Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tweeërlei geloofsgrond of niet alleen een Jezus van hooren zeggen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tweeërlei geloofsgrond of niet alleen een Jezus van hooren zeggen

7 minuten leestijd

En daar geloofden er veel meer om zijns woords wil, en zeiden tot de vrouw: Wij gelooven niet meer om Uws zeggens wil, want wij zelven hebben hem gehoord en weten, dat deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld. Johannes 4 : 41-42

De adventsklokken luiden!
Kerstfeest nadert. Kerstfeest is het feest van het universeele heil, dat overstroomt al de grenzen van het particularistisch nationalisme.
Van dit universeele heil heeft het gansche Oude Testament gezongen.
Het begon al in den aanvang der historie. Japhet zou wonen in Sems tenten en Noach heeft reeds de middelmuur des afscheidsels zien bezwijken.
Jakob zingt op zijn sterfbed van de Silo, wien de volken zullen gehoorzaam zijn. David stemt zijn harp voor den Koning, die van zee tot zee zal regeeren. En wie kent niet de adelaarsvlucht van een Jesaja, die de banier des heils ziet wapperen onder alle natiën.
En toch trots deze rijke universeele boodschap, die door gansch het Oude Testament klinkt, heeft Israël dit universeele heil niet begrepen.
Het Particularisme had Israël zoo te pakken, dat zelfs Petrus — en dat was niet de Petrus van de Evangeliën, maar Petrus van den Pinksterdag — niet kon stijgen tot de hoogte, waar zijn oogen dit vergelegen land konden ontdekken. (Handel. 10 : 28 en 11 : 17—18).
En zie nu hier op deze bladzijde van het Johannes Evangelie. Daar hebt ge de verrassende ontsluiering van den Christus, de Zaligmaker der wereld.
Men zou dit eerder in het zoogenaamde Paulinisch Evangelie d.i. Lukas hebben verwacht. Paulus' brieven immers vloeien over van deze levensstroom, die geen vernauwing kent, maar die heinde en verre zijn geklater laat hooren aan alle kusten van Oost en West.
Johannes in zijn Evangelie heeft hier iets van Paulinische schoonheid, dat ver uitgaat boven de bekrompenheid van het Joodsche particularisme.
Als men de verklaring hiervoor vraagt zou ik dezen ruimen blik van den Apostel Johannes willen zoeken in zijn diep en scherp inzicht, dat hij heeft in den persoon des Heeren.
Hoe dieper wij ingeleid worden in de heerlijkheid van Christus, hoe grooter het heil wordt, dat uit deze bron opwelt ten leven voor de volken, die in duisternis zitten.
Hoe grooter Christus in U wordt, hoe grooter het heil door Christus voor U wordt. Daarom lezen wij dit tafereel in het Evangelie van Johannes, om dat er niemand onder de Apostelen was, die zoo scherp het geheim van Christus' grootheid had ontdekt, als deze ziener des Heeren.
Wilt ge er ook eens op letten, hoe verheven Johannes telkens den Christus schildert in den aanvang van zijn Evangelie?
In het eerste hoofdstuk grooter, dan Johannes den Dooper.
In het tweede hoofdstuk heerlijker, dan de tempel te Jeruzalem.
In het derde hoofdstuk verhevener, dan de Oversten der Joden.
In het vierde hoofdstuk voller, dan de Jakobsbron, en meerder, dan de stichter van deze bron.
En zoo gaat het door. Zoo wordt heel dit Evangelie een diadeem, die schittert op de slapen van den Zaligmaker der wereld, als ge Hem nawandelt in Bethesda's zalen, of als ge Hem hoort spreken van het ware manna, of van het onuitblusschelijk tempellicht.
Is op deze bladzijde van dit Evangelie niet een verrassing, waar de Joden Jezus uitwerpen, de Samaritanen Hem opnemen, meer, Hem uitnoodigen, meer, Hem eeren, meer. Hem aanbidden als De Christus!
En wij denken aan het woord: en hetgeen mijn volk niet was, mijn volk noemen. Genade is vrij en waar genade valt, daar valt genade vrij!
De Joden naar hun particularistisch drijven houden geen gemeenschap met de Samaritanen. Jezus komt en blijft bij de Samaritanen.
Zeker, ik ben het eens met die Schriftverklaarders, die beweren, dat de Samaritanen een soort brug vormden tusschen Jodendom en heidendom! Hun bloed, zegt van Andel in zijn commentaar, was met het Joodsche vermengd, en ook religieus kenden zij de vijf boeken van Mozes. Maar de feiten spreken hier meer, dan de woorden, die theoretisch juist, maar die practisch geloochenstraft werden door de groote afstand, ja haat, die tusschen beide groepen bestond.
In Israël was bijna geen geloof, maar bij de Samaritanen
Daar vonkte bij de Samaritanen tweeërlei geloof.
Eerst vers 39 en dan vers 42 en daar tusschen ligt een tijdperk van twee dagen! In het vers 39 lezen we: En velen der Samaritanen uit die stad geloofden in hem, om het woord der vrouw, die getuigde: Hij heeft mij gezegd alles wat ik gedaan heb. En dan vers 42 zooals hierboven is afgeschreven.
Gij weet uit vers 28—29 hoe de Samaritaansche vrouw Evangeliebode is geworden en hoe zij in Sichem zal hebben laten hooren: Komt, luistert toe, en ik zal vertellen, wat ik ervaren heb.
En daarop gingen velen uit Sichem (vers 30). Dat was de eerste groep geloovigen van hooren zeggen.
En toen na twee dagen (vers 40) klom deze groep geloovigen van hooren zeggen, tot geloovigen van rijke levenservaring.
Twee dagen in Sichem!
Wie had dit ooit durven denken, de Samaritanen het allerminst. Was hij niet gekomen tot de verloren schapen van het huis van Israël ?
En thans niet in Israël, niet in Jeruzalem, niet in Bethlehem, niet in Nazareth maar in Sichem en onder de Samaritanen zal hij zijn intrek nemen.
Wat een blijdschap voor Sichem!
Wat een vreugde voor Gods Engelen, die hier hun Kerstzang: „in menschen een welbehagen" tot dankbare werkelijkheid zien klimmen.
Wat een winst voor den hemel, toen velen der Samaritanen kerstfeest vierden met den Christus, de Zaligmaker der wereld, in hun midden.
Jezus twee dagen in Sichem!
Ja, hij wil wonen en zegenen het huis, het hart, de stad, het land, de wereld, die allen in zich zelf verwerpelijk en in het oog der wettische vroomheid afzichtelijk zijn, maar bij den Heere uitverkoren en dierbaar.
Jezus in Sichem!
Hoe menige Maria zal daar stil aan zijn voeten hebben neergezeten en niets anders gedaan, dan luisteren, en nog eens luisteren en zijn woorden waren , als malsche druppelen, die de dorstende aarde verkwikken.
Hoe menig hart zal in die twee dagen zijn getroost en gesterkt op den kruisweg des lijdens en in den drom van nevelen.
En wie zal zeggen, hoevele kranken in deze twee dagen de schat der gezondheid hebben weer gekregen, toen de hand van de groote Medicijnmeester zoo dicht bij was en — de kracht des geloofs om te genezen, niet ontbrak ?
Jezus onder de Samaritanen — twee dagen!
Maar in die twee dagen hebben deze Samaritanen meer geleerd, dan de Joden in de meer dan twee jaren, gedurende welke de Heiland in het midden van Israël heeft gewandeld.
Allereerst treft het, dat deze Samaritanen niet tevreden waren met de getuigenis van deze vrouw. Zij miskenden haar getuigenis niet. Zij waren integendeel sterk geïnteresseerd. Dat is een goed teeken, maar op zich zelf nog niet genoeg in het stuk des geloofs.
Die Samaritanen waren niet tevreden met een goede preek en gingen toen weer naar huis of aan den arbeid. Neen, zij gingen tot de bron zelf om vandaar levenswater te proeven.
Laat ons niet genoeg hebben aan een goede preek en aan prachtige tekstverklaring. Laat ons niet de kerk uitgaan met te zeggen: 't jonge, dat was mooi, dat was aardig en goed gezegd, dat was vindingrijk, dat was een pracht stukje exegese. Zie, zoo wandelen wij over de straten van Sichem al redeneerende, maar ondertusschen redeneeren wij over de groote zaak heen en — het wordt nooit kerstfeest.
Gesteld eens, dat die Samaritanen in Sichem waren gebleven, dan hadden zij den mond vol gehad over die vrouw, en over dat wondere geval, bij de Jakobsbron, over den Christus en over zijn heil, maar dan waren zij zelf niet uitgegaan. Dit was een goede preek geweest, maar met een slechte toepassing. Hier was goed zaad gestrooid, maar zonder diepte van aarde.
Maar, Gode zij dank, zoo was het niet!
Ge kunt nooit vers 41 en vers 42 verstaan, of ge moet eerst vers 40 gekend hebben.
Wat staat er in vers 40?
Lees dat zelf nu eerst eens, en als het U de moeite niet waard is om dit even op te slaan — ja — dan zou het best kunnen gebeuren, dat ge meer in Jeruzalem thuis zijt, dan in Sichem!
Begrijpt U, wat ik hiermede zeggen wil?
Nu tot de volgende week.
Apeldoorn
J.J. van der Schuit

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 1952

De Wekker | 4 Pagina's

Tweeërlei geloofsgrond of niet alleen een Jezus van hooren zeggen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 1952

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken