Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Reformatie van 1834 (5)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Reformatie van 1834 (5)

4 minuten leestijd

In de voorgaande artikelen hebben we getracht de aanleiding tot de Afscheiding weer te geven; het ging om het alleen-recht van de waarheid Gods in Zijn Kerk. En daar gaat het nog om en daar zal het tot het einde toe om blijven gaan. Terdege wetend wat zij deden, hebben de Cock en de zijnen zich afgescheiden van de genootschapskerk als van de valse kerk. Diep overtuigd waren deze mensen te handelen naar de eis van Gods Woord. „Ze drongen er met de hartstocht van gekrenkte liefde op aan toch op grond der heilige Schrift van ongelijk te mogen worden overtuigd".
Afscheiding is een bijbels begrip. Het kan de keur van het Woord Gods verdragen. Voor de Cock en de zijnen was het een dure plicht en roeping. Die Afscheiding was voor hen tegelijkertijd Wederkering tot de leer en tot de inrichting van de kerk der vaderen.
De doleantie (1886) stond heel anders tegenover de Hervormde Kerk. Nu dan ook de Hervormde Kerk sedert 1945 niet meer staat onder een synodale hiërarchie, maar in Synode saamkomt, die vanuit de mindere vergaderingen gekozen is, menen velen in de Geref. Kerken, dat terugkeer naar de Hervormde Kerk zo langzamerhand gebiedende eis wordt (de z.g. linkervleugel).
Dit is o.i. de logische consequentie van het Doleantiebeginsel. Zij hebben er niet het minste oog voor, dat sinds 1945 door de nieuwe koers en de nieuwe kerkorde de positie van de ware Gereformeerden in de Hervormde Kerk beslist slechter is geworden. Het beginsel van de Afscheiding te kennen en lief te hebben, is maar niet er een historische curiositeit op na houden. Dat is integendeel een zaak, die juist nu temidden van zovele verwarring en verwatering een levensbelang van de eerste orde voor Gods Kerk moet genoemd worden.
De Kerk, zal zij waarlijk Christelijke Kerk zijn, zal het gehele Woord Gods moeten erkennen en buigen voor het: „Alzo spreekt de Heere" en „Er is geschreven". En Gereformeerd is de Kerk dan alleen, als zij de Gereformeerde belijdenis erkent als uitdrukking van haar geloof. Vergete de Kerk toch niet, dat zij heeft te zijn een pilaar en vastigheid der waarheid.
Dat is de eerste roeping der Kerk.

Altijd weer moet het kerkelijk leven getoetst aan de Schrift en aan de belijdenis. Daar ging het om in de reformatie van 1834. De Cock was een bijbels, confessioneel en streng kerkelijk man. Hij handelde naar wat de Gereformeerde belijdenis leerde te doen. Wij behoeven ons voor het beginsel der Afscheiding allerminst te schamen. Ook vandaag en morgen niet. De Scheiding is niet gemaakt, maar geboren. „Geboren uit verdediging van de nationale Gereformeerde leer, van haar te mogen belijden en beleven" niet alleen in de prediking, maar ook in de inrichting der kerk.
De Cock heeft alles gedaan, wat hij maar doen kon en alles beproefd, wat hem maar mogelijk was om de kerk te doen terugkeren tot de belijdenis en de handhaving van de leer der waarheid. Terecht zegt dr. Keizer in zijn reeds genoemde werk: Men is te Ulrum niet „gaan loopen", maar men heeft zich afgescheiden niet eer, dan nadat aan De Cock het getuigen onmogelijk was gemaakt en hij was uitgeworpen. Wie eerlijk de historie laat spreken, zal moeten erkennen, dat de Hervormde kerk zelf de Afscheiding noodzakelijk heeft gemaakt.
Geen andere rechtsgrond had de reformatie van 1834 dan de Schrift en de belijdenis van de waarheid der Schrift. De hele procedure De Cock, ook na zijn afzetting, is het sprekende en onomstotelijke bewijs, dat dit geen handelingen van een ware Kerk zijn, maar van zulk een kerk, „die zich en haar ordinantiën meer macht en autoriteit toeschrijft dan aan den Woorde Gods". En dat is naar de eenvoudige Gereformeerde belijdenis het duidelijke kenmerk van de valse kerk.
Men moest zich vandaag maar eens de moeite geven de historie nauwkeurig na te gaan en de archiefstukken betreffende de Afscheiding te laten spreken in plaats van te blijven voortgaan scheve voorstellingen te geven van wat er in Ulrum is geschied.
„Dat late de Heere verre van ons zijn, de erve der vaderen te verkopen".
Kennen wij, kennen ook onze jongeren die erfenis der vaderen? En verstaan we de opdracht het pand, ons toebetrouwd, te bewaren? En willen we ons nu ook moeite en opoffering getroosten om uit dit beproefde beginsel te leven? We hebben de wind niet mee, maar tegen!
De tijdgeest kan nu evenmin als voor 125 jaar waardering opbrengen voor geloofshelden als Hendrik de Cock.
Ook nu zou een Da Costa redivivus zijn „Bezwaren tegen de geest der eeuw" kunnen inbrengen.
Zijn er vandaag nog bidders voor de Kerk? Die waarlijk roepen tot God en om Hem? Die ootmoedig vragen:
Breng, Heer' al Uw gevang'nen weder;
Zie verder op Uw erfvolk neder;
Verkwik het, als de watervloed.
Die 't Zuiderland herleven doet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juni 1957

De Wekker | 4 Pagina's

De Reformatie van 1834 (5)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juni 1957

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken