Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Predikatie gehouden in de bidstond voor de Generale Synode op Maandagavond 7 Sept. 1953 te Apeldoorn (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Predikatie gehouden in de bidstond voor de Generale Synode op Maandagavond 7 Sept. 1953 te Apeldoorn (2)

10 minuten leestijd

Heilige Vader! bewaar ze in Uwen naam, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, gelijk als Wij. Johannes 17 : 11b

De toekomst!
Christus' ogen hebben ook de toekomst doorboord en daarom smeekte Hij Zijn Vader, dat Hij Zijn kerk beware wilde in Zijn naam. Neen, Hij vraagt niet, dat God de Zijnen uit de wereld weg neemt. Ze hebben hier een taak en plaats. Er zijn nog velen die eerst door het woord der apostelen tot het geloof moeten komen. Door de dienst der kerk moet het Koninkrijk der hemelen komen tot z'n voltooiing. Christus bidt ook niet dat de Zijnen verschoond blijven van verzoeking en vervolging. Niet voor bewaring van het zwaard, maar voor bewaring van de geest der wereld bidt Hij.
Geen oppervlakkige, noch steil-orthodoxe bewaring zonder waarachtig geestelijk leven, heeft Jezus daarbij op het oog. Hij spreekt van een bewaren in Zijns Vaders naam. Dat gaat over een levensrelatie tot die naam. Ik kan strijden vóór de waarheid, zonder nochtans uit de waarheid te zijn en in de waarheid te leven. Maar Jezus' bedoeling is dat Zijn kerk leeft bij en leeft in de waarheid Gods.
Dat bewaren nu is des Vaders werk door de Heilige Geest, Die zondaren brengt en houdt in levensrapport met des Heeren openbaring. Aan 's Vaders hoede draagt Hij Zijn kerk op. In Zijn handen alleen is Gods volk veilig. Als zij zichzelf moesten bewaren zou het een verloren zaak zijn. Dan had de kerk geen toekomst en zou satan triumferen. Zie het aan Petrus. Wij hebben ons zelf tegen, wij zijn zondig vlees en hebben een dwaalziek hart. Maar God bewaart hen in Zijn naam, die een sterke toren is. Daarom blijft er ook een kerk, die waarachtig leeft bij en uit de openbaring Gods.
Christus' voorbede biedt ons daarvan de waarborg. Hij bidt immers voor degenen, die God Hem gegeven heeft. Dat is een telkens terugkerende zinsnede in Jezus' woordenschat. Hij bidt niet voor de wereld. De voorbede van Christus gaat even ver als de opdracht, die Hij van de Vader ontvangen heeft. Hij is gestorven voor de gegevenen des Vaders. Hier komen wij tot de verkiezing als diepste grond der bewaring. Hier raken wij aan het Verbond der Verlossing, waarin de zaligheid der kerk eeuwig vast ligt.
In vers 9 horen wij Jezus' bidden: „Want zij zijn Uwe". Ze zijn van de Vader, en ook van de Vader gebleven. De Zoon geeft ze terug aan de Vader: „Al het Mijne is Uwe, en het Uwe is Mijne". Dat getuigt van de verbondsrelatie tussen Vader en Zoon. Als een mens wat aan zijn vriend geeft, houdt het gegevene op eigendom des schenkers te zijn. Geeft een man wat aan zijn vrouw, dan blijft het eigendom gemeenschappelijk. Hier is eenheid van leven en bezit. Dat geldt in de diepste zin deswoords van de Vader en de Zoon. 't Zijn des Vaders eigen schatten, die Christus in bewaring opdraagt. Daarom is hier zulk een sterk beroep, zulk een krachtige pleitgrond.
Nu vallen wij er buiten met al onze activiteit. Zeker, de Zijnen zijn verantwoordelijk en de kerk heeft een dure roeping om ook zelf te blijven in Zijn naam. Daaraan heeft ook onze Generale Synode te arbeiden. Maar de diepste en laatste waarborg van de bewaring in Zijn naam ligt niet in onze kracht, zelfs niet in onze gebeden, die vaak zo stuntelig zijn. Wij hebben ook zelf te bidden, maar in dat bidden bovenal onze troost en houvast te zoeken in die voorbede van Christus, Die voorop gaat en die ook de kerk de eeuwen door op haar zwerftocht door de woestijn vergezelt. We hebben een Heiland, Die leeft om te bidden. Hadden wij die Heiland niet, dan betekende óns bidden niets. Hadden wij Zijn voorbede niet, dan kon ons bidden geen nabidden zijn. Dan werd het een !ast, te zwaar voor onze schouders. Maar nu mogen wij weten, dat de zwaarste gebedslast van onze schouders is afgenomen en door Christus getorst wordt. Die wetenschap echter noopt de kerk nochtans om Hem na te bidden, met een eenparig hart, en een eenparige stem, gelijk de psalmist zong:
„Juicht elk om strijd," met blijde galmen.
Zingt, zingt den Hoogste vreugdepsalmen;
beroemt u in Zijn heil'ge naam;
dat die Hem zoeken nu te zaam
hun hart vereenen tot Zijn eer
en zich verblijden in den Heer!"

3. Het goddelijk voorbeeld:
In Zijn voorbede heeft Christus gevraagd, dat de Vader hen bewaren moge in Zijn naam, dat Hij hen steeds in het licht Zijner kennis doe wandelen, opdat zij blijven in het geloof en vasthouden aan de openbaring, die Christus hun aangaande Hem gegeven heeft. En dat heeft nu weer een speciaal doel: „Opdat zij één zijn, gelijk als Wij".
De bewaring geschiedt dus tot het in stand houden van eenheid, van waarachtige eenheid. Christus begeert dat de Zijnen één blijven onder elkaar, en in plaats van vele, elkaar weersprekende en bestrijdende getuigenissen af te leggen, samen éénzelfde woord tot de wereld spreken, en eendrachtig werken aan de bouw van de geestelijke tempel.
Van deze eenheid geeft Christus in Zijn voorbede het goddelijke voorbeeld, het hemelse ideaal: „Gelijk als Wij". Jezus vergelijkt de eenheid van de Zijnen met de hoogheilige, voor ons mysterie-volle goddelijke unie tussen de Vader en Christus, die wel onderscheiden, maar niet losgemaakt mag worden van de eenheid tussen de Vader en de Zoon in het goddelijk wezen. Deze laatste eenheid is, dat Hij en de Vader één zijn, in goddelijke levenseenheid. We horen Hem zeggen in v. 21 „Gelijkerwijs Gij Vader in Mij en Ik in U". De Vader heeft den Zoon gegeven het leven te hebben in Zichzelven, en toch leeft de Zoon met dat eigen leven in de Vader. En daarin rust nu de eenheid van de Zoon als Middelaar, als Borg voor de Zijnen met de Vader. Deze eenheid is een gemeenschap van volkomen heilige overeenstemming, waarin geen enkele toon van tegenstrijdigheid trilt. Het is een eenheid, waarin Christus zich volkomen aan de Vader overgeeft in liefdevolle gehoorzaamheid. Steeds heeft Hij dat doen zien, hoe Hij in alles gehoorzaam wilde zijn aan de Vader. Hier ontbreekt zelfs elke schijn van verschil in opvatting. 't Is een saâmverbondenheid, waarin geen tegenstellingen bestaan. Vader en Zoon zijn, ondanks alle verscheidenheid in het goddelijke wezen, één in bedoelen.
Aan dit voorbeeld moet nu de eenheid der gelovigen beantwoorden.
Welke eenheid dit dan vraagt?
Niet de eenheid, die in onze oecumenisch ingestelde tijd wordt voorgestaan door velen op de grondslag van een basisformule, waarin modernisme en rechtzinnigheid zich gelijkelijk kunnen vinden. Geen eenheid ten koste van de waarheid. Geen eenheid zonder samenstemming in het geloof, dat Jezus is de Christus, de Zoon des levenden Gods, Die Zijn dierbaar bloed gestort heeft voor allen, die Hem van de Vader gegeven zijn.
Maar het voorbeeld, dat Christus in Zijn voorbede stelt, roept ook niet om een eenheid, die tot een strakke eenvormigheid wordt. Dan wil men alle nuanceringen opheffen. Dan moet het geestelijke leven van een broeder of zuster volkomen gelijken op het onze, of anders deugt het niet. Dan wil men het geestelijk leven persen in het keurslijf van één bepaald systeem. Zo maakt men van Jeruzalem een eentonige stad, waar alle verscheidenheid ontbreekt. Maar in het leven der kerk weerspiegelt zich de volle rijkdom van het leven Gods, dat zijn eenheid in de verscheidenheid kent.
Welk een verscheidenheid treffen we niet aan onder de discipelen zelf, maar zij waren één in de belijdenis: „Tot Wien zullen wij heengaan, Gij hebt de woorden des eeuwigen levens". Later schrijft Paulus: „En er is verscheidenheid der bedieningen en het is dezelfde Heere; en er is verscheidenheid der gaven, doch het is dezelfde Geest; en er is verscheidenheid der werkingen, doch het is dezelfde God, Die alles in allen werkt".
Paulus had een diep inzicht ontvangen in het goddelijke voorbeeld, in het hemelse ideaal, en dat deed hem schrijven: „Zo bid ik u dan, ik, de gevangene in den Heere, dat gij wandelt waardiglijk der roeping met welke gij geroepen zijt; met alle ootmoedigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, verdragende elkaar in liefde; u benaarstigende te behouden de enigheid des Geestes door de band des vredes".
Beleving van deze eenheid, navolging van dit goddelijk voorbeeld is van de grootste betekenis. Niet zonder reden bad Jezus om de openbaring van de waarachtige eenheid. Zijn discipelen hadden in de wereld het werk des Heeren te doen, en dat zouden zij niet kunnen als zij niet één waren. Van 'n hopeloos verscheurde Kerk des Heeren gaat geen kracht uit in de wereld. Dan ziet zij de heerlijkheid van Christus niet. En daarom te meer heeft de kerk een dure roeping om het hemelse ideaal na te streven.
Ach, wat komt er van dit goddelijke voorbeeld en hemelse ideaal vaak terecht? Wat droevig beeld vertoont het kerkelijk leven in onze tijd.
Heeft Jezus dan tevergeefs Zijn voorbede opgezonden? Neen, de Vader heeft Zijn bede verhoord. De eenheid der gelovigen is een heilsfeit in Christus en een daadwerkelijkheid in deze verscheurde wereld. Ondanks alle gebrokenheid van Christus' kerk blijft toch de waarheid gelden van wat Paulus, als in een psalm, schreef: „Een lichaam is het en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt tot één hoop uwer roeping; één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, Die daar is boven allen en door allen en in u allen".
Deze waarachtige eenheid is gezien in de eerste Pinkstergemeente, en zij zal telkens weer openbaar worden naarmate wij dichter bij Christus leven. Ligt hier niet het grote manco in zoveel verdeeld kerkelijk leven, dat er te weinig band is aan Christus en daarom aan elkaar? Daarom betaamt ons altijd weer zelfonderzoek: is er band aan Christus? Neemt Hij in ons leven de alles beheersende plaats in? Zoeken wij het onze of hetgeen van Christus Jezus is?
God roept ons broeders, tot belangrijke arbeid in Zijn koninkrijk. Welk een genade, dat wij mede-arbeiders mogen zijn. Gods knechten zijn „gegevenen". Dat sluit alle waardigheid en verdienste onzerzijds uit. Hier valt alleen te roemen: door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen. De Heere wil ons gebruiken.
Laten wij dan de Synodale arbeid verrichten in ootmoedige afhankelijkheid, ziende op Christus, Die in de schaduw van het kruis smeekte: „Heilige Vader, bewaar ze in Uw naam, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, gelijk als Wij". Smeken wij om de bediening van de Heilige Geest, opdat wij nimmer Jezus' bede mogen beschamen, en ook in onze arbeid dat goddelijke voorbeeld, dat hemelse iideaal mogen navolgen.
Dan wordt de breedste vergadering van onze kerk dienstbaar aan de vrede van Jeruzalem. De waarheid betrachtende in liefde, zullen we alleszins opwassen in Hem, Die het hoofd is, namelijk Christus. En ook deze Synode zal medewerken aan de komst van Zijn koninkrijk. Ge werkt niet tevergeefs en uw bidden is niet ijdel. Christus' voorbede zij uw troost en hope. Eens zal die voorbede zijn rijkste verhoring ontvangen in de zalige werkelijkheid van het nieuw Jeruzalem. Dan zal het zijn één kudde en één Herder. Geen dissonant wordt dan meer gehoord, geen tegenstelling gevonden. Maar al de gegevenen, heel Christus' kerk zal één zijn in de lof en aanbidding van Hem, Die op de troon zit, en het Lam!
„U looft de apostelschaar in heerlijklijkheid, o Heer;
profeten, martelaars vermelden daar Uw eer;
door heel Uw kerk wordt steeds, daarboven hier beneden,
in strijd en zegepraal. Uw grote naam beleden-"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 september 1953

De Wekker | 4 Pagina's

Predikatie gehouden in de bidstond voor de Generale Synode op Maandagavond 7 Sept. 1953 te Apeldoorn (2)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 september 1953

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken