Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Heilige ijver tot verzoening

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Heilige ijver tot verzoening

7 minuten leestijd

...daarom dat hij voor zijn God geijverd en verzoening gedaan heeft voor de kinderen Israels. ​Num. 25 : 13b.

De gruwel van ons natuurlijk bestaan openbaart zich in Israël, wanneer dit zich koppelt aan Baal-Peor.
De heerlijkheid van Gods genade straalt uit in de heilige ijver van Pinehas, de zoon van Eleazar, de zoon van Aaron.
Gruwelijk was ook wat een Israëliet deed, met name Zimri, de zoon van Salu, een vorst uit de stam van Simeon. Hij nam een midianietische, geheten Cozbi, een dochter van Sur, een hoofd, een vorst van een vaderlijk huis der Midianieten. Elders in de Schrift wordt hij onder de koningen genoemd. Een Israelietische vorstenzoon, een bondeling, neemt een vorstendochter uit de Midianieten, tegen het uitdrukkelijk bevel Gods, Exod. 20:3. Met die vrouw gaat hij, door het tentenleger, waarschijnlijk langs Gods tabernakel, waar Mozes en het vojk staan te wenen, naar zijn tent en gaat een vertrek binnen. Dat vertrek (qubba) is misschien het vrouwenvertrek geweest. Het woord komt maar eenmaal in de Bijbel voor. In de taal van de joodse geschriften komt het voor in de betekenis van bordeel, maar zulk een bordeel was er niet in het tentenleger van Israël. In het Arabisch komt het woord voor in een betekenis welke ons aan het woord alkoof doet denken. Zeer waarschijnlijk moeten wij het hier verstaan in de zin van vrouwenvertrek waarin de zonde van hoererij betracht werd, zodat het vrouwenvertrek werd tot een bordeel.
Dit zag Pinehas, de zoon van Eleazar, de zoon van Aaron.
Deze priesterzoon trad op in heilige ijver, zonder te letten op familie-relaties, Deut. 33: 9. Van een bijzondere lastgeving lezen wij niet. Door heilige ijver gedrongen grijpt hij naar een speer, volgt de overtreders, gaat de tent binnen, welke tot een bordeel gemaakt is, en doorsteekt met één stoot hun beider buik. (Eigenaardig is de verwantschap der woorden: qubba: vertrek; qéba: buik). Pinehas heeft Gods grimmigheid, Zijn toorngloed over de kinderen Israels afgewend door zijn daad. God keurt die daad goed. De Heere zeide dat Pinehas Gods ijver had geijverd, zodat de Israëlieten in Gods ijver niet werden vernield, vs. 11. De ijver van de Heere vloeit voort uit Zyn wezen; die ijver is het heilig verzet tegen alles, wat met Zijn heilig wezen in strijd is. Die ijver werkt vernietigend en die brandt als een toorngloed. Door die ijver, door dat heilig verzet, uit liefde tot de HEERE, om de eer van Zijn Naam, heilig gebonden aan Gods inzettingen, greep Pinehas naar de speer en doodde hij de overtreders. Hij doorleed de pijn vanwege het onteren van Gods Naam; hij gevoelde heel diep de schande en verstond dat deze schanddaad alleen door de dood kon worden uitgewist.
De rechters hadden niet gedaan naar het bevel van Mozes, vs. 5; zij spaarden hun naaste, mede wellicht omdat zij het bloed van hun familie niet durfden laten vloeien. En in hen was het volk ongehoorzaam aan God. Pinehas handelde in gebondenheid aan Gods wet, was dus gehoorzaam aan Gods gebod. En daardoor werd de plaag, vanwege de gruwelijke zonde en de snode ongehoorzaamheid, opgehouden, vs. 8. Deze ijverdaad had dus gezegende vrucht. In deze ijverdaad glansde door de ijver van Christus, en Zijn trouw aan Gods wet, Ps. 40. De ijver voor Gods Huis heeft Hem verteerd, Ps. 69:10, zoals in het doen van David doorstraalde. Hij had lust om Gods welbehagen te doen; Hij vervulde Gods wet en door de daad van Zijn gehoorzamen werd, in de heilige ijver, de daad der ongehoorzaamheid te niet gedaan. En vrucht van die daad is dat Hij de Zijnen leert weer lust te hebben in de wet Gods.
Door zijn ijveren in Gods ijver deed Pinehas verzoening voor de kinderen Israels. Hierin is nadere verklaring van Ps. 40. Het woord verzoening herinnert ons aan het verzoendeksel in het heilige der heiligen, aan het bloed dat daarop gesprenkeld werd op de grote verzoendag. Gevraagd is of Pinehas handelde als priester of dat hij zijn daad verrichtte als gelovige. Deze zaken zijn niet te scheiden. Het priesterwerk openbaart zich en het wordt door de HEERE Zelf verklaard. De priester werkt en gelooft; de gelovige werkt en doet werk van de priester, wat hier betekent dat het werk van de grote Hogepriester doorstraalt. Het woord verzoenen houdt in dat bedekt wordt wat voor God gruwelijk is. En het volle werk van Christus is het bedekkend werk, Ps. 32. De wanbedrijven zijn door Zijn bloed voor God bedekt. Volmaakt. In de weg van gerechtigheid, door de zelfofferande en de gehoorzaamheid van Jezus Christus, Die éne daad door die éne Middelaar, stelt allen, die Hem zijn ingelijfd, rechtvaardig voor God.
Pinehas droeg de zegen van zijn daad weg.
Hij deelde in het verbond des vredes, in Gods verbintenis, wat inhoudt de vrede met God, by. God, in Christus. Verzekerd werd hem dat de voortdurende verhouding van vrede tot God met de daaruit voortvloeiende zegeningen, blijven zou.
Een tweede weldaad was dat het verbond van het eeuwige priesterschap verzekerd werd. Dit kunnen wij alleen verstaan in het licht van Hebr. 7. Het priesterschap van Aaron, van Levi, is tussentredend, vergankelijk. Christus is Hogepriester naar de ordening van Melchizedek. Dat priesterschap blijft tot in eeuwigheid. Pinehas was priester; Pinehas bleef in zijn leven hogepriester; zijn zonen deelden in dat priesterschap; in zijn nageslacht zou God er telkens roepen om hogepriester te zijn. Maar allen stierven; Pinehas stierf en zijn nazaten stierven, maar het door Christus' verworven priesterschap zou Pinehas bezitten tot in eeuwigheid. En daarom dient hij nu God in heilige klederen, in de heilige Tempel boven, zonder zonde.
De vrucht der verzoening is rijk. In die verzoening openbaart zich het werk van Christus; in het ijveren het werk van de Geest, Die toepast en vernieuwt. In de nieuwe gehoorzaamheid openbaart zich de vrucht van het herscheppend werk van Gods Geest. En in de verhouding van vrede wordt de zalige gemeenschap met God genoten en wordt Hij gediend op die priesterlijke wijze, welke eeuwig duurt.
Is er bij ons zulk een heilige ijver, zulk een goddelijk verzet tegen de zonde? Is er door ons een ijveren dat Gods ijver genoemd kan worden, waarin doorstraalt de verzoening door Christus en waarin openbaar wordt het werk van de Heilige Geest? Is er bij ons zulk een ijveren tegen alle zonde? Niet alleen tegen de gruwelijke schanddaad, waarvan Num. 25 spreekt, maar tegen elke vermenging van het heilige zaad met het onheilige zaad? Is er bij ons een ijveren tegen de openbare als tegen de geraffineerd bedekte zonde? Is er een heilig verzet tegen de verfijnde hoererij ? Is er een verzet tegen de gruwel van het bondskind, dat zonder schaamte overtreedt, terwijl de trouwe wachters, als Mozes, met het getrouwe volk, staan te wenen bij Gods heiligdom?
Veel is hier te bepeinzen. Schaamte moet ons aangezicht bedekken. Het gemis van Christus' werk in zondaren en het ontbreken van de herscheppende werking van de Heilige Geest, wordt wel heel sterk openbaar. Tegenwoordig kan alles en mag alles. Met de woorden cultuur en gemene gratie wordt veel bedekt. Over de heiligmaking wordt schier niet gesproken. Het kerkvolk begint hoe langer hoe meer zich met het heidendom en met het heidense te vermengen. Laten wij er toch acht op geven en staan naar het ijveren gelijk bij Pinehas gezien werd. Wie dat betracht zal in de vruchten er van delen. Een ieder, die dit ijveren kent, een ijveren, dat wat anders is dan een Jehu's ijveren, zal in de verhouding met God leven en priesterlijk dienen tot in eeuwigheid.
Leeft dit beginsel in ons, jongeren en ouderen? Wéé allen, die aan de andere zijde staan en oorzaak zijn dat Gods plaag door gaat. Goddelijke genade is het, wanneer wij staan aan de zijde van Pinehas en zó reformerend, zegenend, reddend mogen optreden in het midden van onze gezinnen en in het midden van ons volk.
Dit volk is priestervolk tot in eeuwigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1955

De Wekker | 4 Pagina's

Heilige ijver tot verzoening

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1955

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken