Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De gemene gratie 2

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De gemene gratie 2

6 minuten leestijd

De Naam!
Gemeen! Dat is een tweeslachtig woord.
Luister maar: een „gemeen" soldaat is niet hetzelfde als een „gemene" soldaat. Het eerste bedoelt een soldaat zonder enige rang. Het andere ziet meer op zijn zedelijke kwaliteiten.
Het is heel wat anders of ik zeg: zij hebben alle goederen gemeen, óf zij zijn gemeen.
Het is direct voor allen duidelijk, dat wij het woord „gemeen" in de uitdrukking: gemene gratie niet kennen in de zin van „slecht", maar van „gemeenschappelijk". Nu is het opmerkelijk, dat wij in onze Hollandse theologie niet spreken van „gemene genade maar meer van „algemene" genade.
Hier dienen we allereerst onze aandacht op dit punt te vestigen.
Het spreken van „algemene genade" is niet zonder bedenking. Het riekt een. beetje naar algemene verzoening, en daarom is onder Gereformeerde belijders het woord „algemeen" als behorend bij „genade" wat verdacht.
Niemand minder dan Dr. Kuyper zelf heeft dit bezwaar goed gevoeld. Kuyper heeft steeds zich verzet wanneer zo vaardig gesproken werd over „algemene" genade. Het is opmerkelijk, dat juist wij Hollanders deze terminologie gebruiken. In de Engelse theologie is dit gevaar niet zo sterk aanwezig, omdat men daar spreekt van „common grace", dat nooit door „algemene" genade mag vertaald worden. Algemene genade zou in de Engelse theologie worden vertaald door „general grace". In het Latijn, zoals onze Gereformeerde vaderen dit gebruikten spreekt men dan van „gratia universalis".
Maar wij hebben nu eenmaal in het Hollands de term „algemene genade" gekozen en daaraan zijn inderdaad gevaren verbonden. Het zou wellicht om alle misverstand te voorkomen beter zijn om te spreken van „gemene genade".
Het lijkt mij goed aan Dr. Kuyper zelf het woord te geven om ons te verduidelijken, wat hier de verschillen zijn.
Hij heeft dit verschil besproken in het derde deel van zijn omvangrijk werk „De Gemene gratie" dat uit drie delen bestaat en waarvan ik hier de uitgaaf gebruik uit het jaar 1904.
Kuyper weet heel goed, dat de Remonstranten uit de 16e eeuw liefst spraken van „algemene genade" (Universele gratie) en juist om deze Remonstrantse zuurdesem direct uit te bannen heeft hij sterk gepleit voor de naam „gemene gratie". Dit mogen we toch wel onthouden, als soms Remonstrantse tendenzen worden gezocht in het kader van dit leerstuk.
Kuyper werd meermalen voor de vraag geplaatst, waarom hij altoos sprak van „gemene" en niet van „algemene" gratie of genade? Hij wijst er dan op, dat onze Gereformeerde Vaderen altoos spraken van „gratia communis" en nu betekent het woord „communis" nooit algemeen, maar gemeen. Onze vaderen gebruikten Latijn en „algemeen" heet in het Latijn.altijd Universalis, ons universeel. Dat hier gemakkelijk verwarring kan insluipen blijkt reeds dadelijk, als ik opmerk, dat bijv. bij Calvijn in zijn bekend werk „de Institutie", plaatsen zijn aan te wijzen — en misschien kom ik daarop wel terug — waar hij niet alleen de „gratia universalis" (de algemene genade) maar ook de „gratia specialis" de „bijzondere genade" laat slaan op een kring, die ver buiten de lijn des verbonds, en dus ver buiten de lijn der particuliere genade leefde. Geen wonder, dat de woorden „algemeen" en „bijzonder" wel eens verwarring hebben gesticht, als men te veel voorbij zou zien, wat een man als Calvijn niet deze onderscheidingen heeft bedoeld.
Juist om dergelijke verwarringen te voorkomen heeft Kuyper deze fijnere onderscheiding gesteld tussen gemene genade (gratia communis) en algemene genade (gratia universalis).
Zijn betoog wil ik u hier geven. Universeel beduidt iets, wat overal gevonden wordt, terwijl communis of gemeen wijst op iets, dat aan een zekere kring gemeenschappelijk is. Deze kring is hier het menselijk geslacht en het is aan deze bepaalde kring van het menselijk geslacht, dat deze gratie gegeven is
Een stelling is algemeen, zo ze in elk geval doorgaat.
Een inleiding is algemeen, zo zij zich niet verdiept in bijzonderheden.
Maar men spreekt van „gemeen" accoord, hetgeen in een bepaalde kring overeengekomen is. Op „gemene kosten" betekent dat men in een bepaalde kring de kosten gemeenschappelijk draagt. Gemene weide betekent de weide, waarop alle veehouders van een zekere bepaalde kring hun vee kunnen laten grazen.
Door de druk gemeen maken wil zeggen het stuk onder het bereik brengen van een kring, waarin onze taal verstaan wordt.
Gemene genade is dus naar Kuypers oordeel: een aan de kring der mensheid gegeven goed, dat deze mensheid in het degenererend proces der zonde nog voor veel kivaad bewaart
Het is ook om dit weerhoudend proces in het menselijk geslacht, dat Kuyper liever spreekt van „gratie" dan van „genade". Hij toch heeft zich ernstig rekenschap gegeven van de titel, die hij hier had te kiezen, en hij koos „de gemene gratie". Hij zegt ervan „dat we voorts van gratie liever, dan van genade spraken, vond zijn grond hierin, dat „genade" door het spraakgebruik zo eenzijdig voor „zaligmakende" genade wordt genomen, dat hier een algemener woord verkieselijker scheen. Gratie is nog het algemeen gebruik voor het stuiten van executie, en overmits nu in ons breed betoog juist van die genade gehandeld wordt, die de executie van Gen. 2 :17 stuitte, scheen „gemene gratie" niet zo oneigenlijk het karakter zelf van ons onderwerp uit te drukken".
Kuyper heeft deze uiteenzetting gegeven om reden dat er van verschillende zijden bedenkingen waren gerezen. Hij zelf zegt, dat het beter ware geweest reeds in het eerste deel zich van de naam „gemene gratie" rekenschap te hebben gegeven, maar het scheen hem overbodig.
In hoeverre deze verontschuldiging juist is wil ik niet ter toetsing leggen, maar wat mij wel heeft getroffen in deze nadere toelichting is Kuypers mildere houding tegenover een andere benaming. Immers hij zegt ervan blz. 143: „Al denken we er dan ook niet aan er iemand een verwijt van te maken, zo hij anders kiest, „wij voor ons meenden gegronde redenen te hebben om aan deze uitdrukking „gemene genade" of „gemene gratie" voorkeur te geven".
Deze opmerking van Kuyper acht ik niet zonder grote betekenis omdat er geweest zijn, die gepleit hebben voor een andere naam, maar die daarmede tevens een andere inhoud bedoelden. Als het alleen gaat over een andere naam, dan hebben zelfs de Gereformeerde Kerken in haar synodale bepalingen geen bezwaar hiertegen gemaakt.
Alleen zij hier nog opgemerkt, dat Dr. Kuyper zelf de namen „gemene genade" en „algemene genade" afwisselend gebruikt, hoewel hij aan de eerste benaming de voorkeur blijft geven.
Wij gaan nu eerst eens ter school bij Calvijn, ter zake van deze naam.

Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juli 1957

De Wekker | 4 Pagina's

De gemene gratie 2

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juli 1957

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken