onderscheid en het leven uit het Hoofd is nodig om dit onderscheid te leren.
De Heere Jezus sprak eens van dienen van Hem en gediend worden door Hem. Begenadigden, die leven, bewust of onbewust nog, delen allen in de liefde Gods, welke de Heilige Geest uitstort in het hart en daarom is er een leven der liefde, een leven des geloofs en een werkzaamheid der liefde. Maar er is ook nog veel eigen werk.
L.H. van der Meiden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1952

De Wekker | 4 Pagina's

Christus, het hoofd der gemeente VI

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1952

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken