Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Rondom het Oude Testament (43)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Rondom het Oude Testament (43)

Schriftelijke documenten. (4)

5 minuten leestijd

De opgravingen te Ras Sjamra ontlenen hun belangrijkheid vooral aan de schriftelijke documenten, die daar gevonden zijn.
Tot op heden hebben de opgravingen ver over de tweehonderd grote en kleine teksten, geschreven op kleitabletten, opgeleverd. Dat men in de oudheid op kleitabletten schreef, hebben we. in deze rubriek al eens eerder besproken. Papier kende men nog niet, en de voorloper daarvan, het papyrus, werd toen vrijwel alleen in Egypte gebruikt.
De teksten van de tabletten waren niet alle in de zelfde taal geschreven, maar in vijf verschillende talen. Wel een bewijs van het cosmopolitisch karakter van de stad. De teksten waren geschreven in het Soemerisch, de taal van de oudste inwoners van Babylonië en later de taal der geleerden; in het Akkadisch, de taal van de Babyloniërs en de Assyriërs en later de taal van de handel en de diplomatie; het Egyptisch en het Choerietisch, de taal van de Mitanni, de inwoners van Boven-Mesopotamië, die ook in de Amarna-brieven, die we in ons vorig artikel noemden, een rol spelen.
Daarnaast echter vond men, reeds in 1929, een kleine 50 teksten in een tot op dat ogenblik geheel onbekend spijkerschrift. En men moet wel diep respect hebben voor de geleerden, die in betrekkelijk korte tijd dit schrift wisten te ontcijferen en zo de sleutel vonden naar de inhoud van deze teksten.
Aan deze ontcijfering blijven de namen van Bauer, Dhorme en Virolleaud met ere verbonden.
De taal bleek verwant te zijn aan het Hebreeuws. Het schrift lijkt op het Assyrisch spijkerschrift, maar is daarvan toch ook weer geheel onderscheiden. Het voornaamste verschil zit wel hierin, dat het Assyrisch spijkerschrift lettergrepenschrift is.
Dat wil zeggen, dat elk teken of combinatie van tekens niet één letter, maar een hele lettergreep of zelfs een heel woord voorstelt.
Het is begrijpelijk, dat dan heel wat tekens nodig zijn.
Het Assyrisch telt dan ook ongeveer 500 schrifttekens.
Daarentegen bleek het schrift van Oegarit letterschrift te zijn. Dat wil zeggen: elk teken stelt een letter voor.
Het schrift telt 29 letters, dat is dus 7 meer dan het Hebreeuws. Voor degenen, die Hebreeuws kennen, deel ik hier mee, dat in het jongere Hebreeuws enige letters uit het alfabeth van Oegarit zijn samengesmolten en dat bovendien het Oegarietisch drie verschillende tekens van de aleph kent, al naar dat bedoeld wordt een a, i(e) of u.
Inmiddels is ook te Beth-Semes een tablet gevonden met dit Oegarietisch schrift, waaruit blijkt, dat dit schrift ook buiten Oegarit is gebruikt geweest.
Toen men met het schrift bekend was geworden, stond de weg naar de inhoud van de teksten open.
Het bleek, dat historische teksten, zoals bv. Assyrië, die in zo grote mate bezat, hier zo goed als ontbreken. De teksten bleken overwegend van godsdienstige aard.
Voor de belangstellende lezer wil ik enkele van die teksten noemen.
En dan noem ik in de eerste plaats het zgn. gedicht van de lieflijke en schone goden, een lied, waarin de wisseling der jaargetijden symbolisch wordt voorgesteld.
Vervolgens de mythe van Baäl en Aleyan Baäl. Deze mythe draagt een sterk vegetatief karakter. Daaronder verstaan we dit, dat het opbloeien van de natuur in het voorjaar en het afsterven van de natuur in het najaar, of, zoals het in Oegarit was, het afsterven van de natuur in de zomer en het opbloeien van de natuur in het najaar, wanneer na de hete zomer, waarin alles verschroeide, weer de vruchtbare regens neervallen, mythisch, d.w.z. in de wereld der goden, wordt voorgesteld.
Het lied bezingt de bouw van de tempel van Baäl. Aan de goede Bijbellezer is deze godennaam niet onbekend.
In dit lied wordt met Baäl bedoeld de dondergod Hadad, die ons ook uit de Bijbel als de god Hadad-Rimmon, bekend is (Zach. 12 : 11).
Bezongen wordt dan verder, dat Baäl sterft, symbool van het onvruchtbare jaargetij, als in Fenicië niets kan groeien, doordat de god Mot, de god van de brandend hete zon, zijn heerschappij oefent. Daarna echter herleeft Baäl weer in zijn zoon Baäl Aleyan, wanneer Mot dood is en de regens weer neervallen.
Tenslotte wil ik hier nog even noemen de legende van Keret.
Deze vertelt ons van een zekere Keret, waarschijnlijk de eerste koning van Oegarit. Het eerste deel van de legende geeft een beschrijving van het leed, dat deze Keret overkomt. Hij heeft zijn vrouw en kinderen verloren en daarmee alle hoop op nakomelingschap. De god EI echter belooft hem alles terug.
Het tweede deel beschrijft ons het huwelijk van Keret met zijn tweede vrouw.
Het derde deel verplaatst ons in een latere periode van het leven van Keret Hij is ziek, waarschijnlijk gewond geraakt bij een gevecht. Zijn zoon wijt deze ziekte van zijn vader aan diens schromelijke plichtverzaking. Daarop vloekt Keret zijn zoon.
Hier eindigt het verhaal. Dit zal het einde echter wel niet zijn, maar het slot is nog niet gevonden.
Op de beroemde legende van Danel kom ik in enige latere artikelen nog uitvoerig terug.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 1953

De Wekker | 4 Pagina's

Rondom het Oude Testament (43)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 1953

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken