Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hemelse dingen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Hemelse dingen

„En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe". Joh. 3:14, 15.

7 minuten leestijd

Hier spreken twee theologen: Nicodemus, vermaard leraar in Israël, èn Jezus Christus, de Godgeleerde bij uitnemendheid. Van Hem toch wordt getuigd : „Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon Die in de schoot des Vaders is. Die heeft Hem ons verklaard" (Joh. 1:18). Theologische discussies kenmerken zich soms door dorre geleerdheid. Hoe anders is het hier! Wij danken aan dit onderhoud de heerlijkste Evangelie-woorden.
En toch — Nicodemus met al zijn geleerdheid en Bijbelkennis begrijpt er niets van. Van wedergeboorte heeft hij nog nooit gehoord, hoewel toch ook het Oude Testament duidelijk spreekt over een zaak als de besnijdenis des harten. Maar deze dingen kunnen slechts door het geloof worden verstaan. Daarom zegt Jezus niet tot hem: „gij begrijpt het niet", maar: „gij gelooft niet". Dit blijkt duidelijk uit vers 12: -„Indien Ik ulieden de aardse dingen gezegd heb, en gij niet gelooft, hoe zult gij geloven, indien Ik ulieden de hemelse zou zeggen?" De wedergeboorte vindt plaats in de mens zelf, kan dus gerekend worden tot de „aardse dingen". Nu gaat de Heere echter spreken over Gods verlossingsplan, opgekomen in het hart Gods, in de hemel. Christus, „Die uit de hemel nedergekomen is" en Die nochtans „in de hemel is" (vs. 13) gaat over deze hemelse dingen spreken. Hij is de Leraar van de „leraar in Israël". En iedere leraar moet het van de grote Leraar leren om het anderen te kunnen verkondigen!
Het is of de Heere ter inleiding tot Nicodemus zegt: „denk er om, want wat Ik nu ga zeggen, kunt ge zo maar niet verwerken". Dit mogen ook wij wèl bedenken. Het beeld van de koperen slang is op zichzelf duidelijk en eenvoudig genoeg. Toch neemt ons hart juist deze „hemelse dingen" van nature niet op. Er zijn tal van „wetenschappelijke" theologen, die zich ergeren aan de leer van Christus' zoendood. Maar wij dan? Wij zijn toch niet vrijzinnig? Lezer, hebt U wel eens opgemerkt bij Uzelf en ook bij anderen, dat wij, zo rechtzinnig als we dan mogen zijn, voor de zalige rijkdom van dit Evangelie evenzeer ontoegankelijk zijn? Wij zoeken ons behoud anders te funderen. Hoe lang kan het niet duren, eer ons oog open gaat voor de schoonheid van Christus?
U vindt misschien, dat we met de toepassing begonnen zijn? Het is slechts in navolging van Jezus zelf. Die Nicodemus ook aldus op Zijn onderwijs in de hemelse dingen voorbereidde. Dat was echter niet alleen om hem te waarschuwen voor een willen begrijpen met het verstand. Het was vooral om hem te brengen tot geloven. Deze hemelse dingen kan slechts het geloof in zich opnemen....

Hier komt dan het eenvoudige Evangelie, op zichzelf allerminst „zwaar om te verstaan". Jezus herinnert aan de koperen slang in de woestijn. We kennen dat verhaal toch wel? Israël was weer eens opstandig geweest. Het volk rebelleerde tegen Mozes en tegen God, zeggende : „Waarom hebt gijlieden ons doen optrekken uit Egypte, opdat wij sterven zouden in de woestijn? Want hier is geen brood, ook geen water, en onze ziel walgt over dit zeer lichte brood" (Num. 21:5). Zo spraken zij na jarenlange ervaring van Gods trouwe zorg. Zelfs het hemels brood werd versmaad.
Dan zien wij, wat er gebeurt als God met ons in 't recht gaat treden. Hij zond vurige slangen onder het, volk, die velen doodden. Toen beleed het volk zijn zonde. Mozes bad voor hen. „En de HEERE zeide tot Mozes: Maak u een vurige slang, en stel ze op een stang; en het zal geschieden, dat al wie gebeten is, als hij haar aanziet, zo zal hij leven. En Mozes maakte een koperen slang, en stelde ze op een stang; en het geschiedde, als een slang iemand beet, zo zag hij de koperen slang aan, en hij bleef levend" (Num. 21:8, 9).
Nu wijst Christus Zelf deze gebeurtenis aan als een voorbeeld van de verhoging van de Zoon des mensen. Dat betekent niet dat wij moeten trachten ieder trekje te vergeestelijken. Wanneer wij deze woorden van Christus in hun verband lezen, blijkt duidelijk dat het vooral gaat om de volgende punten van overeenkomst:
a. Dood en verderf bedreigen de zondaar.
b. God Zelf geeft het middel ter ontkoming.
c. Er is sprake van verhoogd worden, voor aller oog.
d. Wie met een gelovig hart op de Verhoogde ziet, wordt behouden.
De betekenis van Christus gaat echter die van de koperen slang zeer ver te boven. In Numeri is de dreiging van de lichamelijke dood; Christus doelt op het eeuwig verderf dat de zondaar wacht. De koperen slang heeft in zichzelf geen kracht om te genezen, Christus echter wel: Hij is Zelf „het Leven". In Numeri wordt lichamelijke genezing gevonden; Christus geeft aan wie op Hem vertrouwt het eeuwig, zalig leven.
Christus zegt, dat de Zoon des mensen moet verhoogd worden, gelijk de slang in de woestijn. Er is namelijk geen ander redmiddel van de zonde dan door voldoening aan de eisen van Gods gerechtigheid en heiligheid. Of nog juister: dit „moeten" komt op uit Gods reddende liefde. De Zoon des mensen moet verhoogd worden, want . . . . zó lief heeft God de wereld gehad (vs. 16). Zó lief, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft laten verhogen aan het kruis. Dat het niet anders kon, ach, dat beseffen wij nog slechts van zeer verre, wanneer wij de deugden Gods, ook die van Zijn gerechtigheid en heiligheid, hebben liefgekregen. Maar dat dit „moeten" uit de liefde Gods tot vijanden geboren is, daar is geen gewone verklaring voor. Laat dat uw ziel alleen maar ontroeren, altijd weer en altijd meer!
Merkwaardig beeld: de Zoon des mensen moet, als de koperen slang verhoogd worden. Deze uitdrukking ziet in Johannes' Evangelie altijd op de verhoging aan het kruis. Maar elders in de Schrift (b.v. Hand. 2:33, 5:31) wordt ermee gedoeld op Christus' heerlijkheid na Zijn vernedering. Het kruis is immers de zékere weg tot die verhoging. Wie tot de Gekruisigde opziet, die ziet op Hem in Wien de overwinning van zonde en dood verzekerd is!
En nu is dit de boodschap, waarmee de Verhoogde Zelf tot ons komt, dat „een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve maar het eeuwige leven hebbe". Deze woorden krijgen nog te meer nadruk doordat Christus ze in het overbekende zestiende vers nog eens herhaalt. Over iets anders spreekt Hij niet. O, wij willen er zo graag nog wat aan toevoegen. Maar hoe diep ons berouw, hoe krachtdadig onze bekering, hoe rijk onze bevinding ook moge zijn, zowel de „eikebomen der gerechtigheid" als de „gekrookte rieten" worden alleen behouden door de geloofsblik op de verhoogde Zaligmaker. Maar ook zó alléén. Hoewel de koperen slang in zichzelf geen enkele kracht ter genezing bezat, en later door koning Hiskia zelfs als een stuk koper zonder meer werd vergruisd, God had verordend dat alleen wie tot de slang opzag, behouden zou worden. Hoeveel te meer past ons gehoorzame onderwerping aan de boodschap der genade, nu God ons heenwijst naar Hem in Wien waarlijk genezing is! Hoe meer ons oog op Hem mag zien, hoe gemakkelijker wij onze eigen geneesmiddelen prijsgeven.
Dit nu is een zaak van geloof. Slechts wie in Hem gelooft, zal niet (zoals wij allen kunnen verwachten!) verderven, maar het eeuwige leven hebben. Er was geloof nodig om ter genezing het oog te richten op een dood stuk koper in de vorm van een slang, en intussen zich niet te laten afhouden door andere pogingen om de nader sluipende dood te weren. Hoeveel „gemakkelijker" moet het zijn, zich toe te vertrouwen aan de Levende Persoon van onze Zaligmaker. En toch — hoevelen weigeren het zelfs te proberen! Zij hebben de dood liever dan het leven.
Waarlijk, hoe eenvoudig het schijnt, dit behoort tot de hemelse dingen. De Geest der wedergeboorte doet ons Hèm zien. Maar onze blik dwaalt gemakkelijk af. Er is zoveel dat ons weerhoudt om alleen maar te geloven. Het blijft strijden, worstelen. Maar gelukkig, wanneer wij altijd weer bij Hem terecht komen, niets overhoudend in onszelf. Wie leerde geloven, doet geen slag in de lucht. Het eeuwige leven ligt niet maar in de toekomst. „Die in den Zoon gelooft, HEEFT het eeuwige leven". Het begint nu! Geloven is leven!
Bl.(Blarium), J.C.M.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 februari 1956

De Wekker | 4 Pagina's

Hemelse dingen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 februari 1956

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken