Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een zoeker gevonden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een zoeker gevonden

8 minuten leestijd

„Filippus vond Nathanaël " „Jezus zag Nathanaël tot Zich komen, en zeide van hem: Zie, waarlijk een Israëliet, in welken geen bedrog is". ​Joh. 1 : 46a, 48

Er is tweeërlei zoeken: de heilbegerige zoekt God en — God zoekt de heilbegerige. Daarom kunnen we ook zeggen, dat de zoeker vindt en — dat hij wórdt gevonden. Nathanaël is daarvan een prachtig voorbeeld.
Hij is weer een heel andere figuur dan de stille Andreas of de bewegelijke Petrus. Zijn naam komt, behalve in dit eerste hoofdstuk, in het Evangelie van Johannes nog eenmaal voor en wel in hoofdstuk 21:2, waar hij geteld wordt onder het zevental discipelen, aan wie Jezus verschijnt bij de zee van Tiberias, na Zijn opstanding. De andere Evangelisten noemen hem niet, maar vrij algemeen wordt aangenomen, dat de Bartholomeüs, die daar in de apostellijsten voorkomt naast Filippus, dezelfde is als Nathanaël. Zoals wel meer voorkwam, schijnt hij dus nog een toenaam gehad te hebben.
Daags na de ontmoeting met Simon Petrus heeft Jezus Zelf in Bethsaïda Filippus gevonden en tot Zich geroepen. Wat ging dat eenvoudig toe. Jezus zeide: Volg Mij! en dat Filippus zonder tegenspreken volgde, wordt er niet eens bij gezegd. Het is of wij moeten gevoelen: als Jezus roept, komt het altijd in orde. Wij zullen wel mogen aannemen, dat mensen als Filippus vurig hoopten op de „vertroosting Israels", maar dat verklaart niet alles! Want dan zou er nog twijfel kunnen rijzen, of deze Jezus nu wel waarlijk de Beloofde was. Zo verging het tenminste Nathanaël en toch was hij ook een echte „zoeker". Het is daarom de moeite waard, op te merken, dat Filippus rechtstreeks door Jezus Zelf werd geroepen. En als zo iemand met Jezus' heerlijke persoonlijkheid in aanraking komt, dan blijkt hij aanstonds bereid te volgen. Dat is het schone in al deze roepingsgeschiedenisnen: als deze mannen Jezus Zelf ontmoeten, blijken ze aanstonds zó voor Hem ingewonnen, dat ze geen enkel bezwaar maken Zijn volgeling te worden. Dit zijn evenzovele voorbeelden van krachtdadige roeping. Mensen kunnen ons schone dingen van Jezus vertellen; ze kunnen spreken uit persoonlijke overtuiging en ervaring, maar ze hebben niet het vermogen ook maar iemand in waarheid aan Hem te verbinden. Zodra wij echter zelf Zijn stem horen in Zijn Woord en als heilbegerigen tot Hem gaan, wordt alles anders. En dan verstaan wij pas goed, dat een ander niet voor ons geloven kan. Het is een persoonlijke zaak.

Filippus heeft een gemakkelijke weg gehad; hij heeft bijna geen gelegenheid gehad voor twijfelgedachten. Niettemin is zijn overtuiging diep geworteld. En nu denkt hij onmiddellijk aan zijn vriend Nathanaël. Hem zal hij het blijde nieuws zo gauw mogelijk vertellen! Is hij niet eveneens een man, die vurig hoopt op het beloofde heil? Vermoedelijk zal zijn Messiasverwachting, gelijk bij de meesten in Israël, sterk nationaal gekleurd zijn, maar toch werd zij gedragen door oprechte vreze Gods en hij zou geen voldoening hebben gevonden in de een of andere nationale verlossing. Wij vinden hem dan ook niet onder de roerige vrijheidsstrijders, maar mediterende en biddende onder de vijgeboom. De beloften Gods waren zijn zielevoedsel en zijn pleitgrond.
Daar wordt hij opeens in zijn overpeinzingen gestoord door de enthousiaste uitroep van zijn vriend Filippus: „Wij hebben Dien gevonden van Welken Mozes in de Wet geschreven heeft, en de Profeten, namelijk Jezus, de zoon van Jozef, van Nazareth!" Het begin klinkt goed, maar — dat slot! Mozes en de profeten zijn Nathanaëls handboek, maar juist daarom kan hij niet klaar komen met dat laatste. Blijkbaar had Nazareth, evenals heel de provincie Galilea, bij de wetsgetrouwe Joden een niet al te goede naam in die dagen. Maar bovendien: waar was ooit voorzegd, dat de Messias de zoon van Jozef zou wezen en uit Nazareth zou komen? Er is iets van afweer in zijn opmerking: „Kan uit Nazareth iets goeds zijn?" Hier staan twee vrienden tegenover elkaar. Meer: ze zijn broeders. Ze verstonden elkaar zo goed, want dezelfde heilverwachting hield hen gaande. En nu opeens dreigt er een kloof. Dat kan. Er is een aangename spanning in de werkzaamheid der verwachting en die geven we zo maar niet prijs voor een vervulling, die zo geheel anders en vooral: zoveel eenvoudiger is dan we ons hadden voorgesteld! Nathanaël kan Filippus niet meer bijhouden. Neemt hij het niet al te gemakkelijk? Laat hem maar oppassen, dat hij niet het slachtoffer wordt van een valse Messias! Filippus van zijn kant voelt wel, dat hij zijn vriend geen bevredigende verklaring kan geven. Niet alleen staat hij zelf nog maar aan het begin van zijn kennis van Christus, maar hier helpt ook geen redeneren ! Twee vrienden, twee broeders en — ze verstaan elkaar niet meer. Wie lost dat op? Dit is geen mensenwerk.

Filippus heeft het als bij geestelijke intuïtie aangevoeld. Hij heeft er trouwens ook weinig behoefte aan, over Nazareth te gaan praten. Hij is vol van die Ene, Wiens Messiaanse heerlijkheid hem tegenstraalde. O, als Nathanaël Hem Zelf maar eens ontmoette! „Kom en zie!" Dat is het beste antwoord op Nathanaëls twijfel. En waarlijk — hij staat op van onder zijn vijgeboom en volgt zijn vriend.
Filippus had geen beter antwoord kunnen geven. Het is als de echo van Jezus' eigen „Kom en zie", waarmee Hij de vorige dag Andreas en Johannes in Zijn woning ontving. Filippus zal daar wel van gehoord hebben en hij is er diep van overtuigd, dat ook Nathanaël niet tevergeefs met Jezus in aanraking zal k,..men. Wat een ziel in Christus vindt, hoe zal zij het ooit onder woorden kunnen brengen, zodat anderen het verstaan? Zoals wij de zon slechts kunnen zien bij haar eigen licht, zo is het ook met de Zon der gerechtigheid Jezus Christus!
Gelukkig Nathanaël, die tenminste niet weigerde mee te gaan met zijn vriend, al is hij vrij zeker nog niet van zijn twijfel genezen. In de wereld der geestelijke dingen moeten wij leren bijzonder acht te slaan op datgene, wat nog niet tot onze persoonlijke ervaring behoort. En zeker, als het gaat over de kennis van de Heere Jezus Christus! Laat ons maar nooit denken, dat wij er al zijn. Geestelijk is er altijd meer, want in Christus is volheid!
Jezus weet precies, hoe iedere zoeker behandeld moet worden. Terwijl Nathanaël nadert, zegt Jezus van hem (zodat hij het zelf kan horen): „Zie, waarlijk een Israëliet, in welken geen bedrog is". Wat een heerlijk getuigenis! Nathanaël is niet maar een Jood, hij is een geestelijke zoon van Israël, gekenmerkt door innerlijke oprechtheid. Als er één kenmerk i«, dat bij alle ware Godzoekers aanwezig is, dan is het dit: oprechtheid en daarom vrees voor onoprechtheid. Wegens dat laatste kunnen we met onszelf wel ernstig overhoop liggen, maar wat is het een bijzondere troost, dat Jezus Zelf hierop let. We kunnen als Nathanaël onder de vijgeboom wel eens denken, dat de Heere ons niet ziet en hoort. We zoeken, we zoeken in oprechtheid en — we vrezen, dat we nooit zullen vinden. Maar Jezus ziet de zoekers en Hij trekt ze tot Zich door Zijn Woord en Geest. Ook dit is ons beschreven, niet maar opdat we bij Nathanaël zouden blijven staan, maar opdat we met hem zouden „komen en zien"!
Het is een nieuw bewijs van Nathanaëls oprechtheid, dat hij niet in geveinsde nederigheid de opmerking des Heeren afwijst. Integendeel: hij is er diep door getroffen. Jezus kent hem! Maar hoe, vanwaar? „Eer U Filippus riep, daar gij onder de vijgeboom waart, zag ik U!" Dat is het antwoord. Nathanaël wordt getroffen en getrokken door 's Heeren alwetendheid. Bij de Joden leefde de vaste overtuiging, dat dit een van de meest op de voorgrond tredende eigenschappen van de Messias zou zijn. Maar niet slechts het feit, dat Jezus alles weet, maar dat Hij hém zo precies kent, heeft Nathanaël aan Hem verbonden. Er worden nog dikwijls mensen tot Jezus geleid, doordat ze b.v. in de prediking zó hun diepste beweegredenen horen vertolken.
En nu is Nathanaël gewonnen. Zijn belijdenis is een jubelzang: „Rabbi! Gij zijt de Zone Gods, Gij zijt de Koning Israels." De zoeker heeft gevonden! De zoeker is gevonden!
Er zijn nóg zoekers, want de Heere werkt nog. We behoeven niet in alles op Nathanaël te lijken, maar de echte zoekers weten toch wel van de vijgeboom af. Waar staat de Uwe? En — ze zijn oprecht geworden.
Maar wat nog veel meer zegt: waar een Nathanaël is, daar is Jezus ook. Hij is veel dichterbij dan ze denken. Hij is hier in dit Schriftgedeelte. Zoeker, Hij wacht U op, zoals toen Nathanaël op weg was. Ziet Hij U ook tot Zich komen?

H. (Haarlem) J. C. M.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 1955

De Wekker | 4 Pagina's

Een zoeker gevonden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 1955

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken