Bekijk het origineel

Christelijke levensstijl in militaire dienst

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Christelijke levensstijl in militaire dienst

6 minuten leestijd

Christelijke levensstijl in militaire dienst De Nationale Christen Onderofficieren Vereniging heeft een memorandum het licht doen zien inzake de handhaving van de Christelijke levensstijl in militaire dienst. Deze brochure van 20 bladzijden is aan alle kerkeraden en vele instanties toegezonden ter kennisneming en met verzoek een zo groot mogelijke publiciteit aan de inhoud te geven.
We doen dit graag juist in deze rubriek, omdat het hier een terrein raakt, waar kerk en staat wel zeer nauw bij betrokken zijn.
In dit memorandum wordt de vinger gelegd op enkele wondeplekken in het militaire leven, die we zo langzamerhand gewoon gaan vinden en daarom gewillig slikken. Geruisloos zijn we op deze wijze bezig te verwereldlijken. Waar het protest niet meer gehoord wordt, daar wordt aan de andere zijde gedacht dat we het er mee eens zijn en nalaten van protest betekent een verzwakking in het protesteren bij een volgende gelegenheid.
Het doet weldadig aan dat onze onderofficieren, die uit de practijk weten wat er te koop is, dit geluid laten horen. We zijn op dit gebied de laatste jaren helaas niet verwend. In een tijd van verslapping en verflauwing der grenzen is dit memorandum zeer opmerkelijk, haast een witte raaf. Men kan alleen maar vurig wensen dat alle militairen van christelijke huize dit memorandum lezen en volledig hier achter staan. Het zou funest zijn wanneer kerkelijke jongens in militaire dienst zouden zeggen: wat is dat overdreven wat hier staat; zo erg vinden wij dat niet eens. Dat zou een droevig symptoom zijn van het reeds ver voortgeschreden proces van stijlverlies en verwereldlijking.
Voor we beknopt op de inhoud ingaan van dit memorandum, wijzen we er op dat de fundering van de redenering voor de buitenstaander niet altijd even sterk is. We vinden het b.v. jammer dat niet is aangegeven waarom wij onder het N.T. de Zondag als rustdag hebben afgezonderd i.p.v. de Zaterdag. Vermoedelijk zal men op dit punt wel bezwaren maken. We betreuren ook dat over God gesproken wordt als het Opperwezen. Het is waar — in de berijmde Psalmbundel van 1773 wordt deze nare terminologie ook gebruikt. Daarin bewijst deze berijming kind van zijn tijd te zijn. Maar we moesten zo niet meer over God spreken. Dat is allerminst Schriftuurlijk. Men gaat God dan ook teveel vergelijken met andere wezens om te concluderen dat Hij het Opperwezen is. Een dergelijke uitdrukking is een smet op dit waardige stuk.
Er worden voornamelijk 5 concrete punten genoemd, t.a. waarvan de christelijke levensstijl gaat verdwijnen.
Allereerst wordt gewezen op het feit dat bij oefeningen in internationaal verband steeds een Zondag in beslag wordt genomen, soms zelfs twee Zondagen. Terecht wordt gezegd dat de weerbaarmaking van ons volk nimmer mag gaan ten koste van datgene wat het Protestantse volksdeel heilig is. De „technische noodzakelijkheid" en „onvermijdelijkheid", welke de motiveringen zijn om de legermanoeuvres in internationaal verband ook op Zondag doorgang te doen vinden, zijn voor het Christelijk volksdeel niet aanvaardbaar. Op de duur worden deze oefeningen als volkomen normaal beschouwd. Het is zeer te betreuren dat de Nederlandse Regering niet heeft meegewerkt aan een heiliging van de Zondag bij deze internationale oefeningen. Al te gemakkelijk heeft men zich neergelegd bij wat „men" in het buitenland doet. De Tweede Kamerleden Van der Zaal en Zandt hebben de Minister van Oorlog op deze dingen gewezen. Het antwoord van de Minister was teleurstellend. Het is, echter bijna onmogelijk dat deze oefeningen niet op Zondag worden gehouden. Terecht heeft ds v. d. Zaal er in de Tweede Kamer op gewezen dat bij het leger rekening wordt gehouden met gewetensbezwaren van de enkeling. „Zal men in internationaal verband ook niet de bezwaren van een gewillig samenwerkend volk tot gelding kunnen brengen?"
Het reizen op Zondag is het tweede punt, waarop de aandacht wordt gevestigd. Dit reizen op 's Heeren dag wordt een nationale zonde genoemd. Terecht! Zeker — men kan zeggen: dan moeten de jongens maar in de kazerne blijven. Ze moeten voor hun principe wat over hebben. Accoord. En als zodanig is het goed dit jong te leren. Elke ouder weet echter dat er aan het verblijf in vaak afgelegen kampen ook nadelen verbonden zijn. Het geweten van vele jongens en ook ouders, zelfs uit eigen kerken is ruim geworden. De omstandigheden zijn vaak beslissend voor menigeen i.p.v. Gods gebod, waarmee tengevolge hiervan al te veel wordt gemarchandeerd. Het geweten stompt langzaam maar zeker af. De ontkerstening wordt in de hand gewerkt. Is het nu beslist onmogelijk om op Maandagmorgen terug te keren? Er zit ook een zekere onbillijkheid in het feit dat de ene commandant wel permissie geeft om op Maandagmorgen per eerste gelegenheid terug te keren aan een jongen, die getoond heeft serieuse gewetensbezwaren te hebben, terwijl een andere commandant pertinent weigert om dat te doen.
Vervolgens wordt gewezen op de oefeningen, die soms gehouden worden op de kerkelijke feestdagen. Door de verschillende overheidsmaatregelen wordt het christelijke karakter van deze dagen bedreigd.
Belangrijk is ook dat in dit memorandum de gebedsbelemmering ter sprake komt, die het noodzakelijk gevolg is van het cafetaria-systeem: het eten aan de lopende band, met als gevolg met de meest mogelijke spoed een zitplaats opzoeken en zorgen zo spoedig mogelijk de eetzaal weer te verlaten. Wanneer zo de maaltijd wordt gebruikt heerst er een groot lawaai van rammelend eetgerei, stemmengeroes, lopende mensen, geklik van lepels en vorken. Hier wordt op deze wijze tekort gedaan aan de eisen, die voor een Christelijk leven als norm gelden.
Tenslotte wordt aandacht gevraagd voor de grote gejaagdheid bij de maaltijden tengevolge van het cafetariasysteem. Binnen een zeer korte tijd moeten diverse ploegen van de eetzaal gebruik maken. In die korte tijd moet het eten worden opgeschept, de maaltijd genuttigd en de eetzaal weer worden verlaten.
We hebben met vreugde deze punten uit het memorandum doorgegeven, temeer omdat het hier zaken betreft waar menig huisgezin, waaruit een zoon in militaire dienst is, mee in aanraking komt.
Het is goed dat aan de bel wordt getrokken en de gewetens worden wakker geschud. Moge dit memorandum weerklank vinden en blijken uitdrukking te geven aan hetgeen in brede lagen van ons christelijk volksdeel leeft.
Het is de moeite waard hier over na te denken.
Mogen ook de bevoegde instanties luisteren, opdat we onze zonen niet steeds met grote zorg in dienst zien gaan wegens de aanslag op de christelijke levensstijl, die in het dienstleven zelf gelegen is.
Aan het gebod om koning en koningin te eren en te dienen in het leger, gaat nog altijd vooraf: Vreest God!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 januari 1955

De Wekker | 4 Pagina's

Christelijke levensstijl in militaire dienst

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 januari 1955

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken